Opinie

Marcouch: 'Criminaliteit daalt verder en er komt een nieuwe middenklasse'

De criminaliteit onder Nederlands-Marokkaanse jongens is over zijn dieptepunt en zal verder dalen, voorspelt Ahmed Marcouch in een opiniestuk in Het Parool. Er ontstaat een nieuwe middenklasse.

De Osdorper Ban in Nieuw-West Beeld Marc Driessen
De Osdorper Ban in Nieuw-WestBeeld Marc Driessen

Flink wat ambtenaren in Slotervaart zullen Marokkaanse lieverdjes van criminoloog en antropoloog Hans Werdmölder onder hun hoofdkussen hebben liggen, want ik verzocht hen als hun stadsdeelvoorzitter zijn werk te lezen. In mijn tijd gaven we de eerste aanzet voor de aanpak van criminele Marokkaanse jongeren. Dat begon met durven benoemen. We noemden ze in Slotervaart geen hangjongeren meer, maar tuig. En we gaven ze geen eigen afdakjes en inloopuren bij een eigen honk, maar we gingen op zoek naar de beste agenten, straatcoaches, leerplichtambtenaren, docenten en huisbezoekers. En die kwamen, en ze deden hun werk.

Het is nog lang niet voldoende, en de integratie van Marokkaanse jongeren is zeker niet geslaagd. Toch zijn er drie ontwikkelingen die mij en mijn partij optimistisch maken. Eén: het politiewerk is aan het verbeteren, en als we dat doorzetten is iedereen erbij gebaat. Twee: er ontstaat een nieuwe middenklasse van jongvolwassenen met Turkse of Marokkaanse grootouders. Veel jongere broertjes van toen hebben andere keuzes gemaakt en proberen een normaal leven op te bouwen, huisje-boompje-beestje, met kleinere gezinnen. Drie: we hebben de kans fouten uit het verleden te herstellen door de nieuwkomers van nu beter voor te bereiden op de Nederlandse samenleving door ze snel onze taal, cultuur en gewoonten eigen te laten maken, en door ze te activeren.

Het grote verschil tussen falen en succes is de kwaliteit van de politie, en dan voornamelijk het vermogen om de goede Hassan van de foute Hoessein te onderscheiden. Een voorbeeld. In Slotervaart konden wij de hardnekkig criminele Mondriaangroep pas oprollen nadat de beste Marokkaanse agenten uit Amsterdam in Slotervaart kwamen werken.

Daarvoor was een heel team autochtone rechercheurs maandenlang tevergeefs op zoek naar de verdachte Mohammed Saddam. Toen we de taps kwamen beluisteren, bleek dat de jongens spraken over Mohammed Ou Amsterdam, Mohammed uit Amsterdam. Er bestond geen Mohammed Saddam. De agenten hadden het verkeerd verstaan en zo ging het ook met de herkenning van gezichten, van stemmen en van regionale accenten. Wie daarin onderscheid kan maken, hoeft niet etnisch te profileren, die ziet en hoort wie fout is en wie goed.

En gelukkig voelt onze Amsterdamse politiecommissaris Pieter-Jaap Aalbersberg de noodzaak om het recherchewerk langs deze weg te verbeteren. Na de wrede liquidaties, de beschuldigingen van etnisch profileren en de conflicten over politiegeweld is het de top van de politie duidelijk geworden dat de opsporingsteams en de recherche wel degelijk agenten nodig hebben met allochtone expertise. Dat is mooi.

Ik pleit er daarom voor de komende tijd uitsluitend agenten aan te nemen van Marokkaanse en Turkse afkomst. Als de politie daar actief op inzet, kan ook mooi afscheid worden genomen van de vele charlatanbureautjes die de politie wijsmaken dat je na enkele uren training multicultureel vakmanschap beoefent.

Een bijkomend voordeel van meer agenten met een natuurlijke kennis van een specifieke taal en cultuur is dat zij hiermee automatisch toegankelijker worden voor de vaders, moeders en de jongens zelf. Zij krijgen een goede informatiepositie - en dat is de basis van goed politiewerk. In Slotervaart leidde dit er destijds toe dat er aangiften kwamen, goede gesprekken met verdachten en bekentenissen.

Broers achterna
We moeten zorgen dat crimineel gedrag niet wordt doorgegeven aan de volgende generatie. Als de expertise van de politie tekortschiet doordat ze geen toegang heeft tot de juiste kringen, gaan de kleintjes hun grote broers achterna en zijn veertig welzijnsorganisaties nog niet voldoende om dat tegen te houden. Doet de politie zijn werk goed, dan krijgen de ouders, docenten en jongerenwerkers de grond onder de voeten waarop zij verder kunnen bouwen met de jongens die wel van goede wil zijn. Dan krijgen ook de leerplichtambtenaren, straatcoaches en huisbezoekers eer van hun werk: de broertjes groeien op in harmonie, gaan naar een school waar een leerhouding normaal is en zoeken een eerlijke baan.

En intussen ontstaat een fenomeen dat veel minder utopisch is dan velen zullen denken. Bijna niemand heeft het nog opgemerkt, maar in Nederland worden de gezinnen met Marokkaanse en Turkse grootouders kleiner. De jongens die geboren werden nadat Werdmöller zijn promotie schreef, zijn nu dertig-plus. Sommigen zijn inderdaad nog steeds crimineel, maar ze hebben minder opvolgers. En de criminele jongens over wie hij schreef in 2005 woonden toen al in steeds kleinere gezinnen. En nu die broertjes volwassen worden, ga je dat getalsmatig steeds meer merken.

Verheffen
Ik zie de twintigers van nu steeds vaker opgroeien als moderne stelletjes, allebei opgegroeid in Nederland, ze werken of studeren, kopen een huis en krijgen hun eerste kind pas tegen hun dertigste. Daarna volgen nog twee of drie kinderen. Dat is sinds 1997 de omvang van het gemiddelde Nederlandse gezin volgens het CBS. en dat is intussen ook de gemiddelde omvang van een Marokkaans-Nederlands gezin. Zij voegen zich bij de middenklasse, ze verheffen zich.

Dat is een integratiefenomeen, die kleinere gezinnen. Er is wel degelijk geslaagde integratie, en die moeten we koesteren. Nu we weten wat werkt, moeten we dat vaker en beter inzetten. Vanaf dag één. Recent liep ik rond bij de noodopvang in Zuid-Oost en het Asielzoekerscentrum in Almere en ik zag dat mensen niet kunnen wachten om de taal te leren, hun diploma's te laten waarderen, aanvullende opleidingen te volgen en stage te lopen.

Tip
Laila Azzam, één van die vele vrijwilligers die meehelpen om bedden te verschonen of kleding te verdelen, gaf een waardevolle tip: neem vluchtelingen op in de organisatie. Laat ze koken, de was doen, soppen, boodschappen doen, bemiddelen en laat ze samen met de vrijwilligers en professionals toezien op de rust en lieve vrede.

Haar impliciete boodschap aan de hulpverleners was duidelijk: hospitaliseer de nieuwkomers niet, maar activeer ze. Leer ze snel onze taal, cultuur en gewoonten. Dat is wat ons te doen staat. Doen we dat goed, dan mogen we de hoop koesteren dat Werdmölder over tien jaar heel andere conclusies trekt.


Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

null Beeld
Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden