PlusPS

Meester Bart: 'Ik durf nu te zeggen: ik ben een goede leraar'

De bekendste docent van Nederland is open over zijn lessen en over zijn eigen leven. In Dichter bij Meester Bart laat hij zelfs zijn poëtische kant zien.

Meester Bart Beeld Carly Wollaert
Meester BartBeeld Carly Wollaert

'Zo ziet het eruit, wanneer je je boek voor het eerst in je handen hebt. Het voelen van zulk geluk went nooit.'

Aldus Meester Bart op zijn Twitteraccount (27.481 volgers) vorige week. Een tweet met een foto van hemzelf: in zijn handen houdt hij trots Dichter bij Meester Bart, zijn nieuwste bundel columns, gedichten en bijdragen van onder meer schrijfster Aya Sabi en Parool-columnisten James Worthy en Massih Hutak.

Het is de leraar Engels ten voeten uit. Vrolijk, trots, oprecht en zonder angst voor grootse woorden en een beetje sentiment.

Bart Ongering (36), al tien jaar leraar op Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB), is een optimist. Een toegewijde leraar, een ambassadeur voor het vmbo en mateloos populair als (schrijvende) docent.

Sinds hij zijn blog begon met uitspraken van leerlingen, werd hij steeds bekender, eerst op sociale media, later twee jaar lang met een column in Trouw (tot de zomer van 2017). Uitspraken verzamelen doet hij niet meer. Nu werkt hij aan een roman die eind dit jaar uitkomt. Schrijven is zijn tweede baan geworden, hij is zelfs een dag minder les gaan geven.

U gaat toch niet het onderwijs uit?
"Ik moet niet denken aan de dag dat ik geen leraar meer ben. Schrijven en lesgeven kan allebei. Als kind schreef ik al schriftjes vol, dat mocht dan niemand lezen, maar het is er al vroeg ingeslopen. Ik geef nog altijd vijf klassen vmbo Engels en ik heb een mentorklas. Ik heb gelukkig vrij veel energie."

Tien jaar staat u al voor de klas. Bent u veranderd als ­leraar?
"Waar ik vroeger kritischer was op mezelf, durf ik nu te zeggen dat ik een goede leraar ben. Natuurlijk heb ik ook mijn beperkingen, ik kan niet goed vooruitkijken en er komt weleens een les voor dat ik minder goed ben voorbereid. Maar dat is niet zo erg, omdat ik meer ervaring heb. Vooral word ik elk jaar persoonlijker en sta ik zo dichter bij mijn leerlingen."

Op wat voor manier bent u persoonlijk met hen?
"Elk jaar doe ik in aanloop naar het mondeling examen een 'show & tell' met leerlingen, daarin mogen ze een presentatie over zichzelf houden. Ik begin altijd zelf, met het verhaal achter de twee tatoeages op mijn armen. De één is een herinnering aan mijn overleden oom, dankzij wie ik het onderwijs in ben gegaan, de ander is een ode aan mijn moeder, die op mijn veertiende doodging."

"Door mijn eigen verhaal te vertellen probeer ik de pubers mee te geven dat het oké is om iets persoonlijks te ­delen. Het werkt. Laatst sprak een jongen uit de klas, die in de eerste uit de kast was gekomen, heel open over zijn wens dat zijn vrienden geen grappen over hem maken.

'Ik heb mijn vrienden nodig als rustpunt, ik krijg al ­genoeg 'homo' naar mijn hoofd.' Het kwam aan."

Het gaat de laatste tijd weer veel over het vmbo. Wat vindt u daarvan?
"Ik ben blij dat er veel over wordt gesproken, maar het is jammer dat het niet altijd positief is. Het blijft ook een ­onbekende term. Zelfs mijn goede vrienden weten nog steeds niet wat het verschil is tussen vmbo basis, kader en theoretisch. Soms wordt gezegd dat een naamsverandering zou helpen om het imago op te vijzelen, maar ik denk niet dat het helpt. Het heeft eerder te maken met de manier waarop wij de niveaus verdelen in Nederland en dat het altijd over 'lagergeschoolden' gaat.

Kinderen vinden een niveau lang niet zo belangrijk, ze willen dat het gezellig is in de klas, dat ze vrienden hebben en dat ze worden uitgedaagd. Maar omdat er over wordt gesproken als 'laag', wil iedereen een hoger niveau. 16 van de 19 kinderen in mijn vmbo-basis/kader-mentorklas wil naar het hbo of de universiteit. Dat vind ik bijna ongezond. Het is jammer dat ze niet trots mogen zijn op hun vmbo-opleiding."

Wat verbaast u het meest over het onderwijs in ­Amsterdam?
"Dat de segregatie zo groot is. Dat er nog volledig witte klassen zijn in Amsterdam, daar kunnen mijn leerlingen echt niet bij. De kinderen kunnen er weinig aan doen, maar de invloed van ouders is heel groot."

"Ik vind het erg dat in Amsterdam ouders zeggen: ik wil niet dat mijn kind naar een school gaat waar vmbo is, dat bleek laatst uit een onderzoek. Ik geloof juist niet in categorale scholen, waar maar één niveau is. School moet een ontmoetingsplek blijven voor kinderen. Ook al zitten ze in de examenklas niet meer bij elkaar, op het schoolplein in de pauze of bij buitenschoolse activiteiten komen ze elkaar nog tegen."

"Ik heb met anderen een idee voor een school ingediend voor de scholenwedstrijd Onze Nieuwe school drie jaar geleden. We zijn het helaas niet geworden, maar onze school voor 4 tot 18 jaar zou ook een plek worden waar ­iedereen elkaar tegen kon komen. Ooit een eigen school stichten blijft wel een droom."

Dichter bij Meester Bart, Pepperbooks, 152 pagina's, €15

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden