PlusAchtergrond

Markten kunnen meer schwung gebruiken: ‘Geen Park+Ride, maar Park+Markt’

Nogal wat markten in Amsterdam verkeren in zwaar weer. Om het marktwezen wat meer schwung te geven, keken onderzoekers van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst naar wat er beter kan.

Marc Kruyswijk
De markt op het Bos en Lommerplein is opgeheven, maar is dankzij de buurt in verkleinde vorm weer terug. Beeld Jakob Van Vliet
De markt op het Bos en Lommerplein is opgeheven, maar is dankzij de buurt in verkleinde vorm weer terug.Beeld Jakob Van Vliet

Als je de Amsterdamse markten opnieuw zou uitvinden, zou het resultaat wel eens heel anders kunnen zijn dan het marktlandschap dat we nu kennen. Neem bijvoorbeeld de geografische verdeling van de markten over de stad. Die is nogal onevenwichtig, zegt Quirine Hoek, een van de medewerkers van de Marktatlas die woensdagavond werd gepresenteerd.

Het centrum is oververtegenwoordigd, zegt Hoek. Terwijl andere buurten het met relatief weinig tot geen marktkramen moeten stellen. Dus begon Hoek helemaal opnieuw: ze tekende een nieuwe marktplattegrond van Amsterdam. “Ingedeeld op inwonersaantallen. Amsterdam heeft op het moment ongeveer 4000 marktkramen. Dat betekent dat je per 200 inwoners een kraam hebt. Minder moeten het er niet worden.”

Heden als uitgangspunt

Met die planmatige instelling ging Hoek aan het tekenen, waarbij ze kwam tot een nieuwe marktenkaart van Amsterdam. “Niet het verleden, maar het heden was mijn uitgangspunt. Waar zou je nieuwe markten kunnen krijgen, welke geschikte pleinen zijn nu onbenut? En welke bestaande markten zou je liever op een andere plaats zien of op minder dagen? Het resultaat is een betere verdeling, markten zijn na een herschikking voor meer mensen bereikbaar. Iedereen een markt op vijftien minuten wandelen.”

De markten van Amsterdam verkeren in zwaar weer. Of beter gezegd: een aantal markten zit in het slop, zegt Tijs van den Boomen, de initiatiefnemer van de Marktatlas. “Het is dubbel. Sommige markten doen het goed, zoals Plein ’40-’45, Reigersbos en de Lindengracht, maar in zijn algemeenheid daalt de bezettingsgraad langzaam. Het Bos en Lommerplein is opgeheven en is dankzij de buurt in verkleinde vorm weer terug. Tegelijk zagen het afgelopen half jaar twee nieuwe markten het licht: op de Zuidas en in Betondorp. Het kan dus wel.”

In de Marktatlas onderzocht Van den Boomen met jonge architecten en stedenbouwers van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst de relatie tussen de stad en de markt. Alle 38 markten van Amsterdam zijn in kaart gebracht: hoe groot is de markt, op welke dagen en wat wordt er verkocht? Tegelijk deden de studenten een aantal spannende voorstellen voor Amsterdam, zegt Van den Boomen.

P+M in plaats van P+R

Neem het plan van Fatima Eloussari. Zij constateerde dat het beleid om de stad autoluw te maken een negatieve invloed heeft op de markten. Vooral ouderen die minder mobiel zijn en de werkende lagere economische klasse uit de regio die op de auto zijn aangewezen, vallen weg. “Maar tegelijk staan veel park-and-ridelocaties grote delen van de dag leeg.”

Eloussari zag de combinatie Park+Markt: het inzetten van problematische parkeervoorzieningen als locatie voor een markt. “Klanten parkeren gratis op vertoon van een aankoopbewijs, een systeem dat winkelcentra en supermarkten ook al kennen. Door markten bereikbaar te maken, kunnen nieuwe klanten worden geworven.”

Ze werkte haar idee uit voor parkeergarage Akerpoort, aan de uiterste westrand van de stad. “Met kleine ingrepen kan je van deze parkeergarage een aantrekkelijker plek maken. Waar nu auto’s staan, kunnen straks kramen komen. In de garage of op het dak. Later kan je dergelijke voorzieningen ook realiseren in de parkeergarage aan de Marnixstraat en bijvoorbeeld op de P+R-locaties bij de RAI en op Zeeburgereiland.”

Studentenmarkt

Behalve een herschikking van de markten zou er ook beter gekeken moeten worden naar de identiteit, zegt Hoek. Acht markttypen onderscheidt ze. “Van de studentenmarkt tot de multiculturele markt. Van markten die gespecialiseerd zijn in specifieke producten tot avondmarkten.”

En toch: teruglopende bezoekersaantallen baren zorgen, zegt Van den Boomen, omdat markten ontmoetingsplekken zijn. “Markten hebben een uitgesproken sociale functie. Toch benadert de gemeente ze nu uitsluitend als een economisch fenomeen. Ik pleit ervoor dat burgemeester Halsema zich zelf met de kwestie gaat bemoeien: markten moeten chefsache worden. Juist doordat markten zowel Economische Zaken, als Sociale Zaken en Ruimte en Duurzaamheid raken, zouden ze rechtstreeks onder de burgemeester moeten vallen.”

“En bij Halsema zijn ze in goede handen: anders dan haar Rotterdamse collega sprong ze aan het begin van de coronacrisis meteen voor de markten in de bres.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden