COLUMN

Meester Zwagerman stuurde de snotneus Facebookberichten

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn debuutroman De Belofte van Pisa. De film-, theater- en hoorspelrechten van het boek werden verkocht, en ook verschijnt de roman in 2016 in het Duits. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Mano Bouzamour Beeld Floris Lok

Toen ik las dat hij een studie Nederlands had afgekapt om zich volledig op het lezen en schrijven te storten, moest ik lachen. Daar was ik namelijk ook schuldig aan.

Ik ontmoette Joost Zwagerman in de stampvolle Stadsschouwburg. Samen dansten en dronken we op het Boekenbal, waar hij werd geflankeerd door zijn lieve vriendin Maaike en haar vriendin Orli. We lulden over van alles en nog wat en kwamen erachter dat we allebei op 22- jarige leeftijd hadden gedebuteerd.

'Volhouden en doorgaan. Je hoeft je niet te haasten. Neem vooral je tijd,' vertelde hij vaderlijk, terwijl hij fier en feestelijk mensen om zich heen begroette. Daarna viel het gezelschap uiteen, zoals dat vaker gebeurt op feestjes, en belandden de doordouwers op een afterparty in De Balie, waar het tot in de vroege uurtjes doorging.

De dag na het Boekenbal, het was een zonnige maar koude zaterdagmiddag, kwam ik bij op een terrasje op het Leidseplein. Ik ontving een vriendschapsverzoek op Facebook vergezeld van een privéberichtje.

'Mano! Wat een leuk Boekenbal was het hè? Nog laat gemaakt? Wij gingen om half vijf of zo weg bij De Balie... Leuk je gesproken te hebben...!'

Ik was blij verrast. Het was de omgekeerde wereld: de meester die de snotneus een attent bericht stuurde. We werden Facebookmaatjes, liketen elkaars Facebookpostjes en -plaatjes en elke keer wanneer hij dat deed, glunderde ik van trots en dacht ik: Joost fucking Zwagerman liket én becommentarieert mijn berichtjes!

Ik vond het fascinerend hoe hij op zo'n heldere wijze kon formuleren. Geen woord overbodig. Heel duidelijk, heel clean. Onbegrijpelijk dat zo'n helder verstand dan volledig bevangen kan raken door zwartgalligheid.

De fascinatie voor de dood snap ik simpelweg niet. De dood is ongrijpbaar. Dus waag ik mij ook niet aan overpeinzingen erover. Mulisch werd een keer gevraagd of hij bang was voor de dood - in hetzelfde interview waarin hij Zwagerman noemde als kroonprins van de literatuur. Zijn antwoord deed het kleine beetje angst dat ik had voor de dood, volledig verdwijnen. 'Als je dood bent, dan is er niks. Voordat je geboren werd, was er ook niks. Daar ga je dan naartoe. Was dat nou zo'n vreselijke tijd?'

Op sublieme wijze werd het grote onbekende taalkundig ontleed. Harry vervolgde: 'Waar je wel bang voor kan zijn, is het sterven. Hoe ga je dood?'

Toen het treurige nieuws over Zwagerman mij via een Whatsappje bereikte, zat ik te schrijven. Bedroefd klapte ik m'n MacBook dicht. Hoe zou het zijn gegaan? Een stuk touw? Overdosis slaappillen? Het maakte allemaal niet uit. Je kan alleen maar hopen dat die attente man niet te veel heeft geleden.

Op het bal des levens kun je dansen of toekijken. Een groot schrijver doet beide. Om er vervolgens bevlogen over te schrijven.

Meester Zwagerman zal voor altijd in m'n gedachten blijven.


Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan. Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden