'Meeste sekswerkers hebben te maken met geweld'

Vrijwel alle sekswerkers in Nederland worden met geweld geconfronteerd. Maatregelen tegen mensenhandel en uitbuiting werken averechts voor wie vrijwillig in het vak zit.

Beeld anp

97 procent van de sekswerkers in Nederland heeft het afgelopen jaar één of meerdere vormen van geweld ervaren.

Dat blijkt uit het donderdag verschenen onderzoek naar geweld tegen sekswerkers van Soa Aids Nederland, belangenvereniging Proud en de Vrije Universiteit.

Het geweld varieert van sociale en financiële uitsluiting tot fysiek, seksueel en emotioneel geweld. Slechts een op de vijf slachtoffers heeft bij de politie aangifte gedaan. Aan het onderzoek werkten 308 sekswerkers mee.

Wetten en regels bieden sekswerkers niet voldoende bescherming tegen geweld, maar faciliteren het juist, concludeert het rapport. Met de opheffing van het bordeelverbod in 2000 introduceerden veel gemeenten een vergunningenstelsel.

Sekswerk bij vergunde bedrijven werd legaal, maar het aantal verleende vergunningen werd flink teruggeschroefd onder het mom van mensenhandel- en criminaliteitsbestrijding. Zo sloot Amsterdam de afgelopen jaren 112 ramen in een poging de Wallen schoon te vegen.

Bang voor vervolging
Het tekort aan legale werkplekken maakt sekswerkers afhankelijk van exploitanten, die tot wel 50 procent van de inkomsten opstrijken.

Daarnaast verdwijnen velen in de illegaliteit. Ze werken vanuit huis, bezoeken klanten thuis of huren een hotelkamer. Illegale sekswerkers zijn vaker slachtoffer van geweld, maar durven er vaak geen aangifte van te doen. Ze zijn bang voor vervolging door de politie, woningbouwcorporatie of de Belastingdienst. Klanten zijn zich hiervan bewust en voelen zich daardoor vrij de grenzen op te zoeken.

Volgens het rapport worden sekswerkers extra gestigmatiseerd doordat zij worden neergezet als slachtoffers van mensenhandel. Veel sekswerkers zijn bang dat hun omgeving ontdekt wat voor werk ze doen, dat maakt hen chantabel. Het stigma heeft ook een negatieve invloed op de bereidwilligheid aangifte van geweld te doen uit vrees niet serieus genomen te worden.

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III staan plannen om sekswerk verder te reguleren. Zo worden een registratie- en een vergunningsplicht voor sekswerkers en een pooierverbod overwogen.

Vooral de vergunningsplicht stuit op verzet, omdat die in strijd is met de privacywetgeving. Sekswerkers stellen bovendien dat de plannen hun werk alleen maar verder de illegaliteit in zullen drukken.

Lees ook: 'Wij werken net zo vrijwillig als een buschauffeur'

Mirjam (50) werkt in Amsterdam en komt als escortdame bij mannen thuis.

"Het grootste probleem is het stigma. Mensen denken dat ze een vrijbrief hebben om te doen met sekswerkers wat ze willen, omdat we toch geen aangifte durven doen. Het is mij weleens overkomen dat ik een afspraak had met één man en dat ik drie mannen aantrof. Of dat klanten, achter mijn rug om, hun condoom afdeden. Op die momenten ben ik duidelijk: dit is niet de afspraak. Toen ik 23 jaar geleden met dit werk begon, was ik groen, maar mijn collega's leerden me de kneepjes van het vak. Bijvoorbeeld dat je nooit je kussen boven de lakens moet leggen, omdat een man het in je gezicht kan duwen. Ik heb nu iets waardoor klanten weten dat met mij niet valt te sollen. Ze zien dat ik een stabiele vrouw ben. Daarnaast vertel ik altijd dat mijn familie van mijn werk weet. De adressen van mijn klanten geef ik door aan het thuisfront zodat ze weten waar ik ben."

Samantha (28), ontvangt thuis klanten, werkte in Amsterdam.

"Er zijn weinig legale werkplekken voor een transvrouw als ik. In Amsterdam is er maar één straat waar we achter de ramen kunnen staan. Daardoor ben ik min of meer op huis aangewezen. Ik hoor van mijn collega's verhalen over mannen die niet willen betalen, agressief worden of seks afdwingen. Ik heb geluk gehad. Van mij is alleen een keer een telefoon gestolen. Toen buurjongens erachter kwamen dat ik sekswerker ben, werd ik door hen wel getreiterd. Ik kreeg vuurwerk, vuilnis en briefjes door de brievenbus. Op straat werd ik uitgemaakt voor 'hoer'. Ik heb wel melding gemaakt, maar gooide het voornamelijk op het feit dat ik transgender ben. De woningbouw kan namelijk een uitzettingsprocedure starten als ze ontdekken dat je vanuit huis werkt. Terwijl ik net als elke thuis­werkende zzp'er belasting betaal en ingeschreven sta bij de KvK. Met mijn aangifte werd nooit iets gedaan. Uiteindelijk voelde ik me zo onveilig dat ik ben verhuisd."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden