Plus PS

Mensen met poppenangst: 'Overal zag ik die priemende oogjes'

De één is een leven lang poppenmoeder, de ander krijgt de rillingen van die uitdrukkingsloze koppen. Waar komt poppenangst vandaan? 'Ik ben altijd bang dat zo'n pop me ineens aanvalt.'

Pop Josje, gemaakt door Nel Groothedde. Alle afgebeelde poppen waren vorig weekend te zien op de Art Dolls Expo in Noord. Beeld Dingena Mol

Veertigers kennen mogelijk nog de kinderserie De Poppenkraam die in de jaren tachtig op de televisie te zien was. Daarin komen de poppen Hugo (Jaap Stobbe) en Henriette (Connie Neefs), met knalrode lippen, neus, kin en wangetjes, plotseling tot leven.

Natuurlijk tot verwondering van de eigenaar van de speelgoedwinkel, die nasale, guitige stemmetjes tussen het speelgoed meent te horen. Stobbe en Neefs zijn in miniatuur gefilmd, totdat zij snoepjes uit een toverdoos eten en uitgroeien tot volwassenen met vlezige poppenhoofden. Naarmate de 45-delige serie vordert, ontwaken steeds meer poppen.

Robert Bakker (41) kan zich de serie nog heel goed herinneren. "En niet omdat ik er zo graag naar keek. Doodeng vond ik De Poppenkraam. Ik had er nachtmerries van. Waarschijnlijk is daar mijn angst voor poppen begonnen."

"Het feit dat ze tot leven zouden kunnen komen, zoals in die serie gebeurde, beangstigde me. Op het logeerkamertje van mijn oma stonden antieke poppen die qua kleding en uiterlijk sterk leken op die uit De Poppenkraam. Ik vroeg haar altijd om ze weg te halen, omdat ik anders niet kon slapen."

Bakkers angst verdween niet toen hij ouder werd. "Een fobie wil ik het niet noemen, maar ik heb het nog steeds niet op poppen. Ook mensen die maskers dragen of in poppenpakken zitten, vind ik helemaal niks."

"Toen ik twintig was, ging ik met mijn vriendin naar Disneyland Parijs. Als er zo'n Micky Mouse op ons af kwam waggelen, trok ik haar snel mee de andere kant op. Het zal iets te maken hebben met de onvoorspelbaarheid ervan. Ik ben altijd bang dat zo'n pop ineens iets raars doet, me belachelijk maakt of me aanvalt."

Dat is een gedachte die niet uniek lijkt, getuige de vele films en series over 'enge poppen'. In de psychologische thriller Child's Play komt de moordlustige pop Chucky tot leven.

Hij groeide uit tot hét symbool in de wereld van horrorfilms. Talky Tina, een bloeddorstige pop uit The Twilight Zone, vermoordde de stiefvader van haar eigenaar. In The Boy moet een echtpaar passen op een jongen die een doodenge pop blijkt te zijn.

Kennelijk roepen poppen soms een associatie met horror en gegriezel op. Bakker is dan ook beslist niet de enige die zo bang is voor poppen. Pediofobie heet deze poppenangst officieel. Exacte cijfers over het aantal mensen met poppenangst zijn niet bekend, omdat lang niet iedereen hulp zoekt bij het overwinnen daarvan.

Traumatische ervaring
Merel Kindt, hoogleraar Klinische Psychologie, behandelt in de UvA PsyPoli, het behandelcentrum van de programmagroep Klinische Psychologie, mensen met verschillende soorten fobieën, maar is iemand met een hevige poppenangst nog niet tegengekomen.

"Wel heb ik mensen behandeld die bang zijn voor zwartepieten, clowns en geschminkte mensen. Die angst komt enigszins in de buurt van die voor poppen."

Van een fobie spreekt Kindt pas als je zo'n heftige angstreactie ervaart dat het je belemmert in je dagelijks functioneren. Dat er situaties worden vermeden of dat ze worden doorstaan met intense angst.

"Het is een irrationele angst. Je weet dat een clown je niet in de houdgreep zal nemen, maar toch ben je bang. Soms ligt aan een fobie een traumatische ervaring ten grondslag. Bij poppenangst kan het zo zijn dat je in je kindertijd een nare ervaring met poppen hebt gehad of iets meemaakte waarvan je hevig bent geschrokken."

Maria, Michael Zaykov. ­ Beeld Dingena Mol

Mariska Sneep (29) werd doodsbenauwd voor poppen nadat zij in haar jeugd de kinderserie Kippenvel had gezien. "Daarin kwam de buikspreekpop Slappy ineens tot leven en terroriseerde een familie. Als ik het nu terugzie, denk ik: waar gáát het over? Maar toen was ik heel bang."

"Midden in de nacht ben ik naar mijn ouders gegaan, omdat ik niet kon slapen van angst. Alle poppen moesten mijn kamer uit. Overal zag ik die priemende oogjes die me aanstaarden en achtervolgden. Als ik er per ongeluk toch naar keek, kreeg ik de rillingen, de 'griebel over mijn grabbel' zoals wij dat thuis noemen. Ik was bang dat ze ineens tot leven zouden komen of zouden bewegen."

Geen gelaatsexpressie
Sindsdien gaat Sneep poppen uit de weg. "Als ik ergens ga logeren en een pop op de kamer zie, vraag ik of hij ergens anders mag staan." De poppenafdeling in speelgoedwinkels vermijdt ze zo veel mogelijk. "Mijn zoontje van anderhalf jaar heeft geen poppen en vraagt er ook niet om."

Ze is vaak uitgelachen of kreeg te horen dat ze zich niet zo moest aanstellen. "Het is écht geen aanstellerij. Ik heb er nog steeds last van. Op de zolder van mijn ouders staan heel realistische poppen die mijn opa ooit meenam uit het buitenland. Doordat mijn huis wordt verbouwd, slaap ik tijdelijk op die zolder. Ik lig dan in een ander kamertje met de deur potdicht."

Hoe ontstaat nu precies die angst? Een weldenkende volwassene weet immers best dat poppen alleen in films tot leven komen om je aan stukken te scheuren. Volgens Kindt wordt het onbehaaglijke gevoel veroorzaakt door het ontbreken van een gelaatsexpressie. "Een pop kan eng en onvoorspelbaar zijn, doordat er geen expressie in het gezicht te zien is."

Thalia Wheatley, cognitief neurowetenschapper aan Dartmouth University, deed in 2010 onderzoek naar de angst voor poppen. Zij onderzocht hoe de hersenen gezichten herkennen en hoe ze onderscheid maken tussen een écht gezicht en dat van een pop. Hoe weten we of een gezicht een geest heeft?

Uit haar onderzoek kwam naar voren dat een gezicht ten minste 65 procent menselijk moest zijn voordat mensen het menselijker vinden dan een pop. Dat gold ook voor gezichten waarin zij een geest herkenden, iemand die een plan kon maken of in staat was pijn te ervaren.

Het herkennen van leven in een gezicht komt dus neer op het herkennen van een mentaal bewustzijn. De ogen zijn daarin doorslaggevend. Als de hersenen besluiten dat een gezicht menselijk is en dat er leven achter schuilgaat, blijft de aandacht daarbij hangen. Is dat niet zo, dan verslapt de aandacht weer.

In het laatste geval ben je meer aan het onderzoeken of het echt om een mens gaat en of die een teken van leven vertoont, zoals een pratende mond of bewegende ogen. Doordat een pop geen mentaal bewustzijn vertoont, maar wel heel echt kan lijken, worden mensen bang.

Echt eng wordt het voor veel mensen pas als iets nét geen mens is. Psycholoog Stephanie Lay deed onderzoek naar de zogeheten 'griezelvallei'; een terugval in de emotionele reactie die plaatsvindt als we iets tegenkomen dat net niet helemaal menselijk is.

Die 'griezelvallei' verklaart waarom poppen, clowns, mensen in pakken, maskers of robots een naar gevoel kunnen oproepen. Dat ontstaat volgens Lay vooral als de uitdrukking in de mond en ogen niet overeenkomen. Een lachende mond en angstige ogen bijvoorbeeld. Of blije ogen en een duistere grimas.

Poppenmakers
Desondanks zijn er nog altijd hele volksstammen die poppen wél prachtig vinden. En dan niet uitsluitend kinderen -ook volwassenen. Gespecialiseerde tijdschriften als Poppen & Teddyberen, Lifelike Dolls (Engelstalig) en Babypuppen (Duitstalig) varen er wel bij.

Soms gaat het om de liefde voor een bedrieglijk echte Rebornbabypop, die af en toe ook wordt behandeld als een écht kind. In andere gevallen zijn halve huiskamers ingericht met handgemaakte, antieke of porseleinen poppen.

Onder verzamelaars en musea bestaat inmiddels een toenemende belangstelling voor de zogenoemde art dolls. De Amsterdamse Tine Kamerbeek is een van de bekendste Nederlandse poppenmakers. Zij legt zich toe op het maken van sierpoppen en is vooral in Amerika en Japan razend populair.

In Oost-Europa en Amerika is het ambacht van poppenmaker al veel langer een volwaardige kunstvorm. In Moskou en Sint-Petersburg tellen mensen voor nieuwe exemplaren zo 10.000 euro neer.

Amaliapop, Elena Timkaeva. Beeld Dingena Mol

Meer dan dertig kunstenaars uit onder meer Rusland, Oekraïne, Letland en Nederland verzamelden zich vorig weekend bij de derde internationale Art Dolls Expo in Amsterdam-Noord om hun werk te laten zien.

Ter gelegenheid van die tentoonstelling maakte de Russische Elena Timkaeva een Amaliapop, naar model van prinses Amalia. Liefhebbers popelden om daarop te bieden op de veilingsite Catawiki. Angsthazen zullen van die pop slapeloze nachten hebben.

Elise Visser (30) kan zich wel iets voorstellen bij de liefde voor poppen. "Ik was dol op poppen, echt een poppenmeisje. Nog steeds vind ik ze leuk. Toen ik een dochter kreeg, zag ik dan ook helemaal voor me dat ze met poppen zou gaan spelen. Ik wilde het liefst bergen poppen en bijbehorende spulletjes voor haar kopen."

Maar de eerste pop die Visser voor haar dochter Hayley kocht, viel bepaald niet in de smaak.

"Het was er een met een zacht lijf en een harde kop, voorzien van haren van touw. Toen ik die bij haar gezicht hield, draaide ze haar hoofd weg en begon wild nee te schudden. De pop moest weg. Naarmate ze ouder werd, nam haar aversie tegen poppen alleen maar toe."

Toen de familie Visser een paar jaar later met Hayley en haar broertje naar Lego World ging, brak de hel los. Een man in een Legopak joeg Hayley de stuipen op het lijf.

"Ze werd helemaal gek en liep met een enorme bocht huilend om die meneer in het poppenpak heen. Doodsbang was ze. Ik begreep er niks van. Andere kinderen vonden die Legopop heel leuk en wilden ermee op de foto, maar zij niet."

Toen Hayley bijna zeven was, kwam haar vader op een idee. "Mijn man werkt in een restaurant, waar iemand in een paashaaspak zou optreden. Hij nam Hayley mee en zei: 'Kijk, dit is een paashaaspak en dit is de man die het straks aantrekt. Snap je het nu?'"

"Vanaf dat moment was ze niet meer bang. Ze is nu acht en speelt met barbiepoppen. Later heeft ze me verteld dat ze bang was omdat poppen zo realistisch leken, maar toch niet leefden. Het omgekeerde gold voor de mensen in een poppenpak. Die poppen bewogen zoals mensen, maar waren niet echt."

Blootstelling en pil
Merel Kindt denkt dat de meeste kinderen wel over hun poppenangst heen zullen groeien. Wie echter volwassen is en last blijft ondervinden van pediofobie,
kan terecht bij de PsyPoli van de UvA. Daar past Kindt een door haar ontwikkelde nieuwe methode voor fobiepatiënten toe.

"We hebben mensen met verschillende fobieën succesvol behandeld. Dat doen we door mensen eerst bloot te stellen aan de angst. Iemand met een spinnenfobie vragen we bijvoorbeeld heel kort dicht bij een vogelspin te gaan staan. Als dat lukt, krijgt de patiënt vervolgens één pil van 40 mg propranolol (een bètablokker) toegediend. Daarna kun je naar huis."

"De combinatie van blootstelling en pil zorgt ervoor dat het angstgeheugen niet meer op dezelfde manier wordt opgeslagen, waardoor ze bij een volgende ontmoeting met een spin niet meer bang zijn. Het is op deze manier mogelijk om angstreacties bij nare herinneringen weg te nemen."

"Na de behandeling durven sommigen zelfs een spin over hun hand te laten lopen. Naar poppenangst deden we nog geen onderzoek, maar ik kan me voorstellen dat deze methode ook daarbij goed zou kunnen helpen."

Robert Bakker wil daar voorlopig nog geen gebruik van maken. "Mijn angst is niet zo erg dat ik behandeling noodzakelijk vind. Zolang ik niet dagelijks met poppen word geconfronteerd, kan ik er prima mee leven."

Poppen van Tine Kamerbeek. Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden