Mathijs Plat (1997-2015): 'Ik ben helemaal niet bang voor de dood'

Op 23 september 2015 is Mathijs Plat op 18-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van botkanker, zo maakte zijn broer Erwin bekend op zijn blog. Ruim een maand eerder sprak Het Parool met Mathijs over zijn naderende dood. 'De grafsteen is klaar, alleen de datum moet er nog op.' Lees hieronder het volledige interview terug.

Mathijs Plat Beeld Reyer Boxem
Mathijs PlatBeeld Reyer Boxem

It is what it is. Deze leus laat Mathijs Plat (18) over een paar dagen op zijn linkerarm tatoeëren. Het had eigenlijk Sterker door strijd moeten worden, maar nu hij het gevecht tegen de kanker heeft verloren, ging die spreuk niet meer op, vond hij.

Het is hard om zoiets op je arm te laten zetten, maar ook krachtig en bovendien de waarheid. Hij wordt niet meer beter. Het is zoals het is. Zo denkt Mathijs over zijn naderende dood.

Dat die dood dichterbij komt, is hem overigens niet aan te zien. Hij is een boom van een vent met een krachtig gelaat. Slechts een moeizaam loopje verraadt dat er iets aan de hand is, hoewel dat net zo makkelijk een blessure had kunnen zijn van een uit de hand gelopen partijtje voetbal.

Hij is opgewekt, maakt grappen met zijn oudere broer, die ook een tatoeage laat zetten: dat hij zijn morfinepilletjes wel mag lenen als hij bang is dat het pijn gaat doen. Niets aan de hand, zo lijkt het, maar, zegt Mathijs: 'Mensen zouden eens moeten zien hoe ik me van binnen voel. Binnen in mij is het helemaal kapot.'

Voor het woord kanker zijn leven gaat beheersen, is hij een doorsnee zestienjarige jongen. Bezig met de mbo-opleiding logistiek medewerker en met een bijbaantje als vakkenvuller bij de C1000. Met zijn kameraden gaat Mathijs vaak stappen, maar de meeste tijd is hij kwijt aan voetbal.

Met zijn team van SC Scheemda speelt hij in de hoofdklasse waarvoor hij drie keer in de week traint. Het voetbalveld ligt op een steenworp afstand van zijn huis, dus ook in zijn vrije momentjes trapt hij er vaak een balletje met jongens uit de buurt. Zondags is een bezoek aan FC Groningen vaste prik.

Dit alles verandert als hij na een dag werken in de supermarkt thuiskomt met enorme last van zijn knie. Een verkeerde beweging op het voetbalveld, denkt hij nog, maar het is foute boel. Wat lijkt op een ontsteking, blijkt een kwaadaardige tumor te zijn ter grootte van een mannenvuist, en er worden uitzaaiingen gevonden in zijn longen.

Het is een zeldzame vorm van botkanker die vooral voorkomt onder jongeren tussen de tien en zeventien jaar. Nog geen week later ligt hij in het ziekenhuis voor zijn eerste chemokuur. Uiteindelijk doorstaat Mathijs 27 chemokuren en een operatie om de tumor te verwijderen, waar hij een klapvoet aan overhoudt.

Als eind november blijkt dat het niet gelukt is om de gehele tumor in zijn been te verwijderen, volgen er nog drie van de zwaarste chemokuren. Het mag allemaal niet baten. Op 19 december 2014 krijgt Mathijs te horen dat hij niet meer zal genezen. De artsen geven hem een aantal weken tot een half jaar.

Hoe is het om te horen dat je nooit oud zult worden?
'Dat is heel bizar. Tot het moment van de uitslag was ik nog bezig met een kalender, waarop ik elke chemobehandeling afstreepte. We waren bijna bij de eindstreep, dus ik kon weer verder met mijn toekomst. Maar die viel in één keer weg. Het klinkt misschien raar, maar ergens voelde ik ook opluchting.'

Opluchting?
'Ja, omdat ik eindelijk wist waar ik aan toe was. Ik wist tijdens mijn behandelingen vaak niet waar ik het voor deed, want ik wist niet of het zou helpen. Nu was het duidelijk: ik was klaar. Uiteindelijk vond ik het moeilijker om het aan mijn omgeving te vertellen dan om het zelf te horen. Dan zag ik dat mensen het heel moeilijk vonden om te horen, maar ik stond machteloos.'

Dan hoor je hoe lang ze schatten dat je nog te leven hebt. Wilde je dat wel weten?
'Ja, ik wilde in ieder geval weten hoe lang ik minimaal nog had. Toen dat maar een paar weken bleek te zijn, schrok ik wel. Ik had geen enorme bucketlist, maar de drie dingen die ik altijd nog eens wilde doen, heb ik meteen in de eerste vier weken afgestreept.'

Drie dingen is niet veel. Had je geen last van levenshaast, dus om heel veel dingen in een korte tijd te proppen?
'Totaal niet, ik ben iemand die snel tevreden is met de kleine dingen. Ik wilde naar Curaçao, zwemmen met dolfijnen en naar een voetbalwedstrijd in Engeland. Verder wilde ik gewoon mezelf blijven. Ik had wel kunnen gaan bungeejumpen, maar had ik dat gedaan als ik niet ziek was geworden? Dat weet ik niet. Ik heb gedaan wat ik graag wilde doen in deze leeftijdsfase en verder wil ik niet denken.'

Maar je had uiteindelijk niet vier weken te leven, je leeft na bijna acht maanden nog steeds. Acht jij je leven zo nog zinvol?
'Nee, niet echt. Eigenlijk zit ik nu gewoon te wachten tot de dood komt. Dat is soms wel frustrerend. Ik heb geen toekomst om naar uit te kijken. Daarom probeer ik toch nog plannen te maken, zodat ik daarnaar uit kan kijken. Ook al plan ik niet verder dan een week vooruit, als ik al die tijd alleen maar op mijn bed was blijven liggen, was ik er allang niet meer geweest.'

Je vrienden zijn, denk ik, allemaal bezig met studeren en werken voor een toekomst. Hoe ga je daarmee om?
'Ook al weet ik nog hoe het voelde een toekomst te hebben, nu heb ik dat afgesloten. Ik kan dus moeilijk met ze meepraten over toekomstplannen.
Dat mijn relatie met mijn vriendinnetje nooit een toekomst zal hebben is raar, maar aan de andere kant: wie zegt dat de relaties van mijn vrienden dat wel hebben? Zo verschillend is onze situatie dus ook weer niet.
Ik wil niet te veel nadenken over dit soort dingen, want het verandert niets en je wordt er alleen maar negatief van. Ik ga ook niet de hele tijd met hen praten over de dood. Mijn ziekte zie ik als een bijzaak.
Ik gun het mijn vrienden dat zij wel een toekomst hebben en ik heb me neergelegd bij mijn lot. Ik voel me niet zielig, ik ben er klaar voor.'

Klaar voor de dood?

'Ja, ik heb mijn hele uitvaart geregeld, van de rouwkaart tot de kist. Ik weet zelfs al waar ik kom te liggen. Ik houd van rust, dus heb ik een stil plekje uitgekozen. Ook de grafsteen is klaar, alleen de datum moet er nog op.'

Is het regelen van je eigen uitvaart niet confronterend?
'In het begin dacht ik wel: waar ben ik mee bezig? Je moet er wel klaar voor zijn, anders kun je zoiets niet aan. Ik had mijn lot geaccepteerd en wilde alles goed achterlaten. Voor de buitenwereld komt het soms hard over dat ik er zo nuchter in sta, maar de tranen zijn gewoon op. Mijn ouders en broer voelen dat ook zo. We kunnen het tijdens het avondeten gewoon hebben over mijn doodskist.'

Kun je er echt vrede mee hebben dat dit je leven was?
'Ja. Natuurlijk had ik gewild dat het anders was gelopen, maar ik ben niet boos. Hooguit op het feit dat die ziekte nog steeds bestaat. Toch heeft het me ook wat gebracht. Voordat ik ziek werd, dacht ik niet zo erg na voor ik dingen deed. Nu werd ik gedwongen heel moeilijke beslissingen te nemen. Over het invriezen van sperma, het wel of niet laten afzetten van mijn been, of over euthanasie. Ik word dan wel niet oud, maar volwassen ben ik wel geworden.'

Wat verwacht je van de dood?
'Ook al ben ik niet gelovig, ik heb wel het idee dat er hierna nog iets is. Dat vind ik een prettig gevoel en het geeft me rust om te bedenken dat ik op een veilige en fijne plek terechtkom, straks. Ik ben helemaal niet bang voor de dood.'

Je gaat er helemaal rechtop van zitten. Voel je dat echt zo sterk?
'Ja, laat het maar komen. Ik weet precies waar de grens ligt waarop ik eruit stap. Er zit nu nog genoeg leven in me om er nog te zijn, maar zodra ik op bed kom te liggen en er niet meer vanaf kan, is het klaar. Ik wil niet op het laatste moment nog heel veel verzorging krijgen. Die zorg is namelijk nergens voor nodig, want ik kom toch niet meer van dat bed af. Geef me dan maar mijn drankje, en weg ben ik.'

undefined

null Beeld Reyer Boxem
Beeld Reyer Boxem
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden