Plus

Mbo nieuwe stijl houdt in: leren op de werkvloer

Het mes snijdt aan twee kanten bij zorgopleidingen in zorgcentra. Mbo'ers leren liefst in de praktijk en de instellingen profiteren van extra handen.

Docent Luuk Gauw geeft instructie over de 'actieve lift'. Beeld Dingena Mol

Met een voldaan gevoel schuift mbo-student Gertrude Quarshie aan in verpleeghuis Hof van Sloten. Het heeft twee weken geduurd, maar haar patiënt is weer thuis, na een lange revalidatie.

De dame op leeftijd moest wel enige angst overwinnen en ook haar mantelzorgers zaten vol vragen die Quarshie moest beantwoorden. Hoe kon ze thuis haar leven weer oppakken? "Ik kon de gesprekstechnieken die we hebben geleerd meteen toepassen in de praktijk," zegt Quarshie tevreden. Dat is toch anders dan oefenen op een pop of op een klasgenoot.

Want dat is hoe het vroeger ging, vertelt Alice Bakker. Schools. Droogzwemmen. De oud-docent verpleegkunde is momenteel programmamanager Zorg in de Wijk, een nieuwe methode om mbo'ers op te leiden voor de zorg.

ROC's in Amsterdam en Almere lopen daarmee voorop. In 'fieldlabs' binnen de Amsterdamse zorgcentra Hof van Sloten en Vreugdehof leren mbo'ers het vak in de praktijk; om te beginnen de studenten uit het volwassenenonderwijs. "Levensecht leren," zegt Bakker.

Modernisering en bijscholing
Dit is de nieuwe wind die door het Amsterdamse mbo waait. Ook bij andere ROC-opleidingen leren studenten in de praktijk, zodat het onderwijs beter aansluit op de arbeidsmarkt.

Het College Hotel wordt bijvoorbeeld deels gerund door leerlingen van horecaopleidingen. Garagehouders trainen hun toekomstige monteurs liever op de werkvloer, sinds ze ontdekten dat leerlingen door de verouderde apparatuur op de autotechniekopleidingen vooral de auto's van twintig jaar geleden leerden maken.

In de zorg gaat het vooral om een antwoord op de zwaardere taken voor verplegers, thuiszorgers en wijkverpleegkundigen. In de wijken zijn meer hoog opgeleiden nodig. Bijscholing moet, al was het maar omdat nieuwe technologie als domotica (bijvoorbeeld om eextern een waarschuwing te geven als iemand in huis valt) snel oprukt.

Daarom werken de zorginstellingen Cordaan en Amstelring ook mee aan de fieldlabs. "Het werk is al zo anders dan twee jaar geleden," zegt Angelique ­Verschoor. Ze werkt in de thuiszorg en een ver­pleeg­huis in combinatie met de mbo-4-opleiding, waarvoor ze één dag in de week meedraait in Hof van Sloten.

Ouderen blijven zo lang mogelijk thuis wonen, dus wie in een verpleeghuis belandt, heeft vaak niet alleen gezondheidsklachten maar ook dementie of gedragsproblemen, zegt Anne Ausema, oud-wijkverpleegkundige en nu projectleider in een van de fieldlabs.

Door de praktische opzet van de fieldlabs krijgen mbo'ers ook meer mogelijkheden om door te leren, door opleidingen te stapelen op een manier die bij hen past.

Natuurlijk is er ook het hbo, maar dat is niet voor iedereen weggelegd. "Dit is praktijkgerichter," zegt Aileen van Vliet, die eveneens één dag in de week wordt opgeleid in Hof van Sloten voor haar mbo-opleiding in het volwassenenonderwijs. "Ik ben echt een doener," zegt ook Corina Koekoek. "Leren en doen tegelijk, dat is wat het mbo goed kan combineren."

Quarshie begon tien jaar terug als helpende op mbo 2-niveau en is nu al een jaar op weg naar een mbo 4-diploma: "Het voelt helemaal niet als school. Ik ga gewoon naar mijn werk. Als wij vrijdag in Vreugdehof zijn, horen we gewoon bij de organisatie."

De opleiding is stukken minder schools. ROC-docenten ontwikkelen de lessen samen met de werkgevers. "Studenten gaan zich ook anders gedragen," zegt Bakker. "Niet een beetje Facebooken in de klas tot de dag voorbij is."

Docent op de fiets
De omslag in het onderwijs begint ermee dat de studenten niet naar de docenten komen, maar andersom. De docenten fietsen tussen hun lessen op het ROC door naar Hof van Sloten in Slotervaart of Vreugdehof in Buitenveldert. De instellingen moeten de aanwezigheid van de studenten goed uitleggen aan de patiënten en hun familie. "Dat ze geen testpatiënten zijn."

In de zorgcentra zijn lokalen ingericht. Want hoe praktisch de opleiding ook wordt, er blijven klassikale lessen nodig. Het mbo kent centrale examens en de lesstof blijft wel degelijk ook theorie bevatten. Bakker: "Voor een deel komt het nog steeds aan op leren. Je kunt studenten niet zo een spuit in hun handen drukken."

Hoge eisen

In Amsterdam werken werkgevers mbo-instellingen en de gemeente al sinds 2015 intensiever samen, zodat onderwijs en arbeidsmarkt beter op elkaar aansluiten. Daarmee is de stad een voorbeeld voor de rest van het land.

Vanuit de SER werden zulke samenwerkingsverbanden vorig jaar al aangeprezen als manier om opleidingen actueel te houden in een tijd dat de arbeidsmarkt en samenleving snel veranderen door robotisering, verduurzaming en vergrijzing.

Die zaken zorgen al voor lastig te vervullen vacatures in de installatiebranche, de bouw, de zorg en het onderwijs. Tegelijk hebben mbo'ers soms moeite om de veranderingen bij te benen. Daarom is het zaak dat ze vaker worden bij- en omgeschoold.

In Amsterdam komt daar nog bij dat werkgevers hogere eisen stellen. Terwijl de startkwalificatie (een havo­diploma of een opleiding op mbo-2-niveau) landelijk geldt als voldoende om structureel aan werk te komen, is in Amsterdam zelfs mbo-3 vaak niet genoeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden