Column

'Meneer Versteeg zei één ding wel en je kon de klok erop gelijk zetten'

Beeld Ivo van der Bent

Een paar jaar geleden kwam ik elke zaterdag in Artis. Samen met meneer Versteeg, die in het Sint Jacobshuis aan de overkant woonde, een woonzorgcentrum dat inmiddels op de nominatie staat om gesloopt te worden. Meneer Versteeg bewoonde er een kamertje van drie bij drie met een bed, een raam en een televisie. Hij had geen vrouw, geen kinderen, geen vrienden en ook geen kennissen. Daarom kwam ik langs.

Elke zaterdagochtend hees ik hem in zijn rolstoel, riem vast, sjaal om, zodat we om precies tien over tien door de poorten van Artis liepen, iets waar meneer Versteeg geen genoeg van kon krijgen.

Tenminste, dat dénk ik. Want meneer Versteeg zei niet zo veel. Niet over wat hij leuk vond, niet over wat hij stom vond, niet over vroeger, niet over nu, niet over het weer, niet over het nieuws, niet over de andere bewoners, hij zei zelfs niets over het eten, toch vaak een dankbaar onderwerp voor mensen die sociaal niet zo soepel zijn.

Maar één ding zei hij wel, je kon de klok erop gelijk zetten als we na twee uur aapjes kijken weer richting uitgang rolden: 'Net wat ik zeg, je ziet toch elke keer weer wat nieuws.' Over wát hij dan precies voor nieuws had gezien, zei hij dan weer niks.

Vorige week was ik weer eens in Artis. Ik kreeg er een rondleiding van Maarten, een man die ooit journalist wilde worden maar niet van bellen hield - en bij nader inzien eigenlijk ook niet zo van mensen. Omdat hij des te meer van dieren hield, specialiseerde hij zich in Animal Studies, een studie aan de UvA die de relatie tussen dier, mens en maatschappij onderzocht. De rondleidingen in Artis deed hij er vrijwillig bij.

We stonden stil bij de Japanse makaken, volgens Maarten de enige apen ter wereld die hun voedsel in water wasten, en hun kinderen ook, waarmee niet alleen was bewezen dat ze buitengewoon intelligent waren, maar elkaar ook nog iets konden leren.

We gingen backstage bij het Kleine Zoogdierenhuis, waar we naast een doos dode ratten met stijve staarten ook een Tupperwarebak meelwormen zagen waar met zwarte stift 'Pas op, levensgevaar' en 'Scherpe tanden' op stond geschreven. Maarten, verontschuldigend: 'Verzorgershumor.'

We hielden een olifantenkies vast van vier kilo, bespraken de mogelijkheid van het houden van een kantjil als huisdier ('Nee joh, die hebben heel kleine pootjes, die breken snel'), leerden dat het water uit het zoutwateraquarium helemaal uit de Golf van Biskaje wordt gehaald omdat de Noordzee te vervuild is en keken naar de margay, een Zuid-Amerikaanse katachtige waar Maarten graag nog eens in zou reïncarneren. 'Ik zou de hele dag naar mezelf kijken in de spiegel.'

Tot slot keken we naar de pinguïns, een diersoort die sinds de Spy in the Huddle-serie op de KRO op meer dan warme belangstelling kon rekenen. Terecht, volgens Maarten. 'Het is hier één groot dorpsplein. Dan pikt de één weer het huisje in van de ander, dan gaat er weer iemand vreemd, dan maakt er weer eentje ruzie... Nu valt het niet op, maar als je langer kijkt, zie je dat het hier net een soort Goede Tijden, Slechte Tijden is.'

Had die ouwe Versteeg toch nog gelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden