Column

Mensen wier geluksgetal 13 is, dansen met de duivel in brandwerende kleding

James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Een man staat voor het kogelvrije glas, hij twijfelt. Gaat hij ook nog een pakje kauwgum op de balie leggen of gaat hij enkel voor het saucijzenbroodje en de twintig liter ongelood 95 betalen?

Het saucijzenbroodje heeft de hele dag onder de warmhoudlampen gelegen en is zo droog dat er geen bladerdeeg meer op de zijkanten van het broodje zit, maar de man kijkt naar het saucijzenbroodje zoals vakantiegangers naar kasteelruïnes in de Ardennen kunnen kijken. Hij ziet de schoonheid in dat wat afgebrokkeld is en in dat wat maar net overeind blijft.

De man is al jaren verliefd op de vrouw die achter het kogelvrije glas werkt. Daarom twijfelt hij zo over de aanschaf van een pakje kauwgum, want alleen mensen die gigantisch uit hun mond stinken, kopen kauwgum, denkt hij. Kauwgum is toiletverfrisser. De man legt het pakje terug in de aanbiedingsmand en zet daarna twee passen naar voren.

"Daar ben je weer," zegt de vrouw.

"Ja, daar ben ik weer."

"Pomp 10?"

"Altijd pomp 10."

"Is tien je geluksgetal?"

"Ja."

"Mijn geluksgetal is 13."

De man haat mensen wier geluksgetal 13 is. Ze vinden zichzelf zo roekeloos, alsof ze een risico nemen, alsof ze de duivel aanbidden en de brandstapel op hen wacht. Hij haat dat halfslachtige geflirt met het kwaadaardige. Mensen wier geluksgetal 13 is, dansen met de duivel in brandwerende kleding.

"O ja? Dat vind ik zo intrigerend," zegt de man.

De vrouw kijkt naar het bouwvallige saucijzenbroodje en vraagt zich af of ze wel het hele bedrag aan moet slaan. Ze kijkt naar de man. Vroeger, een paar jaar voor de introductie van de videorecorder, was het vast een knappe vent, denkt ze. Als ze door haar wimpers heen kijkt, lijkt de man op Robert Redford, maar als ze haar ogen volledig opent, lijkt hij meer op Robert Green­skoda.

De man, die al jaren om de hete brij heen aan het dansen is, heeft genoeg gezien. Hij trekt zijn dansschoenen uit, hangt ze aan de wilgen en drukt zijn rechterhand tegen het kogelvrije glas aan.

"Ik weet dat ik zo'n man ben waar vrouwen uiteindelijk mee eindigen. Ik ben dat laatste rechte stukje van de achtbaan. Ik ben niet en zal nooit overweldigend worden. Ik zal je niet overrompelen of je van je sokken blazen. Je zussen zullen niet jaloers op je zijn omdat jij mij hebt. Nee, niemand zal naar ons omkijken als we samen door de Kalverstraat lopen."

"Waar ben je mee bezig?"

"En ik weet dat dit glas kogelwerend is en de pijlen van Cupido naar alle waarschijnlijkheid allemaal af zullen ketsen en ik weet dat de vonk nooit over zal vliegen op een tankstation, maar verdomme, heeft iemand
ooit weleens tegen je gezegd dat je schoonheid zo fabelachtig meeslepend is dat het een schande is dat één of andere Italiaan nog geen opera over jou geschreven heeft?"

"Een opera over mij? Ik werk maar in een tankstation."

"Lieve Carla, een mens bestaat voor meer dan de helft uit water en ik wil voor altijd in je pootjebaden."

"Maar wat als ik te koud aanvoel?"

"Dan zal ik bibberen van geluk."

Reageren? james@parool.nl

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns op maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden