Plus PS

Mens -en familiegerichte intensive care in Het Spaarne Gasthuis

Op de intensive care draait het om levens redden. Dat patiënten de wirwar van slangen, draden en apparaten als heftig ervaren en daar psychisch last van kunnen hebben, was meer iets om thuis te verwerken. Tot nu. Het Spaarne Gasthuis kijkt naar de mens achter de patiënt. 'Ik druk nooit meer een alarmknop uit zonder iets te zeggen.'

Beeld Dingena Mol

Onontkoombaar neemt een grote stellage de helft van de kamer op de intensive care in beslag. Eraan bevestigd zijn monitoren en lege voedings-, infuus,- en medicijnpompen. Er heerst een diepe stilte. Nergens piepjes, geen gepruttel van infusen. Voor Hans van den Bos (74), die na een darmperforatie zes maanden op de intensive care in het Spaarne Gasthuis in Haarlem lag, moet het onwerkelijk zijn om de ruimte terug te zien.

Hij weet hoe anders het is als bij die stellage een ziekenhuisbed staat en de apparatuur volop in bedrijf is. Hoe angstig hij geweest is als de gedachte dat het nooit meer goed kwam de overhand nam, hoe eenzaam hij zich kon voelen, vooral 's nachts, en hoe hij in de schaarse verlichting de schimmen van verpleegkundigen achter de gordijnen zag bewegen. "Ze waren geweldig en erg lief. En toch voelde ik me vaak alleen."

Hoezeer hij verlangde naar de bezoeken van zijn vrouw Mannie en elke dag wachtte totdat hij haar herkenbare voetstappen op de gang hoorde.

Schemertoestand
Maanden was Van den Bos verbonden aan een wirwar van slangen en draden, die zijn organen werkend moesten houden en balanceerde hij tussen leven en dood. Het raam waarnaast hij lag, kijkt uit op een kleurloos kantoorgebouw, meestal afgetekend tegen een grijze lucht. Hij herinnert het zich anders: "Ik zag een groen weiland met aan de horizon een spoorlijn."

Als gevolg van een delier na zijn operatie verkeerde Van den Bos in een verwarrende schemertoestand. Dat overkomt volgens Bas Kors, internist-intensivist op de intensive care, 50 tot 70 procent van de patiënten. Verpleegkundigen verhuizen patiënten zo gauw het kan naar het raam, zodat ze daglicht zien.

"Ze komen dan beter in hun dag -en nachtritme. Een grote klok en een kalender in de kamer helpen daarbij. We zijn bezig geluiden van de apparatuur te dempen. 's Nachts voeren verpleegkundigen daarom ook geen luide gesprekken meer. Patiënten op de intensive care zijn heel gevoelig voor geur en geluid."

Het zijn praktische voorbeelden van de 'Family and Patient Centered Intensive Care' van het Spaarne Gasthuis, ook wel mens -en familiegerichte zorg genoemd, die op de intensive care is ingevoerd en waarmee het ziekenhuis voorop loopt.

Het klinkt wat vreemd: 'mensgerichte zorg', alsof er ook niet-mensgerichte zorg zou zijn. Het betekent echter dat aandacht wordt besteed aan de mens áchter de patiënt en aan zijn familie.

Volgens Kors is dat een groot verschil met hoe zo'n tien jaar geleden op de intensive care werd gewerkt. "Dat was vooral een technische afdeling, waar ze medisch en zakelijk handelden."

Een verblijf op de intensive care heeft echter vaak flinke gevolgen. Zo'n 30 tot 50 procent van de patiënten ondervindt er problemen van, aldus Kors. Mensen hebben nachtmerries, geheugenverlies, concentratieproblemen of een posttraumatische stressstoornis.

Internist-intensivist Bas Kors: 'Zo'n 30 tot 50 procent van de mensen die op de ic verblijven, ondervindt daarna problemen' Beeld Dingena Mol
Internist-intensivist Bas Kors, Lorette Gijsbers, ex-patiënt Hans van den Bos, Lia van der Lingen en Joep Beneken Kolmer (vlnr) op de intensive care van het Spaarne Gasthuis. Van den Bos: 'Ik weet nog goed hoe bang ik was' Beeld Dingena Mol

"Veel mensen ervaren het als een zeer ingrijpende gebeurtenis. Vaak vertellen ze ons dat het hen sterk heeft veranderd, en niet altijd in positieve zin. Meer aandacht voor de mens achter de patiënt kan een groot verschil maken voor hun welzijn,
tijdens en na het verblijf."

Sinds 2012 is binnen de medische wetenschap bekend dat deze klachten kunnen vallen onder het post-intensive­caresyndroom. "Helaas nemen huisartsen die niet altijd serieus," zegt ic-verpleegkundige Lorette Gijsbers van het Spaarne Gasthuis.

"'U moet blij zijn dat u het heeft overleefd,' kreeg een patiënt ooit te horen. Dat vind ik heel erg. Het is echt een groot probleem. Voor nazorg en erkenning van het post-intensivecaresyndroom is aandacht en geld nodig." De mens- en familiegerichte zorg is daarin een eerste stap.

Drie kussen
Patiënten als Hans van den Bos, die na hun genezing openhartig en helder over hun gevoelens spreken, zijn voor de zorgverleners op de intensive care van grote waarde. Ze geven inzicht in hoe zij hun verblijf op de ic hebben ervaren en wat beter kan. Niet alleen voor de patiënt, ook voor familieleden, voor wie het minstens zo zwaar is om hun dierbare zo ernstig ziek te zien.

Het ic-team van het Spaarne Gasthuis heeft de mens- en familiegerichte zorg volledig geïntegreerd in de dagelijkse werkzaamheden. Ic-verpleegkundigen Gijsbers, Lia van der Lingen en Joep Beneken Kolmer lijken het echter van nature al in zich te hebben.

Het is de manier waarop Gijsbers haar voormalige patiënt Hans van den Bos drie kussen geeft - oprecht blij dat hij zijn Spaanse lessen heeft opgepakt en zelfs weer een potje tennist. Van Lingen weet, vijf jaar later en honderden patiënten verder, nog tot in detail hoe laat en onder welke omstandigheden Van den Bos werd binnengebracht. Joep Beneken Kolmer knikt, begripvol. Zijn hele verschijning heeft iets troostrijks geruststellends.

"Iedereen was er al op zijn eigen manier mee bezig," zegt Van der Lingen. "Maar nu passen alle verpleegkundigen deze manier van werken toe." Gijsbers: "Op den duur gaat het in ieders genen zitten en hoort het erbij."

Hoe ervaren de drie ook zijn, fouten maken ze nog steeds weleens. Zoals die keer dat Gijsbers tijdens een drukke nachtdienst een alarmknop boven een bed uitdrukte en wegging zonder iets te zeggen. "Later sloeg ik mezelf voor mijn kop. Ik had moeten uitleggen waarom het alarm afging en moeten zeggen dat er niets aan de hand was. De patiënt kan zich door zoiets onnodig ongerust maken. Dat overkomt me geen tweede keer."

De ic-verpleegkundigen kijken nu veel meer dan eerst naar wie de patiënt was voordat hij op de ic kwam. "We praten met de familie en vragen bijvoorbeeld naar het beroep, hobby's, interesses. Daardoor krijg je aanknopingspunten om een praatje te maken," aldus Lia van der Lingen.

Dat heeft volgens Beneken Kolmer ook te maken met het feit dat patiënten minder in slaap worden gehouden dan vroeger. "Ze zijn overdag actiever, doen vaker een beroep doen op de verpleegkundige. Door een gesprek of leuke gebeurtenis kunnen ze de pijn dan even vergeten. We proberen zo veel mogelijk te zorgen dat iemand het in die slechte situatie toch een beetje naar zijn zin heeft."

Honden en katten
Zo mogen honden en katten in het kader van mens- en familiegerichte zorg ook op de intensive care komen. Gijsbers: "De ziekenhuishygiëniste zag geen enkel bezwaar. Als iemand erg somber is, kan de aanwezigheid van zijn huisdier helpen. Je ziet mensen opknappen." Op de ic-afdeling heeft al eens een kleinkind viool gespeeld voor opa, en afgelopen Kerstmis gaf vocalgroup Sorelle er een concert. Dit jaar zingen de Barbers & Bishops er.

In het Spaarne Gasthuis kijken verpleegkundigen nu veel meer dan eerst naar wie de patiënt was voordat hij op de ic kwam Beeld Dingena Mol

Internist-intensivist Kors: "Dat was tien jaar geleden ondenkbaar. Toen was het idee: we zijn hier om levens te redden, niet om een beetje muziek te maken."

Dat ook de familie in de nieuwe werkwijze veel meer aandacht krijgt, vonden de ic-verpleegkundigen eerst maar lastig. Gijsbers: "Bij intensiever contact krijg je te maken met allerlei emoties. Gaandeweg leerden we daarmee omgaan, er een balans in te vinden. Ik vind dat nu juist het mooie van dit vak. Je bouwt een band met mensen op, waardoor je echt iets kunt betekenen."

Die extra aandacht zit hem in een goed gesprek, maar ook in zaken die voor verpleegkundigen vanzelfsprekend zijn. Die kunnen bij bezorgde familieleden echter nervositeit of angst veroorzaken. Gijsbers: "Als je langer dan een halfuur wegblijft, laat je de familie weten wat je aan het doen bent, bijvoorbeeld dat je bezig bent met gewone verzorging. We bereiden familie­leden ook voor op hoe de patiënt eruitziet, als ze dat nog niet weten."

Voor patiënten geldt hetzelfde. Altijd uitleggen wat je aan het doen bent en ze geruststellen. Kors: "Patiënten kunnen bijvoorbeeld angstig zijn als een verpleegkundige wegloopt. Om die reden zit er 's nachts altijd iemand op de kamer."

Ex-patiënt Hans van den Bos weet nog goed hoe bang hij is geweest. "Er was een moment dat ik écht dacht dat ik doodging. Ik had het gevoel in heel diep water te liggen en probeerde naar de oppervlakte te komen. Dat lukte maar niet. Ik kreeg het erg benauwd, raakte in paniek en loste op in een zwarte duisternis. Over en uit was het. Een heel nare ervaring."

Ic-verpleegkundigen Joep Beneken Kolmer en Lia van der Lingen Beeld Dingena Mol

Gijsbers knikt - aangedaan: "We weten het nog. Je was heel angstig en riep om je moeder. Het maakte veel indruk op ons."

Dagboek
De Terugkomdagen, waar ook Hans van den Bos zijn verhaal heeft gedaan, zijn volgens Beneken Kolmer nuttig voor patiënten én verpleegkundigen. "Patiënten herkennen veel bij elkaar en dat geeft steun. Ons geeft het een goed beeld van wat er in mensen omgaat als ze daar liggen."

Van den Bos werkt nog altijd aan zijn herstel, maar voelt zich mentaal een stuk beter. "Ik ben een optimistisch mens, dat heeft mij erdoorheen getrokken. Het helpt ook om er veel over te praten en mijn ervaringen op papier te zetten. Anders is dat voor mijn vrouw, die er nog steeds heel nare herinneringen aan heeft en er liever niet steeds over praat. Voor haar en de kinderen was het veel erger dan voor mij. Zij hadden elke dag de angst dat ik het niet zou overleven."

In het dagboek met foto's dat zijn jongste zoon op advies van Lia van der Lingen had bijgehouden, las Van den Bos later hoe zijn zoon die eerste dag huilend aan zijn bed had gestaan.

"Dat greep me aan. Ik realiseerde me hoe het voor hem was. Het gaf me ook de mogelijkheid mijn dromen te vergelijken met wat hij had opgeschreven. Vaak bleken ze verweven te zijn met elementen uit de werkelijkheid, met gesprekken of gebeurtenissen die ik kennelijk toch had meegekregen. Ook dit hielp mij bij de verwerking."

Als Van den Bos even later over de gang van de ic loopt, houden de verpleegkundigen hem opgetogen staande. "Wat een gezonde blos en volle wangen! Wat zie je er goed uit!" Bas Kors begrijpt hun enthousiasme: "Het mooiste blijft om een patiënt opgeknapt terug te zien. Dat is uiteindelijk waar je het allemaal voor doet."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden