Plus

Mathematische patronen en vrije stijl vinden elkaar op de bühne

In de nieuwe versie van A Love Supreme is alle opsmuk verdwenen. Het is intrigerend om te zien hoe de complexe mathematische patronen aansluiten bij de vrijere stijl van Salva Sanchis.

Elke danser belichaamt een van de instrumenten: drums, contrabas, piano en saxofoon Beeld Anne Van Aerschot

Vier is het magische getal in John Coltranes meesterwerk A Love Supreme. De in 1965 op plaat gezette jazzsuite bestaat uit vier delen. Allemaal in vierkwartsmaat en uitgevoerd door vier muzikanten: Elvin Jones op drums, Jimmy Garrison op contrabas, McCoy Tyner op piano en natuurlijk Coltrane zelf op saxofoon.

Zelfs de titel - als een mantra gezongen in het eerste deel - is er een van vier lettergrepen.

Anne Teresa de Keersmaeker en Salva Sanchis doorbreken Coltranes heilige viereenheid doodleuk, door een vijfde deel aan het stuk toe te voegen. Daarmee eisen de choreografen nadrukkelijk een gelijkwaardige plaats op voor de dans.

Saxofoonriedels
Nog voor er een noot klinkt introduceren de dansers een serie bewegingsfrases. Lange tijd stiefelt één van hen alleen over het podium. Het is een wat ongemakkelijk begin: de choreografie geeft alvast antwoord op muziek die er nog niet is.

Het voelt alsof je slechts de helft van een conversatie te horen krijgt. Maar dat in stilte op een kale bühne bewegende intro bouwt ook veel spanning op. Als eindelijk de band begint te spelen, met die gongslag en die sprankelende saxofoonriedels, voelt dat bijna als een bevrijding. En dat sluit dan weer wonderwel aan bij de spiritualiteit van Coltranes compositie.

In de oorspronkelijke enscenering van 2005 stonden twee mannen en twee vrouwen in een licht decor, gehuld in witte kostuums, ontworpen door modekoning Dries van Noten.

Zonder opsmuk
In de nieuwe versie is alle opsmuk verdwenen. Het podium is kaal en het licht is hard. Vier mannen staan nu op het toneel. De kleren zijn casual zwart.

Gebleven is het gegeven dat elke danser een van de vier instrumenten belichaamt. Soms is die relatie heel direct, bijvoorbeeld als de 'drumdanser' alleen achterblijft tijdens een slagwerksolo. Even vaak lijken de uitvoerenden hun instrument los te laten.

Net zoals in de muziek een vaste structuur - vooral neergelegd in Garrisons aardse basspel - ruimte geeft voor improvisatie, zo geven de heldere lijnen die met tape zijn afgeplakt op de balletvloer houvast voor eigen invulling door de dansers.

Mathematische patronen
Het is intrigerend om te zien hoe de complexe mathematische patronen, waarin Anne Teresa de Keersmaeker gespecialiseerd is, aansluiten bij de vrijere stijl van Salva Sanchis. Ronduit verbluffend zijn de momenten waarop vanuit schijnbare anarchie de dansers plotseling als één organisme in dezelfde beweging vallen. Om er enkele momenten later net zo nonchalant weer uit te breken.

A Love Supreme

Door Rosas
Gezien 9/9, Brussel
Te zien 12-13/9, Stadsschouwburg
****

Boeiend is ook de verhouding tussen beweging en muziek. In een typerende De Keersmaekermove blijft één van de armen naast het lichaam hangen, terwijl de andere een vanuit de schouder duwende beweging maakt.

Zo'n duw zet vaak een virtuoze draai in gang, maar lijkt door de timing ook de muziek naar een (nog) hoger plan te stuwen.

In het slotstuk Psalm - het minst improviserende deel van Coltranes compositie - groeien de vier individuele choreografielijnen naar elkaar toe. Beurtelings tillen de dansers elkaar behoedzaam op, in tableaus die doen denken aan religieuze beeldengroepen. Als kijker hoef je niet eens religieus zijn om óók een beetje te worden opgetild.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden