PS

Meer dan twee ouders, wat betekent dat voor het kind?

Er ontstaan steeds meer gezinnen met drie of vier ouders. Een staatscommissie adviseerde het kabinet om dit 'meerouderschap' wettelijk te ondersteunen. Wat betekent dat voor het kind?

Beeld Hedy Tjin

Twee jaar voordat Jorik Amit (24) werd geboren, kreeg zijn moeder óók een relatie met een vrouw. "Ik ben daarom opgegroeid met één vader en twee moeders, samen met mijn jongere broer. We woonden met zijn allen in hetzelfde huis, totdat mijn ouders en mijn tweede moeder rond mijn twaalfde uit elkaar gingen."

Dora Laheij (21) groeide op met vier ouders: een koppel van twee moeders en een koppel van twee vaders. Ze werd geboren nadat haar alleenstaande moeder de volgens ­Laheij 'perfecte oplossing' had bedacht.

"Mijn moeder komt uit een groot gezin. Ze zag al haar broers en zussen kinderen krijgen en wilde zelf niets liever. Maar ze had geen partner en dacht dat die er nooit zou komen. Ze speelde met het idee om het op een andere manier aan te pakken; een vriend van haar leek haar wel een goede vader voor haar kinderen. Hij en zijn vriend vonden dat een erg leuk plan."

"Niet lang na mijn geboorte heeft mijn moeder het huis naast mijn vaders ­gekocht. Toen ik anderhalf was, kreeg ik er nog een broertje bij, die is van mijn andere ­vader. Op mijn vierde kreeg mijn moeder toch een partner; een vrouw. Die vrouw zie ik als mijn tweede moeder."

Alternatieve gezinsvormen
Harde cijfers zijn er nog niet, maar stichting Meer dan gewenst ziet dat het aantal meeroudergezinnen snel groeit. Ze stellen dat de belangstelling voor informatiedagen over andere vormen van ouderschap de afgelopen vijf jaar vertienvoudigd is.

Jaarlijks melden zich negenhonderd ­homo's, lesbiennes en single hetero's met een kinderwens bij de stichting. Op dit moment staat in de wet dat kinderen maar twee juridische ouders kunnen hebben. Dit moet veranderen, zo stelde de staatscommissie 'Herijking ­ouderschap' onder leiding van oud-burgemeester Aleid Wolfsen eind vorig jaar.

De staatscommissie, bestaande uit onder meer juristen, pedagogen en sociologen, wilde kinderen die in dit soort gezinssituaties opgroeien juridisch goed beschermen, maar niet eerder dan nadat zij hadden vastgesteld dat alternatieve gezinsvormen in principe niet schadelijk zijn voor kinderen.

Vier ouders
Maximaal vier ouders moeten het gezag over een kind kunnen krijgen, zo luidde vorig jaar december het uiteindelijke advies van de staatscommissie. Die mensen moeten dan wel vóór de conceptie aan de rechter een meerouderschapsovereenkomst tonen, waarin afspraken zijn gemaakt over onder meer zorg- en opvoedingstaken en de verdeling van de ­financiële lasten.

Het kind mag in maximaal twee huishoudens wonen. Om het belang van het toekomstige kind te waarborgen wordt een bijzonder curator benoemd, die de rechter moet adviseren over de zorgvuldigheid van het traject.

Notaris Hélène Faasen is blij met het advies. Ze heeft een praktijk in Amsterdam en ondersteunt al meer dan twintig jaar mensen die alternatief ouderschap overwegen; van advies vooraf tot hulp bij het opstellen van overeenkomsten.

"Waarom mag de ene ouder wel en de andere ouder niet een paspoort voor het kind aanvragen, een spaarrekening openen of beslissingen nemen bij de dokter? Eén of twee van de ouders zijn in dit soort situaties 'onzichtbaar'."

Formeel 'niets' van elkaar
Dat heeft ook Amit meegemaakt. "Je wordt als ­gezin nu nog niet erkend in wie je ­eigenlijk ook bent."

"Ook in crisissituaties is het prettig als er iets is geregeld waar je op terug kunt vallen. Stel dat mijn tweede moeder in het ziekenhuis belandt, dan heb ik nergens een stem in. ­Andersom geldt hetzelfde als er iets met mij gebeurt. We zijn formeel 'niets' van elkaar."

Om die reden is dit voorstel zo belangrijk, stelt Faasen. "Wanneer je als ­ouder geen ­gezag hebt over je kind, ben je afhankelijk van de ouders die wél het gezag hebben. Als het misloopt, zien jij en je kind elkaar misschien niet meer, of worden broertjes en zusjes gescheiden. Dat zou een kind niet zomaar mogen overkomen."

Critici waarschuwen voor meer ruzie tussen de betrokken ouders als zij allemaal het gezag krijgen. Zo schreef Ido Weijers, emeritus hoogleraar jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht, in een ingezonden opiniestuk in NRC Handelsblad:

'Het risico op gecompliceerde vechtscheidingen wordt erdoor vergroot en daarmee vormt het voorstel juist een bedreiging voor het belang van het kind. In het veld is er allang consensus dat als er iets bevorderlijk is voor de vechtscheiding en schadelijk is voor het kind, dit de gang naar de rechter is.'

Kind beschermen
Faasen: "Natuurlijk kan het ook in meeroudergezinnen flink misgaan. Maar als alle ouders straks het gezag hebben, kunnen ze ook állemaal worden bereikt door de rechtspraak en door de hulpverlening. En in het uiterste geval kan de rechter het kind beschermen door het gezag terug te brengen naar één of twee ouders."

Maar zetten gezagsaanspraken de meerouderconstructie niet al vóór een eventuele scheiding onder druk? Want wie formeel het gezag heeft, wil dat misschien ook wel in alledaagse situaties laten gelden. Faasen denkt juist dat het tegenovergestelde het geval is.

"Als mensen starten vanuit een gelijkwaardige positie, is dat beter. Is dat niet zo, dan kan dat namelijk onbewust een rol spelen. Mensen kunnen daar onzeker of zenuwachtig van worden, en dan reageer je vaak minder handig bij meningsverschillen. Dat brengt onnodige onrust in gezinnen."

In discussie
Meningsverschillen, daar weet Laheij alles van. "Ik ging als puber graag in discussie, en met vier ouders vond ik dat overweldigend. Mijn moeders en mijn vaders hadden af en toe toch wel verschillende ideeën over de opvoeding. Dat ging over dingen als bedtijd, telefoongebruik, de manier waarop ik me kleedde. Toen het ze een keer te ingewikkeld werd, schakelden ze een bemiddelaar in."

Faasen komt ­vaker tegen dat er een mediator wordt ingeschakeld. ­"Deze ouders hebben meestal van tevoren een uitgebreid plan opgesteld over hoe ze het ouderschap gaan aanpakken, ook op het vlak van onenigheid. Het is teamwork; je moet kunnen delen, veel willen overleggen en bereid zijn om hulp te vragen als dat nodig is."

Ook de ouders van Laheij gingen niet over één nacht ijs. "Ze hebben eerst veel gesprekken met elkaar gehad, zijn langs de opa's en oma's gegaan, gingen zelfs samen op vakantie. Ze wilden weten of ze wel dezelfde ideeën hadden over de ­opvoeding en wilden nadenken over welke afspraken ze moesten maken. Dat was een proces van zo'n anderhalf jaar. Die voorbereiding is belangrijk. Een kind tussen mensen zetten die er niet over hebben nagedacht, lijkt me geen goed plan."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.