Plus

Marokkaans op de Zuidas: de vrijmibo kan soms knellen

De Zuidas is traditioneel een bolwerk van witte mannen. Stukje bij beetje komt daar verandering in. Deze week: Mohammed Almarini, partner bij Baker McKenzie. 'Ik keek erg op naar de Zuidas.'

Beeld Niels Blekemolen

Het waren de kleine dingen waaraan hij het verschil merkte. Dat de andere stagiairs hun boterham met hagelslag met mes en vork aten, bijvoorbeeld, terwijl hij hem dubbel wilde vouwen.

Of dat sommigen zelfs hun tray wegzetten bij de lunch - zoals ze dat bij het corps in Leiden hadden geleerd: zet je blaadje aan de kant, het is hier geen wegrestaurant. Was allemaal nieuw voor hem.

Maar verder is het vooral de naam, vindt hij zelf, die hem anders maakt. Mohammed, Mo, Almarini, partner bij advocatenkantoor Baker McKenzie op de Zuidas. "Ik zie er niet anders uit, ik praat niet anders. Alleen die naam, daar kun je niet omheen."

Almarini werd 42 jaar geleden geboren in Tafersit, een dorpje in the middle of nowhere - zijn woorden - tussen Al Hoceima en Nador, Oost-Marokko. Het is te vinden op Google Maps, maar dat is wel zo ongeveer het enige wat erover is te vinden.

Toen hij vier was, kwam hij naar Nederland, waar zijn vader werk had gevonden. Hij belandde in de Bijlmer, Grubbehoeve, maar groeide op in Utrecht, waar hij later ook ging studeren. Na zijn eindexamen 'leek het hem verstandig' - het is lastig op te maken of hij dit plechtig of ironisch bedoelt - eerst een tijdje niets te doen.

Hij kwam terecht bij een logistiek bedrijf, maar uiteindelijk begon het toch te jeuken. Hij ging rechten studeren. De Zuidas was helemaal niet in beeld, hij wilde diplomaat worden.

Pas toen Almarini tegen het eind van zijn studie liep, zei zijn docent, Sybe de Vries: volgens mij is de commerciële advocatuur jou op het lijf geschreven. "Ik had daar nooit over nagedacht. Ik wist niet eens wat het was."

Perverse prikkel
Hij solliciteerde bij Houthoff, dat toen nog Houthoff Buruma heette, voor een studentstage. "In die twee maanden is een wereld voor me opengegaan. Ik had een heel ander beeld van de advocatuur: de hele dag in de rechtszaal, alleen maar vechten. Dat is niet mijn natuurlijke houding. Maar er zit een hele wereld achter, die veel minder met vechten te maken heeft."

"Ik kwam op de sectie Banking & Finance terecht, maar heb ook veel voor Mergers & Acquisitions gedaan, fusies en overnames, wat ik nu doe. Dan zie je wat ik ook in de diplomatie zocht: mensen verbinden, zorgen dat een deal gedaan wordt. De psychologie die daar een belangrijke rol in speelt. Dat vond ik een leuk spelletje."

Na zijn afstuderen trad hij er, op zijn 27ste, in dienst. Houthoff was destijds, in 2003, een wit bolwerk, zoals alle kantoren op de Zuidas. "Met hier en daar een uitzondering."

Het was behoorlijk wennen. "Ik kwam uit de logistiek, waar ik sprak met vracht­wagenchauffeurs, logistieke planners, kortom: - niet oneerbiedig bedoeld - met de gewone man. Ik keek erg op naar de advocatuur en de Zuid­as."

28

Baker McKenzie Nederland heeft 28 partners. Twee van hen zijn van niet-westerse komaf: Mo Almarini en Juliana Dantas, die uit Brazilië komt. Cijfers over het hele kantoor zijn er niet, want Baker McKenzie registreert geen etniciteit.

In de jaren die volgden kwam er steeds meer aandacht voor diversiteit. "Ik kreeg daar vooral de kriebels van. Wat wil je, twintig Marokkanen binnen hebben, of wil je gewoon de beste mensen? Van quota, verplichte aannamecijfers, kan een perverse prikkel uitgaan: mensen binnen­halen die niet goed genoeg zijn. Dat wil je niet."

Nachtelijke uren
Tegelijk: dat een advocatenkantoor divers is, vindt hij superbelangrijk. Niet omdat dat goed staat of eenmaal zo hoort, maar ook uit bedrijfseconomisch oogpunt: een team met mensen van verschillende achtergronden kan een zaak vanuit verschillende invalshoeken bekijken.

"Onze cliënten zijn heel divers. Dan is het gek als je er met vier witte mannen tegenover gaat zitten. Dat straalt slecht af op je kantoor."

Misschien, met de kennis van nu, had hij wat vaker ja moeten zeggen als de afdeling recruitment hem vroeg om studenten van diverse achtergrond te ontmoeten en warm te maken voor zijn kantoor.

"Als advocatenkantoor heb je vaak de luxe dat studenten zelf op je afkomen, en dat je kunt vissen in een relatief grote vijver. Maar niet-westerse studenten komen niet, en daar zitten echt wel talenten tussen. Dat zijn mensen die denken: waarom Zuidas? Hoezo? En als ik ze kom vertellen dat het best wel leuk is hier, dan kan dat helpen."

Ook zijn ouders hadden een ander beeld van het beroep van advocaat. "In Marokko is dat een prestigieuze titel, net als arts bijvoorbeeld. Wat 'advocaat' betekende in termen van de Zuid­as, daar hadden ze geen idee van. Die nachtelijke uren die ik moest maken begrepen ze eerst ook niet. Nu zijn ze supertrots."

Ruim drie jaar geleden stapte Almarini over van Houthoff, een Nederlands kantoor, naar het internationale Baker McKenzie. Een paar weken geleden was hij op de vestiging in Londen.

"Zij hadden een jaar of tien geleden hetzelfde probleem als waar wij nu mee zitten: voldoende aanbod van studenten met niet-westerse achtergrond, maar ze kwamen niet bij hen binnen."

Vooroordelen
Het kantoor heeft toen de selectieprocedure geanonimiseerd en onder meer namen, leeftijd en afkomst afgeschermd. Het resultaat: van 4 procent naar 15 procent mensen van niet-westerse achtergrond in drie jaar tijd. "Daar schrok ik echt van," zegt Almarini. "Dat betekent dus dat al die tijd mensen bedoeld of onbedoeld met een vooroordeel zitten terwijl ze een brief aan het lezen zijn."

Hij heeft het idee geopperd bij het bestuur toen hij weer terug in Nederland was. En er moet meer gebeuren om mensen met een andere achtergrond te laten solliciteren. In de beeldvorming is de vrijdagmiddagborrel een probleem, zegt Almarini. "De oplossing kan natuurlijk niet zijn dat de advocatuur stopt met borrelen." Hij begint te lachen: "Dat lijkt me geen haalbare kaart!"

Bovendien, betoogt hij, heeft borrelen een functie. "We werken hier hard, dus je moet je collega's goed kennen. Dat hoeft niet met een biertje."

Hoe voorkom je dat iemand zich toch ellendig voelt, als hij telkens degene is tegen wie wordt gezegd: oké, zes bier, en wat wil jij? "Je kunt ook de groep vragen: wat kan ik voor jullie halen? Dat wordt misschien alsnog zes bier, maar dan voelt de ander zich niet buitengesloten. Ik zeg niet dat het makkelijk is: dit moet in iedereens hoofd veranderen."

Meer vrouwen, meer culturen

Het vinden van mensen met een andere culturele achtergrond is een veel nijpender probleem bij de advocatenkantoren dan bij een bedrijf als adviesbureau ­Accenture.

Daar, op die vier verdiepingen in de gigantische Itotoren, werken ­enkele tientallen ­nationaliteiten. De vrijdagmiddag­borrel - in eigen huis - heeft daar regelmatig een ander thema, er staan grote schalen met fris; met het Suikerfeest neemt ieder­een wat lekkers mee. Waar de consultants zitten te springen om meer vrouwen, zijn er mannen vanuit alle windstreken te over.

ABN Amro is cultureel voldoende divers, maar ziet hetzelfde gebeuren als bij vrouwen: de doorgroei stokt. Een goede verklaring heeft de bank nog niet. De wil is er wel: in 2020 wil de bank 6 procent mensen met een andere culturele achtergrond in de top hebben, in de subtop 7 procent.

Bij de accountants van EY (het oude Ernst & Young) is 4 procent van niet-westerse komaf, en ook PwC blijft achter bij de eigen doelstellingen. Nu is een handvol partners van niet-westerse komaf, het streven is 20 tot 30 procent.

"Dit percentage is gewenst om ook deze groep collega's echt zichzelf te kunnen laten zijn," zei directeur Peter van Mierlo eerder tegen Het ­Financieele Dagblad. Een bedrijfs­barbecue organiseren op de eerste dag van de ramadan, zoals in 2014, dat zal niet meer gebeuren. "Je sluit zo'n 20 procent van de club, die je ook wil bedanken voor hun inzet, bij voorbaat uit. Heel gênant."


Lees terug
Deel 1: Transgender op de Zuidas: 'Ze namen me niet meer serieus'
Deel 2: Invalide op de Zuidas: Alleen staand vergaderen is er niet bij
Deel 3: Een vrouw op de Zuidas: het kan dus wel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden