Plus

Meester-schoenmaker Ton de Jong (58) stopt: 'Het zal best even pijn doen'

Na een heel leven tussen leer, lijm en rubber stopt meester-schoenmaker Ton de Jong (58) ermee. Zijn winkel op de Koninginneweg was een begrip. De klanten zullen hem missen.
En hij hen.

Meester-schoenmaker Ton de JongBeeld Carly Wollaert

Een roerloze namiddagstilte. Na een korte groet, en een vluchtig opkijken, hervat Ton de Jong zijn werk achter de stikmachine. Om hem heen de sterke geur van leer, lijm en rubber.

Onverstoorbaar, geen moment beducht voor het zwijgen, voorziet hij een herenschoen van keurige naden.

Het moeten die serene ogenblikken zijn, die de klanten openhartig maken. Ontboezemingen volgen over hun man die vreemdging, over het gezeur op hun werk, een ziek familielid of hun in slaap gesukkelde huwelijk.

Klantenkring
De trouwe klanten uit Zuid zullen hem missen: de man die niet alleen geduldig hun verhalen aanhoorde, maar bovenal hun gehavende, niet zelden peperdure schoenen weer wist op te lappen en blinkend gepoetst op de toonbank zette.

Tot zijn klantenkring behoren veel BN'ers, ­expats en ­bewoners van Zuid. De meesten hebben een goedgevulde schoenenkast en keren meer dan eens terug.

"Dankzij deze buurt repareer ik hoogwaardige schoenen van merken als Louboutin, Manolo Blahnik, Chanel, Santoni en Gucci. Sommige mensen hebben zes paar schoenen van zo'n 700 euro, soms wel 5000 euro. Ze gaan op die naaldhakken niet meer alleen naar een feestje zoals vroeger, maar doen er ook boodschappen mee. Die hakjes slijten dus enorm."

Maar na veertig jaar sluit De Jong Meesterschoenmaker de deuren. De Jong heeft er genoeg van; het langdurige lichamelijke werk werd te belastend.

Herinneringen
De Jong bergt de gestikte schoen op, plant zijn bril in zijn haar en verbreekt de stilte: "Koffie? Kom mee naar achter!" Achter de zaak bevindt zich het woonhuis waar hij is geboren, waar ooit de werkplaats van zijn vader was en waar hij volwassen is geworden.

Het pand op de ­Koninginneweg is al sinds 1927 een schoenmakerij. De Jongs vader leerde er in 1937 het schoenmakersvak en keerde in 1945, kort na de Tweede Wereldoorlog, terug om de zaak te kopen en voor zichzelf te beginnen.

In die ruimte achter de winkel komen de herinneringen vanzelf. Het gat in de muur waar De Jong en zijn broertje altijd hun luchtdrukpistooltjes op richtten. De plek van hun stapelbed, waarin ze nooit konden uitslapen omdat hun vader zo vroeg op stond. Het personeel dat bij hen over de vloer kwam om tussen de middag een ­boterham te eten.

"Ik ben letterlijk tussen leer, lijm en rubber geboren," zegt De Jong. Een jaar of dertien was hij toen hij uit een stuk leer tasjes maakte en die verkocht op school. Als er iemand ziek was, sprong hij vaak in om zijn vader te helpen. "Dat vond ik spannend. Ik mocht stikken en kleine dingen afwerken aan schoenen."

Vergeelde labeltjes
Hij gaat via een steil houten trapje naar de kelder, waar zijn vader vroeger dagelijks werkte. Een muf, klam vertrek met leer, leesten, spijkers, steunzolen, laarzenoprekkers, ­gereedschappen, imposante, ambachtelijke machines - de meeste meer dan vijftig jaar oud. De Jong gebruikt ­enkele machines nog geregeld, bijvoorbeeld voor het schuren van hakken en zolen.

Aan een balk hangen vergeelde labeltjes met daarop handgeschreven de namen van mensen die ooit hun ­orthopedische schoenen zouden komen halen: Mevrouw Van de Broek, Meneer Elenbaas. Er ligt zelfs een nooit verstrekt stapeltje orthopedische zooltjes.

"Tja, wat je niet weghaalt, blijft liggen," constateert De Jong nuchter. "Je komt hier soms dingen van zestig à zeventig jaar geleden tegen. Zo wordt het vanzelf een museum."

Al is alles in de kelder doordrenkt van nostalgie, De Jong lijkt nauwelijks bevangen te zijn door weemoed. "Het meeste zal als oud ijzer naar de schroothoop gaan," zegt hij droog. "Maar je ziet dus wel: schoenen repareren is meer dan een hakje vast tikken."

Hij werkte vanaf zijn zeventiende bij zijn vader in de zaak, totdat hij die in 1983 overnam. "Mijn vader heeft toen nog tot zijn 74ste een paar dagen per week meegeholpen."

De liefde voor het vak groeide langzaam. Hij hield niet van leren en moest toch een vak leren. Het schoenherstellen was hem natuurlijk 'met de schoenlepel ingegoten'. De Jong kreeg steeds meer aardigheid in het perfect dichten van een gat in een zool, het fraai repareren van een hakje, het fonkelnieuw afleveren van een schoen. "Het geeft voldoening als je de klanten daarmee blij kunt maken."

Zijn vriendin Carla den Boer, die hij in 2006 in Spanje leerde kennen, keek hem soms met opgetrokken wenkbrauwen aan als hij vol vuur sprak over de tussenzolen, de teensprong, de contrefort of de neusversteviging. "Zij ­begreep er niets van, maar voor mij was het vanzelfsprekend. Inmiddels weet ze er ook alles van."

Tot 2001 had hij personeel in dienst. "Daar ­waren medewerkers bij die het liefst van acht tot vijf met een kamerscherm om hen heen stonden te werken. Ik vind het juist leuk om met klanten te praten."

Beeld Carly Wollaert

Die klanten kunnen vooral ook zijn vakmanschap waarderen. Als geen ander beheerst hij de relatief nieuwe kunst van het luxemerkschoenenherstel. "Dure herenschoenen van Santoni of Louboutin hebben bijvoorbeeld vaak een rode of oranje zool. Klanten willen die weer als nieuw hebben, in precies dezelfde kleur."

Welgesteld
Expats die weer terug zijn in Engeland of Duitsland laten nog steeds door De Jong schoenen herstellen.

"In het buitenland zijn niet zo veel schoenmakers, daarom blijven ze mij trouw. Ik heb zelfs meegemaakt dat iemand tijdens een wandeltocht van Schotland naar ­Nepal zijn kapotte schoen naar mij opstuurde. Ik heb hem gerepareerd en weer teruggestuurd."

Hij heeft niet uitsluitend welgestelde klanten. "Er kwam hier eens een dame duidelijk van goede komaf, maar die nu op straat leefde. Ze legde een paar vieze, afgetrapte schoenen op de toonbank. Die had ze bij de vuilnisbak gevonden. Ik was even huiverig dat ze er misschien geen geld voor had, maar ze betaalde keurig voor de reparatie."

Lichamelijk zwaar
Sinds 2001 staat De Jong alleen in de zaak. Dat betekent dat hij lange dagen maakt, van soms vijftien uur achtereen. "Het is lichamelijk zwaar werk. Bovendien had ik nauwelijks vrije tijd. Dat werd te belastend."

Beeld Carly Wollaert

Veel mensen denken dat hij weg móet vanwege een huurverhoging, zoals veel kleine ondernemers in de buurt gebeurt. "Dat is gelukkig niet het geval. Ik stop niet omdat het moet, maar omdat ik er genoeg van heb. Dit familiepand is in bezit van mijn moeder. We verkopen het aan een projectontwikkelaar."

In september gaat De Jong met zijn vriendin Carla in Spanje wonen, waar ze een huis hebben. "Klanten feliciteren ons daarmee, maar vinden het ook jammer. Ze rennen snel naar huis om wat schoenen uit de kast te halen, die ik dan nog net voor ze kan maken."

In de winkel worden de rekken met veters, schoensmeer en inlegzooltjes leger en leger. Nog even en De Jong zal de geur van lijm, leer en rubber nooit meer dagelijks ruiken.

"Het zal best even pijn doen. Je bouwt in al die jaren een band op met klanten. Ik heb veel dames in mijn klantenkring en maakte altijd geintjes met ze. Ja, 'mijn meisjes' zal ik erg missen, maar met het werk ben ik echt wel klaar."

Vrijdag is De Jong Meesterschoenmaker voor het laatst open. Dan is er ook een afscheidsborrel van 16.00 tot 20.00 uur bij de winkel, Koninginneweg 253.

Beeld Carly Wollaert
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden