PlusInterview

Melle Daamen: 'Ik hang niet de grote meneer uit'

Directeur van de stadsschouwburg Melle Daamen (57), het enfant terrible van de Amsterdamse kunstwereld, vertrekt. Hij gaat naar Theater Rotterdam. Met zijn overstap onthulde hij dat hij ziek is. 'Parkinson. Liever had ik niets gezegd.'

'In Amsterdam komt het publiek toch wel, of de voorstelling nu mislukt of niet'Beeld Ivo van der Bent

Op de zolder van het ouderlijk huis in Ulft stonden twee grote kisten, gevuld met een SS-uniform en andere oorlogsparafernalia. Nooit heeft Melle Daamen zijn vader kwader gezien dan de dag dat hij erachter kwam dat er dingen uit waren verdwenen. En al helemaal niet toen een van zijn zussen opperde dat het de muizen moesten zijn geweest.

"Mijn oudere broer en zussen kregen er vreselijk van langs," zegt Daamen. "Maar ik was het die spullen aan de zoon van de bakker had gegeven, in ruil voor snoep. Dat ik dat zou kunnen doen kwam niet in hem op."

Zijn vader, in het dagelijks leven directeur van de DRU-fabriek voor kachels en metalen huishoudartikelen, was in de oorlog spion geweest. Geronseld als student in Delft. Zijn nom de guerre: Melle Wiersma.

Daamen: "Er stonden op zolder ook kisten met papier. Die heeft hij de volgende dag dichtgespijkerd. Mijn moeder kreeg opdracht ze te verbranden na zijn dood. Dat is ook ­gebeurd."

Wat kan erin hebben gezeten?
"Dat zou ik ook wel willen weten. Informatie die hem vrij kon pleiten, mocht hij ­alsnog ergens van worden beschuldigd? Je had het Englandspiel en de mogelijke rol van prins Bernhard daarin. Je had de zaak rond dubbelspion King Kong. Mijn vader vertelde weinig over de oorlog, alleen anekdotes. Zo heeft hij meegedaan aan een geldroof, waarbij het om veel meer geld zou zijn gegaan dan bij de Grote Treinroof in Engeland."

U maakt het wel spannend.
"Dat is het ook wel."

Daamen gaat Amsterdam verlaten, de stad waar hij sinds het begin van de jaren tachtig woonde en vijftien jaar de scepter zwaaide over de Stadsschouwburg aan het Leidseplein. Het is genoeg geweest. In Rotterdam wordt hij de baas van het nieuwe stadstheater, een fusie van Ro Theater, de Rotterdamse Schouwburg en Productiehuis Rotterdam met het acteurscollectief Wunderbaum. Zo'n kans komt niet nog een keer langs.

Wat vindt u mooi aan Rotterdam?
"Het grotestadsgevoel, de skyline. Ik ken Rotterdam heel lang. Als scholier ging ik er al uit. Dan moest je een taxi nemen om van het ene café naar het andere te gaan. De stad heeft na het bombardement in de oorlog langzaamaan weer een centrum gekregen, maar de rauwheid is gebleven. Wat mij trekt is de originaliteit en de diversiteit. Zwart en wit lopen er veel meer door elkaar."

En ze haten er Amsterdammers.
"Iemand heeft voor mij al een welkomstpartijtje georganiseerd. Zaten er in het café negen mensen op me te wachten. Hartstikke leuk. Maar er wordt natuurlijk wel net iets harder gelachen als je een grap maakt over Amsterdam."

In Amsterdam wordt Rotterdam graag ­gezien als culturele woestenij.
"Dat is dus niet waar. Alle voorzieningen zijn er, wat best bijzonder is voor een stad met kleine middenklasse. Het stadsbestuur heeft er bewust de cultuur binnengehaald. Niet omdat het volk erom vroeg, maar omdat het van belang is voor de ontwikkeling van de stad. Men is er fideel en betrouwbaar."

Anders dan in Amsterdam?
"Hier komt het publiek toch wel, of de voorstelling nu mislukt of niet. Dan hoeft het stadsbestuur alleen het obligate zinnetje op te schrijven: kunst is belangrijk. Van die braafpraat die iedereen kan verzinnen. Pas nu begint men de waarde van de kunst voor het toerisme te onderkennen."

Ivo van Hove, regisseur van Toneelgroep Amsterdam (TGA), vindt dat de Stadsschouwburg en TGA één moeten worden. En dan natuurlijk onder zijn leiding.
"Daar geloof ik niet in. Programmeren is een apart vak. Je moet ervoor zorgen dat geen van beide dominant wordt. Onze voorgangers, Cox Habbema en Gerardjan Rijnders, hadden alleen maar mot. Het was onze taak de zaak weer bij elkaar te brengen."

Iemand zei me: Daamen en Van Hove ­lijken heel aardig en zacht, maar het zijn mannetjes die vooral hun gelijk willen halen.
"Dat is toch niet slecht?"

In Amsterdam komt het publiek toch wel, of de voorstelling nu mislukt of niet.Beeld Ivo van der Bent

Hoe is jullie relatie tegenwoordig?
"Zakelijk goed, privé komen we niet bij elkaar over de vloer."

Waar botst het?
"Op praktische zaken. Tarieven. Uiteindelijk gaat het om de centjes. En Ivo had wat vaker kunnen aangeven dat het huistheater ook een rol speelt in het succes van het huisgezelschap."

Ik hoorde dat u ruzie had over de komst van de musical Lazarus van Ivo van Hove en David Bowie. U had de wereldpremière kunnen hebben.
"We hadden daarvoor voorstellingen moeten verplaatsen, ook van Toneelgroep Amsterdam. Die wilde niet."

Het was eigenlijk een ruzie tussen Van Hove en zijn eigen TGA?
"Dat zou flauw zijn om te zeggen."

Want u bent er ook voor gaan liggen.
"Het kon gewoon niet. Ik kan zoiets er niet zomaar doordrukken. Alleen Ivo en ik wisten dat het om David Bowie ging. Het heette 'the secret project'. Zo hadden we het erover. Ivo glunderde zoals alleen hij dat kan. Dan probeert hij zijn gezicht strak te houden, maar dat lukt niet. Het was een jeugdheld van hem."

En nu? Spijt als haren op uw hoofd?
"Als het was gelukt, was ik natuurlijk hartstikke blij geweest, maar het paste ook niet echt in onze programmering. Het is ­musical. Ik weet niet eens of het gelukt was trouwens. Achteraf was de kans klein."

U heeft altijd gezegd: kunst is niet voor kunstenaars, maar voor het publiek.
"Ik heb gezegd: kunst komt pas tot zijn recht als het in contact komt met publiek. Het is geen l'art pour l'art, maar l'art pour l'homme. Kunst zonder publiek blijft een in zichzelf gekeerd ding dat niet communiceert."

De verguisde cultuurminister Elco Brinkman zei: waar veel publiek is, wordt ­kennelijk kwaliteit geleverd.
"Die stelling kan ik wel verdedigen. Veel bekender is overigens zijn uitspraak over kunst als glijmiddel van de economie."

U heeft nogal wat tumult veroorzaakt met de opmerking dat Nederland te klein is voor zo veel gezelschappen, orkesten en ensembles.
"Dat vind ik nog steeds. We doen er beter aan het geld te concentreren, en dat hoeft ­helemaal niet alleen in Amsterdam of Rotterdam of alleen bij grote gezelschappen. Zoals het nu gaat leidt het niet tot ontwikkeling van talent. Het is allemaal veel te versnipperd. En voor het publiek gaat het te snel en te vluchtig. De neiging is groot om, zonder dat je de kunst echt begrijpt, hopsakee weer een nieuw blik kunstenaars open te trekken of naar een volgend schilderij te rennen."

De kunst verhipt?
"Het wordt een soort modieus ding. Wat ik teleurstellend vind, maar nu begeef ik me op glad ijs, is dat de bezuinigingen van het eerste kabinet-Rutte niet hebben geleid tot ander beleid."

Tot zelfreflectie?
"Tot selectie op het moment dat er weer meer geld komt. Dat is wat anders dan zeggen dat bezuinigingen goed zijn. Daar ben ik wel van geschrokken. Mensen die ineens zeggen: het was ook wel een beetje te gek met jullie. Mensen van wie wij dachten dat het onze vrienden waren."

U bent ook uitgemaakt voor vriend van bezuiniger Halbe Zijlstra.
"Het is lastig. In hoeverre moet je dingen niet zeggen, omdat ze misbruikt kunnen worden? Dat maakt je monddood."

Melle Daamen, het enfant terrible van de ­Amsterdamse kunstwereld. Een man die graag hard lacht op ongepaste momenten, maar als oprichtingsdirecteur van de Mondriaan Stichting en voormalig lid van de Raad voor Cultuur iedereen onder de sneltoets van zijn telefoon heeft staan die er ook maar iets toe doet in de Nederlandse cultuur.

Een kunstpaus op gymschoenen.

"De eerste keer dat ik dacht: o, wat is kunst mooi, was op een rugzakvakantie," zegt hij. "Ik was zeventien en zat op de ­camping in Avignon. Daar zag ik mensen een groot gebouw in gaan. Ik liep er zomaar ­achteraan. Er was prachtige muziek."

"Later hoorde ik die terug op de radio. Bleek ik bij de wereldpremière te zijn geweest van ­Einstein on the beach van Philip Glass. Die duurt zes uur, zonder pauze. Mensen lopen voortdurend in en uit."

Misschien moet het theater af van zijn oude conventies, denkt Daamen. Met zijn allen stilletjes op een stoel zitten om in deftige bewondering te genieten van wat de ­acteurs op het podium te bieden hebben.

"Er was hier een stagiaire voor één dag," zegt hij. "Een Amsterdams-Surinaams meisje van vijftien. Ze moest door de telefoon aan een vriendin uitleggen waar ze was. Na lang aarzelen zei ze: 'Nou, ja, je weet wel, dat ­gebouw ­tegenover de Apple Store'."

Sta je dan met je vier eeuwen traditie.

Op de gevel van de Stadsschouwburg hing u een spandoek: 'Wat doet Apple voor de vluchtelingen?'
Grinnikend: "Ik kan het niet laten. Ik weet dat veel mensen zich eraan hebben geërgerd en het zal wel stom zijn geweest, maar ik zou het zo weer doen. Het was heftig. Op Twitter werd ik uitgemaakt voor gutmensch. Ik kende dat woord niet, maar het zal wel niet goed zijn."

'Ik hang niet de grote meneer uit, nog afgezien van de vraag of ik dat ben.'Beeld Ivo van der Bent

Vindt u het leuk mensen tegen de haren in te strijken?
"Ik doe het, maar vervolgens ben ik confuus over de reacties. Dan wil ik toch weer lief en aardig worden gevonden."

Wat dan weer vrij snel lukt.
"Omdat ik geen macht uitstraal. Ik hang niet de grote meneer uit, nog afgezien van de vraag of ik dat ben. Ik maak net de verkeerde grapjes in gezelschap en dat vinden anderen dan weer heel leuk. Daardoor kan ik me ­tussen de werelden begeven."

Mensen zeggen: hij is onderdeel geworden van iets waarvan hij geen onderdeel wil zijn. Het kunstestablishment.
"In de jaren zestig schreef Rudi Dutschke over de lange mars door de instituties. Hij zwoor de revolutie af en riep op gebruik te maken van de democratie om zo de macht over te nemen. Vanuit mijn maatschappelijke betrokkenheid ben ik me gaan bezighouden met het establishment."

En ineens ben je het zelf.
"Ja, nou, goed. Ik heb er een dubbele verhouding mee. Ik maak graag deel uit van de grote wereld, maar ik heb ook het gevoel dat ik er niet helemaal bij hoor. En ik wil er ook weer een beetje tegenaan trappen."

Vroeger liep u nog met een veiligheidsspeld door uw neus.
"Ik was begin jaren tachtig een van de oprichters van illegaal café De Muur. Dat fungeerde als een buurthuis voor krakers die bij mij voor een gulden een broodje kwamen eten. Ik had een stukje uit een veiligheidsspeld gezaagd en met lijm aan de andere kant vastgemaakt. Dat klemde ik dan aan mijn neus; mijn bijdrage aan de punkbeweging. Het zag er reuze goed uit."

Er zijn mensen die zeggen dat u niet ­volwassen wilt worden.
"Dat beschouw ik dan maar als een compliment. Het is niet mijn doel om oud te worden. Ik wil blijven volgen wat er omgaat in de wereld. Daar helpen jongeren meer bij dan ouderen."

Vindt u het vervelend om kunstpaus te worden genoemd?
"Wat ik een eer vind is dat de schouwburg er weer helemaal bij hoort, nadat ik het had aangetroffen als een verweesde plek die niet meer erg serieus genomen werd. Daar het pausje van zijn, geeft wel een kick. Is dat ijdelheid? Het is in elk geval een drijfveer."

Bij de aankondiging van uw overstap heeft u onthuld ziek te zijn.
"Ik heb parkinson. Al tien jaar, maar het gaat heel langzaam. Het is een milde vorm, in de zin dat ik vooral last heb van een trillende rechterhand. Dan sta ik boos te wijzen naar iemand met zo'n vingertje dat de hele tijd op en neer gaat."

Waarom heeft u het openbaar gemaakt?
"Ik merkte dat mensen erover begonnen te praten. Een vriendin vertelde dat twee mensen hadden gevraagd of ik dronken was. Toen dacht ik: nu moet ik er maar wat over zeggen.

Krijg je de reactie dat mensen dat stoer vinden. Eerlijk gezegd had ik het liever niet gedaan en was ik gewoon verdergegaan met mijn kop in het zand te steken. Ik heb geen enkele wens om ambassadeur van de ziekte te worden."

Bent u bang voor medelijden?
"In een restaurant vroeg iemand: zal ik de pizza voor u snijden? In het begin schrik je, ook omdat het een ouderdomsziekte is en dat past niet helemaal bij mijn levensbeeld. Ik heb het eerst helemaal geheim gehouden. Het is een ziekte waarbij iedereen meteen denkt aan de allerergste vorm, zoals bij prins Claus of bij Muhammad Ali. Daar wil ik niet bij horen. Er is bij mij nog zo veel mogelijk met medicatie."

Het zal tijdens uw sollicitatie in Rotterdam aan de orde zijn gekomen.
"Ze hebben me met volle wetenschap aangesteld. Ik heb het aan de orde gesteld en zij hebben het afgewogen. Dat wist ik niet, maar dat hoorde ik later. Dat is wel fijn. Zo kan ik met een schone lei beginnen, zonder geheim."

Kunt u goed omgaan met tegenslag?
"Een vriendin zei: voor depressie heb jij geen aanleg. Tegenslag leidt bij mij niet tot moedeloosheid en zeker niet tot het gevoel dat je in bed wilt blijven liggen met de ­dekens over je heen."

Uw vader kwam om bij een ongeluk met zijn zeilboot toen u elf was.
"En opeens zat ik met een moeder die zwaar depressief werd."

Die had dus wel aanleg voor depressie.
"Nu je het zegt. Depressie is erfelijk. Nou, dan ben ik goed weggekomen."

Dan sta ik boos te wijzen naar iemand met zo'n vingertje dat de hele tijd op en neer gaat.Beeld Ivo van der Bent

Denkt u nog vaak aan uw vader?
"Ik weet uit de verhalen van mijn broer en zussen dat hij streng was. Nors. Maar ik was een nakomeling. Hij had inmiddels een soort handigheid gekregen in de omgang met kinderen, was meer op zijn gemak. Zijn dood kan ik me nog wel herinneren, maar als kind ervaar je dat anders. Op de een of andere ­manier accepteer je de dingen makkelijker."

Ook de omgang met een depressieve ­moeder?
"Ik vond het thuis niet echt veilig. Dat verklaart waarom ik al die activiteiten buiten de deur ging doen. Ik ben geen zondagskind, maar het tegendeel is ook niet waar."

Ook uw broer is overleden.
"Net als mijn vader: bij een zeilongeluk."

Bent u weleens in therapie geweest?
"Lang geleden."

Wat wilde u ontdekken over uzelf?
"Ik zei dat ik geen aanleg voor depressie heb, maar talent voor groot geluk heb ik evenmin. Het calvinistische gedrag: het kan altijd beter. Ik heb er veel aan gehad. Door psychotherapie ga je begrijpen waarom je dingen niet zo goed kunt en wat je eng vindt. Dat is de sleutel tot gedragsverandering."

U heeft geleerd gelukkig te worden?
"In elk geval het leven iets makkelijker te nemen."

U stond lang bekend als de meest ­begeerde vrijgezel van Amsterdam.
"Dat wordt gezegd. Had het me dan ook maar laten meemaken. Ik was helemaal niet handig met vrouwen. Door alle verhuizingen in mijn jeugd ben ik er ook pas laat aan ­begonnen."

Uw vriendin zei: we kennen elkaar zestien jaar, maar pas nu heeft Melle het idee dat we samen oud gaan worden.
"Dat heb ik nooit eerder zo sterk gehad. Ik denk dat ik vrouwen vroeger enger vond. Als je bang bent om verlaten te worden, wil je je niet binden."

Je hoeft geen psycholoog te zijn om daar het verleden in terug te zien.
"De eerste vraag van mijn psychiater was: werd er thuis geknuffeld? Ik ben op mijn tweede aan mijn ogen geopereerd. In het ­linker zat staar en het rechter is ook niet goed.

Mijn moeder hoorde me huilen toen ze me achterliet in het ziekenhuis. De operatie moest worden uitgesteld omdat ik last had van heimwee. Pas na een paar dagen mocht ze terugkomen, dat was heel gebruikelijk in die tijd.

Toen ik dat vertelde, sprak de psychiater de historische woorden: 'We weten dat zoiets niet goed is voor de relatie tussen ­moeder en kind, met mogelijk gevolgen voor relaties met vrouwen in het algemeen.'"
Een harde lach vult zijn werkkamer.

CV

11 ­januari 1959, Heumen

1972-1978
De Werkplaats (Kees Boekeschool), Bilthoven
1978-1986
Politicologie, Universiteit van Amsterdam
1987-1990
Adviseur bij Leyer & Weerstra Management ­Consultants
1991-1994
Waarnemend directeur Amsterdams Uit Buro
1994-2001
Directeur Mondriaan Stichting
2001-heden
Directeur Stadsschouwburg
2006-2012
Voorzitter ­Internationaal Filmfestival ­Rotterdam
2007-2015
Lid Raad voor ­Cultuur

Daamen hoopt zich binnenkort met zijn vriendin in Rotterdam te ­vestigen

'De eerste vraag van mijn psychiater was: werd er thuis geknuffeld?'Beeld Ivo van der Bent
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden