Plus PS

Meester Jan Bregman heeft een moestuintje in zijn hart

De zomerwortel moet vóór de maïsplant staan en sla draai je uit de grond: meester Jan Bregman (64) leerde in 43 jaar 10.000 kinderen tuinieren. Zijn tips staan nu in een moestuinboek.

Meester Jan op de schooltuinin Park Frankendael: 'Moestuinieren werkt ontspannend en er wacht je nog een beloning ook' Beeld Pépé Smit

Hij komt ze weleens tegen in de Kalverstraat: boomlange kerels die hem joviaal op de schouder slaan: "Meester Jan!" Hebben ze als kind les van hem gehad in de schooltuin.

Meer dan 10.000 basisschoolleerlingen heeft Jan Bregman de afgelopen 43 jaar voorbij zien komen. Dit is zijn laatste jaar als moestuinmeester op de H.C. Vinkschooltuin in Park Frankendael. Dan heeft hij dertig jaar op de oudste schooltuin van de stad gewerkt.

Bregman: "Ik houd van werken met kinderen; het is elke keer weer anders. Na de middelbare tuinbouwopleiding begon ik op een bureau van tuinarchitecten, maar binnen zitten was niets voor mij. Ik solliciteerde bij verschillende schooltuinen en bij één kon ik aan de slag als tuinman. Van daaruit ben ik vrij snel het lesgeven ingerold."

Zijn dienstwoning in park Frankendael laat hij straks achter. Hij is al huizen aan het bekijken in West-Friesland. Daar bracht hij zijn jeugd door in Hem, een dorp tussen Hoorn en Enkhuizen, waar zijn vader een tuindersbedrijf had.

"Ik ben opgegroeid in de tuinbouw: groenten, bloemen, bloembollen. Mijn vader deed ook zaadteelt. Meehelpen was vanzelfsprekend. Me afzetten deed ik niet. Dat kwam niet in me op en bovendien vond ik het leuk."

Dat Bregman na zijn pensioen terugkeert naar zijn geboortestreek is voor hem vanzelfsprekend. "Zeker, we hebben het goed gehad hier in Frankendael. De helft van wat op tafel kwam, kwam uit de moestuin. We aten met de seizoenen. Als ik aan het eind van het schooljaar stop, weet ik hoe het gaat. Straks is er een ander die mijn werk overneemt en die doet het op zijn manier. Prima, maar daar moet ik niet bij zijn." Over het nieuwe huis kan hij kort zijn. "Dat moet aan twee dingen voldoen: er moet een werkkamer zijn voor mijn vrouw en een tuin voor mij."

Maar eerst is er een boek. Deze week verscheen Het moestuinboek van meester Jan, een handboek met veel weetjes over groenten kweken, een handige zaai- en plantkalender, eerste hulp bij groenteproblemen, kindvriendelijke recepten en groentemoppen.

Elsbeth Louis: 'Ik vind het fantastisch dat je met één zaadje na een paar maanden een gigantische plant kunt hebben die heel veel oogst produceert' Beeld Pépé Smit

Bregman schreef het met Elsbeth Louis (45), moeder van een zoon die hij lesgaf. Zij werkt bij een uitgeverij en dacht: deze kennis mag niet verloren gaan. Samen schreven ze het boek waarmee iedere negenjarige nu een moestuin kan beginnen.

Wat is er zo leuk aan een moestuin?
Louis: "Het zorgen, zien hoe dingen groeien. Ik vind het fantastisch dat je met één zaadje na een paar maanden een gigantische plant kunt hebben die heel veel oogst produceert."

Bregman: "Moestuinieren werkt ontspannend en aan het eind wacht je nog een beloning ook."

Is moestuingroente ook lekkerder, zoals vaak wordt ­beweerd?
Louis: "Zeker. Zelfgekweekte groenten zijn steviger, minder waterig en voller van smaak dan die in de winkel."

Bregman: "Vergelijk het met de bio-industrie, waar dieren zo snel mogelijk moeten groeien om de winst te maximaliseren. Bij een productiebedrijf dat radijsjes voor de winkel kweekt, zijn de omstandigheden geforceerd: veel mest, veel water en de temperatuur wordt kunstmatig hooggehouden. Binnen vier weken heb je radijsjes. In de natuur duurt dat twee weken langer. Juist in die veertien dagen extra nemen de smaakstoffen toe."

Interesseren kinderen zich wel voor groente? Die
houden daar toch niet van?
Louis: "Dat is meestal tot een jaar of zes. Daarna vinden ze het vaak juist spannend om nieuwe dingen te proberen."

Bregman: "De leerlingen die op de tuin komen, zitten in groep 6 en 7, die zijn dus al wat ouder. Tijdens de eerste les hebben ze vaak geen idee waar groenten vandaan komen. Sommigen zijn ook wat afwerend en natuurlijk zijn slakken en spinnen vies en eng, maar het komt altijd goed."

Louis: "Dat komt door Jans manier van lesgeven, dat is een soort theater."

Bregman: "Ik laat kinderen op een speelse manier kennismaken met de moestuin. Je hebt docenten die zich boven de leerlingen plaatsen. Dat werkt niet, je moet op hun niveau gaan staan."

Louis: "Ik weet nog dat Jan de kinderen vertelde dat ze groene sla er altijd rechtsom moeten uitdraaien, omdat dat Europese sla is. Rode sla is Engels, dus die draai je er linksom uit."

Bregman: "Pure flauwekul natuurlijk, maar zo onthouden ze wel dat je sla niet uit de grond moet trekken, maar draaien."

Louis: "Het is de unieke Jan Bregmanstijl. Kinderen die les van hem hebben gehad vergeten het nooit meer."

Hoe vang je die Jan Bregmanstijl in een boek?
Bregman: "Door het zo te schrijven dat een negenjarige ermee aan de slag kan, het moet niet via de ouders gaan."

Louis: "We hebben goed nagedacht hoe we het boek leuk konden maken voor álle kinderen. Jan geeft bijvoorbeeld tips hoe je in het raamkozijn prima een moestuintje kunt maken zonder dat dat veel hoeft te kosten."

Of hoe ze een guerrillamoestuin kunnen beginnen.
Louis: "Ja, in de Watergraafsmeer wordt het gedoogd als mensen een moestuintje aanleggen in het plantsoen."
Bregman: "Je mag soms wel een beetje boevig zijn, toch?"

Hoe betrekt u de kinderen op de H.C. Vinkschooltuin verder bij de moestuin?
Bregman: "Ze krijgen allemaal hun lapje grond van zeven vierkante meter. Daar gaan ze tien maanden groenten en kruiden zaaien. In de eerste les vraag ik: 'Wat wil je in je tuintje? Waar ga je de verschillende dingen neerzetten?'"

Bregman: 'Aan het eind van het seizoen maak ik met de hele klas schooltuinsoep en die lusten ze allemaal. Ook als ze geen groentesoep lusten' Beeld Pépé Smit

"Om een voorbeeld te geven, haal ik er een klein kind uit: 'Jij bent vandaag het zomerworteltje.' Daarna zet ik er twee grote jongens naast: de maïsplant en de zonnebloem. En dan vraag ik aan dat kind dat het zomerworteltje is: 'Hoe voel jij je nu?' Nou, niet zo prettig natuurlijk tussen die grote lummels; die verdwijnt helemaal in hun schaduw. Zo leer ik kinderen dat je groente die hoog groeit achteraan moet plaatsen, zodat de planten ervoor ook zon krijgen."

Worden schooltuinkinderen betere groente-eters?
Bregman: "Aan het eind van het seizoen maak ik met de hele klas schooltuinsoep en die lusten ze allemaal. Ook als ze geen groentesoep lusten."

Louis: "Het is gewoon anders als je de groenten zelf hebt gekweekt. Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat mensen die als kind een schooltuin hadden later meer geduld hebben en beter presteren."

Bregman: "Zo'n tuin is de wereld in het klein; alle aspecten uit het leven komen voorbij. Kinderen leren geduld oefenen, ze helpen elkaar en als de sla-oogst bij de één mislukt is, krijgt dat kind wat van een ander."

Zijn de kinderen veranderd in al die jaren dat u met ze werkt?
Bregman: "Ze zijn mondiger geworden. Vroeger was het meneer, nu meester Jan. Ze staan niet anders tegenover het moestuinieren. Ze vinden het nog net zo leuk om hun eigen wortel te oogsten als toen ik begon."

Jan Bregman & Elsbeth Louis : Het moestuinboek van meester Jan. Foto's en tekeningen Pépé Smit. €14,99 (9+).

De boekpresentatie is
8 maart om 16.00 uur in restaurant Merkelbach. Aanmelden kan via promotie@lsamsterdam.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden