PlusInterview

Marlene kan haar dementerende moeder (90) niet bezoeken: ‘Zo pijnlijk’

Nu blijkt dat dementerenden in isolement hard achteruit gaan, zwelt de roep aan om bezoek in verpleeghuizen toe te staan. Marlene van der Kooi ziet hoe slecht het met haar moeder gaat.

Marlene van der Kooi kan haar 90-jarige, dementerende moeder niet bezoeken. Contact verloopt nu via internet.Beeld Dingena Mol

Elke dag ging Marlene van der Kooi (54) bij haar moeder op bezoek in verpleeghuis Vondelstede. Zij had haar moeder, Lidy Konijn, beloofd goed voor haar te zorgen. Een waardig leven stond daarbij voorop. Aftakelen en een kasplantje worden, wilde Marlenes moeder niet.

Het proces van dementie van haar 90-jarige moeder verliep drie jaar in Vondelstede heel langzaam. “Mijn moeder las boeken en de krant en verzorgde zichzelf goed. Ze droeg altijd prachtige kleurencombinaties. Wij hielden haar bij de les en bespraken dagelijks het nieuws.”

Sinds de deuren van verpleeghuizen vier ­weken geleden voor bezoek werden gesloten, gaat de toestand van Lidy Konijn hard achteruit. Het lezen van haar geliefde Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer doet ze niet meer. Ze gaat liever vroeg slapen. “Een teken aan de wand,” zegt Van der Kooi.

Verwilderde blik

De laatste keer dat ze belde, was haar moeder in totale verwarring. “Ze wist niet meer hoe ze in het verzorgingshuis terecht was gekomen en herkende haar kamer niet meer. Als ze stress heeft, weet ze het niet meer. Ik zei: ‘Kijk naar de meubels en je schilderijen. Die zijn van jou.’ Het duurde een half uur voor ze het weer wist.”

Van der Kooi bracht haar moeder enkele weken geleden een iPad zodat ze konden facetimen. Ze schrok van de toestand waarin ze haar moeder onlangs achter de tablet aantrof. “Haar haren zaten in de war, ze droeg al een hele tijd dezelfde trui en had een verwilderde blik in haar ogen. Ik zag paniek en angst. Ze was verloren, de weg kwijt. En dat allemaal in vier weken tijd. Eerder was ze een goed aanspreekbare vrouw, nu trekt ze zich terug. Het is zo pijnlijk om mee te maken.”

Van der Kooi is docent op het MBO College Noord bij de afdeling Media en Vormgeving. Ze heeft afgelopen zomer nog een film over haar moeder – ‘een hardcore feminist’ – gemaakt. “Je ziet hoe ze haar eigen gang ging. Ze zei ook dat ze wel naar het bejaardenhuis wilde, zoals zij het noemde, maar dat ze haar vrijheid wilde behouden.”

Sinds een paar weken belt haar moeder haar nog maar zelden op. “Alleen als ze heel boos is, belt ze. Ze riep: ‘Ze houden me vast, ze hebben mijn vrijheid afgenomen.’ Ze is boos dat ze als een kleuter wordt aangesproken. Mijn moeder is nu alleen maar patiënt: ze is Lidy met dementie.”

Van der Kooi ligt er wakker van. “Dit gaat de verkeerde kant op. Ik kan niet de afspraak nakomen dat ik goed voor haar zou zorgen. Mijn moeder heeft geen fijn leven. Dit is alleen maar lijden.”

Ze vindt het onterecht dat ze niet bij haar moeder op bezoek mag. De boosheid en het verdriet slaan toe. “Natuurlijk wil ik niet dat het coronavirus het huis binnenkomt. Maar nu lopen er ­elke dag veertig verzorgers naar binnen, van wie velen met het openbaar vervoer hebben gereisd. Ik zit al vier weken thuis en ben niet met het ­virus besmet. Waarom mag ik niet op bezoek?”

Uitzichtloze situatie

De machteloosheid overheerst: “Het ging drie jaar goed. Nu denk ik: ‘Hoe ligt ze erbij?’ Het is zo heftig dat je je verdriet bij niemand kwijt kunt. Het is te heftig. Ik stort me op mijn werk, anders ga ik janken.”

Troost is er niet en uitzicht op een einde evenmin, zegt Van der Kooi. “Een maand de deur sluiten, is al lang, een half jaar kan ik mijn moeder niet aandoen. Ik moet haar zien, desnoods in een aparte kamer. Die deur moet open. Je kunt mensen niet kidnappen.”

Haar moeder in huis nemen is ook geen optie. Van der Kooi woont met haar gezin met kinderen op een hoge etage in het centrum. Er is geen lift en een extra kamer is niet voor handen. De woning bestaat bovendien uit allerlei hoekjes en trappetjes. Haar moeder zou zich er moeilijk kunnen bewegen en niet naar buiten kunnen.

Van der Kooi: “Is het leven van mijn moeder het nog wel waard om geleefd te worden? Die vraag wordt nu acuut. Zoals ze nu leeft, is dat het eigenlijk niet. Ik bewaak haar leven. Zij wilde dit leven niet. Zij wilde voor alles haar vrijheid houden. Ze zit nu opgesloten en kan haar kinderen en kleinkinderen niet meer zien. Nu gaat ze weliswaar niet dood aan corona, maar sterft ze aan eenzaamheid.”

Onbeschermd

Het aantal sterfgevallen in de verpleeghuizen, ggz, gehandicaptenzorg, gevangenissen en asielzoekerscentra is in een maand bijna verdubbeld. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde deze week alarmerende cijfers. Begin maart overleden wekelijks gemiddeld 797 mensen in deze instellingen, vorige week waren dat er 1485.

Ondanks de sluiting van verpleeghuizen voor bezoekers, een maand geleden, stijgen de sterftecijfers fors. “Dat betekent dat het virus met medewerkers de huizen binnen is gekomen. Doordat ze onvoldoende beschermingsmiddelen hebben, is het vervolgens overgedragen op bewoners en collega’s,” zegt Gerton Heyne, voorzitter van beroepsvereniging V&VN (verpleegkundigen en verzorgenden).

Minister Hugo de Jonge (Zorg) maakte na de publicatie van de cijfers over de sterfte in verpleeg­huizen bekend dat er een ‘nieuw verdeelmodel’ voor beschermingsmiddelen komt. Sinds maandag worden mondkapjes verdeeld op basis van besmettingsrisico bij bepaalde zorghandelingen waardoor verpleeghuizen en thuiszorginstellingen nu ook recht hebben op mondkapjes van hoge kwaliteit, zoals de FFP2-maskers.

Elke keer opnieuw schrikken

De moeder van Paul Marbus (60) woont nu ruim vijf jaar in verpleeghuis Vondelstede. Hij heeft de toestand van zijn moeder, de 90-jarige Petronella Marbus, in vier weken in hoog tempo zien verslechteren. “Ze snapt de maatregelen niet en is boos dat ze ons niet meer mag zien. Gisteren dacht ze dat ze ook niet meer mocht bellen.”

Als zijn moeder vraagt wanneer hij weer langskomt, probeert hij haar uit te leggen dat dat niet kan. “Elke keer schrikt ze als ik over het coronavirus vertel.”

Haar verwardheid neemt snel toe en haar uiterlijke verzorging wordt minder. “Mijn moeder verzorgde zichzelf altijd goed, maakte zich op en waste haar haren. Nu loopt ze al een week in dezelfde kleren.”

Ze spreekt, zegt haar zoon, sinds kort over ‘wij’, doelend op haarzelf en haar man. “Voor de sluiting van het verpleeghuis wist ze nog dat haar man was overleden.”

Zijn moeder moet vaak aan de oorlog denken. “Ze ging als 14-jarig Amsterdams meisje in de Hongerwinter bij een boerengezin logeren. Ze heeft daar nu associaties bij en zegt: ‘We moeten nu ook binnenblijven.’”

Sinds enkele weken heeft ze uitslag over haar lichaam van de stress. “Ze vindt het leven niet leuk meer en zegt dat ze de dagen daarom maar zoveel mogelijk slapend doorbrengt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden