Meer Amsterdamse kinderen niet naar school

Het aantal scholieren dat langer dan drie maanden thuiszit, is in Amsterdam weer gestegen. Experts maken zich zorgen.

Beeld ANP

Zaten in het schooljaar 2015-2016 nog 112 kinderen langer dan vier weken thuis, in 2016-2017 was dat aantal tot 190 gestegen. Dat betekent dat 190 kinderen zonder officieel geldige reden niet naar school gaan terwijl ze wel leerplichtig zijn. Nog eens 384 kinderen stonden niet ingeschreven op een school en zitten dus eigenlijk ook thuis.

In het jaarverslag van Bureau Leerplicht van de gemeente wordt de stijging verklaard aan de hand van de vorig jaar ingevoerde plicht om thuiszitten te melden. Het doel was het percentage kinderen dat thuiszit tot 2,4 procent terug te dringen, maar de teller is op 2,6 procent blijven steken. De verwachting is dat de 190 nog verder gaat stijgen, 'omdat het melden nog niet helemaal goed gaat'.

Landelijke afname
Thuiszitters, zoals leerplichtige kinderen heten die langer dan vier weken niet naar school gaan, zijn de gemeente en de landelijke overheid al jaren een zorg. Een landelijk thuiszitterspact en de Amsterdamse thuiszittersaanpak moesten het aantal terugbrengen, maar dat is nog niet gelukt.

Zo zaten twee jongens op een basisschool in Zuid vorig jaar maandenlang thuis omdat hun juf hen te druk vond en naar het speciaal onderwijs wilde sturen. De ouders kregen ruzie met school, waarna ze hun zoons van school haalden.

Menno van de Koppel, directeur van de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO), wijst naar de wet op Passend Onderwijs als een van de mogelijke oorzaken. "Het was de bedoeling dat leerlingen de hulp krijgen die nodig is op een reguliere school, maar we zien nu dat het aantal kinderen in het speciaal onderwijs weer groeit."

Plicht
Landelijk gezien neemt het aantal thuiszitters licht af, het schommelt al jaren rond de 10.000, maar het feit dat er in Amsterdam een toename is, verbindt Van de Koppel aan de concurrentie tussen schoolbesturen.

Hij suggereert dat scholen er te makkelijk mee wegkomen kinderen af te wijzen. Dat gebeurde ook met de jongens op de basisschool in Zuid: zij konden bijna nergens terecht, terwijl de oorspronkelijke school de plicht heeft een andere plek te vinden.

Kinderen die thuiszitten hebben daar vaak uiteenlopende redenen voor. Soms hebben ze psychiatrische problemen, soms gaat het om gedrag, soms om de thuissituatie of juist om de situatie op school (pesten of niet de juiste hulp of begeleiding krijgen).

Rijk/niet rijk
"Er is meer dwang en drang nodig om scholen hun best te laten doen voor een kind," vindt Van de Koppel. "Je kunt de verantwoordelijkheid niet eenzijdig bij het kind leggen." Hij signaleert dat mensen met geld uitwijken naar particulier onderwijs, maar dat minder vermogende ouders hun kind noodgedwongen thuis hebben.

Hans Pollen van het Adviescentrum Thuiszitters (ACT) verbaast het niet dat het aantal thuiszitters stijgt. "Het onderwijs staat onder druk en ouders worden mondiger. Dat gaat allebei ten koste van het kind."

Vaak ligt er een onhandige ruzie aan ten grondslag. Scholen die zich krampachtig aan protocollen houden en ouders die uit boosheid zich verzetten of dreigen. Hij is kritisch op de grote groep hulpverleners die op thuiszitters wordt gezet. "Een leerplichtambtenaar, een zorgadviseur, iedereen doet er een plasje over."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden