Plus PS

Marcel Levi: 'Ik fantaseer erop los waar die nier terecht is gekomen'

Het is maar een halfuurtje vliegen, zei Marcel Levi (53) toen hij vorig jaar het AMC verliet om een Londens ­ziekenhuis te gaan leiden. Inmiddels weet hij beter. Een gesprek over inefficiëntie, zijn nierdonatie, goede gezondheidszorg en de roem. 'Ik kan er nog steeds niet mee omgaan.'

Beeld Marc Driessen

Een van zijn onhebbelijkheden, zo zei hij ooit zelf, is zijn ongeduld. Wanneer het gevoel van tijdverspilling zich opdringt, krijgt Marcel Levi het op zijn heupen. Zijn been begint te wiebelen. Hij zucht.

Hij gebruikt afrondende uitdrukkingen als 'goed!', 'oké!' om een vergadering richting een einde te dirigeren. Onbedoeld krijgt hij een gezichtsuitdrukking die zegt 'klaar ermee'.

Dit voltrekt zich bij bijeenkomsten die te lang duren - "vaak is een vergadering een kopie van die ervoor" - maar eenzelfde emotie bevangt hem tijdens de reis Londen - Amsterdam.

De parallel: inefficiëntie. Schiphol, breek hem de bek niet open.

Levi zit aan een tafeltje in een nieuwe aanbouw van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, waar hij als lid tot de raad van toezicht is toegetreden. Elke vijf weken komt hij een dag naar Amsterdam en dan sjeest hij van afspraak naar afspraak - zo ook vandaag.

Kaki broek, windjack, gebruind hoofd - energiek, goedgemutst en een behoorlijk eindje op dreef om Schiphol te gaan affakkelen. "Het is krankzinnig slecht georganiseerd daar."

Londen is maar een halfuurtje vliegen, zei hij een jaar geleden monter toen hij afscheid nam als voorzitter van de raad van bestuur van het AMC. Levi is nu een jaar de CEO van de University College London Hospitals (UCLH), geroutineerd forens en inmiddels weet hij beter.

"Ik dacht: ik vlieg wekelijks of tweewekelijks op en neer. Maar van deur tot deur (Huntley Street - Keizersgracht, red.) ben ik minstens vier uur onderweg. Het is allemaal domme tijd, controles, wachten, vertraging, gedoe."

Als Levi zijn zin heeft afgerond, en ademhaalt voor een volgende, buigt een man van rond de zeventig zich naar hem toe. Hij fluistert: "Mag ik u even onderbreken? U bent toch de beroemde dokter Levi?" Levi knikt vriendelijk en de man loopt alweer weg. De beroemde dokter Levi, bedremmeld: "O jee."

Gebeurt dit vaker?
"Ja, ik kan er nog steeds niet mee omgaan. Het neemt echt absurde vormen aan. Ik beleef het helemaal niet zo dat ik tussen aanhalingstekens 'bekend ben', maar dagelijks begint iemand in de tram of trein tegen me te praten. Ik vind het niet vervelend, maar ik moet daar wel heel erg aan wennen."

Het kantelpunt was halverwege vorig jaar. Levi, toen de baas van het AMC, was al bekend omdat hij zich roerde in menig discussie over de zorg. Toen hij CEO werd van het gerenommeerde UCLH rees zijn ster, ook aan de andere kant van de Noordzee.

Het British Medical Journal presenteerde de nieuwkomer (en groot Ajaxfan) met een voetbalplaatje: 'world class star'. Weekblad Elsevier bekroonde hem tot Nederlander van het Jaar 2016.

"Alles bij elkaar was ik best vaak op televisie. Te vaak. Zelfs mijn moeder zei tegen me: 'Het wordt nu wel een beetje veel.'

Een dokter heeft niets aan roem. Integendeel. "Het kan belemmerend werken," zegt Levi, die naast het runnen van een ziekenhuis altijd één dag in de week als internist bleef werken - ook nu nog.

"Het kan dat patiënten daardoor met veel te grote verwachtingen bij me komen. Of dat mensen denken dat ze allemaal dingen via mij kunnen regelen."

En dan was er nog De Nier. Levi doneerde vorig jaar aan een onbekende patiënt een nier. Dat maakte van hem behalve een 'superdokter' voor sommigen ook een barmhartige samaritaan, wat Levi, eerlijk is eerlijk, nogal irritant vindt omdat er een signaal van uitgaat: dit is goed en dit moet iedereen doen.

"Dat wil ik vermijden. Ik vond dat ik mijn nier kon doneren, dat het bij mij paste, maar ik kan duizend redenen verzinnen waarom mensen dit niet doen."

Hij had de orgaandonatie geheim willen houden. Maar nadat de Tweede Kamer het initiatiefwetvoorstel over orgaandonatie had aangenomen, dat bepaalt dat iedere Nederlander zonder tegenbericht standaard donor wordt, dreigde de discussie om te slaan in een antidonatiestemming. Levi liet hij zich door naasten en mensen van de Nierstichting overhalen. Oké dan, één interview. "Lekker naïef."

Wat haalt u uit een nierdonatie?
"Plezierige gedachten, tevredenheid, het gevoel iets zinvols te hebben gedaan voor een ander. In een boekje las ik ooit een opmerking van een donor. Hij zei: 'Je hebt weleens van die dagen dat alles tegenzit. Nou, dan denk ik eventjes aan mijn nier en dan word ik gelijk weer helemaal blij. Want die nier heeft iemand waarschijnlijk veel geluk gebracht.'"

"Dat heb ik ook. Er zijn weken dat ik er niet aan denk. Ik mis hem niet, mijn conditie is goed en ik sport veel. Maar het is wel leuk om eraan te denken."

"Ik heb weleens een jonge vrouw als patiënt gehad die na een niertransplantatie kinderen kon krijgen. Zij belandde van de hel in de hemel. Dat heeft grote indruk op mij gemaakt. Dus ik fantaseer erop los waar die nier terecht is gekomen. Hopelijk heeft iemand er nog veel plezier van."

Levi staat ook bekend als de man van de vijf uur durende nachtrust en tachtig uur durende werkweek. Waar hij voorheen langs de Amstel fietste, pakt hij nu de Theems. Vakantie viert hij in Italië, waar hij met zijn broer Alfred, marketingdirecteur bij Ahold, een wijngaard heeft gekocht.

Er zit ook nog een lap grond met olijfbomen bij, al met al goed voor acht liter olijfolie per jaar, waarvan er vier bij wijze van betaling bij de perserij achterblijven.

Marcel, Alfred en zus Jet zijn opgegroeid in Amstelveen. Vader was huisarts en moeder assisteerde hem daarbij. Bij de familie Levi werd hard gewerkt, doelen waren belangrijk en successen werden gevierd, maar, zo zegt Levi, niet op een vervelende manier.

Zijn hoge energielevel kreeg hij mee van beide ouders. En hij wekt het zelf vrij gemakkelijk op. "Ik haal heel veel energie uit kleine succesjes. Een patiënt die zegt: 'Ik ben hier zo goed geholpen.' Of een student die vindt dat ik iets goed heb uitgelegd."

Heeft u offers gebracht voor uw carrière?
"Dat gevoel heb ik niet. Mijn privésituatie laat het toe. Als ik kleine kinderen zou hebben, zou ik zo niet kunnen leven: onregelmatige werktijden, veel reizen, veel weg, met niemand rekening hoeven houden, behalve met mijn agenda."

Heeft u een relatie?
"Ja, soort van, we hebben elkaar via wederzijdse vrienden leren kennen. Zij heeft ook een drukke baan, dus als we elkaar willen zien, moet het op afspraak. Dat gaat als volgt: 'Hé, ik heb volgende week plotseling een gaatje. Waar ben jij dan?' Dan gaan we puzzelen of we elkaar ergens kunnen zien."

"Er zit niet veel spontaniteit in, maar als we elkaar zien, is het superleuk. Ik had ook lange tijd geen relatie en toen werd er enorm gespeculeerd. Mensen vinden dat kennelijk een heel interessant onderwerp. Weet je: het is mijn privéleven, ik deel al zo veel en dit is van mij, daar heeft verder niemand wat mee te maken."

Goed, over naar de gezondheidszorg dan. Verschillen Nederlandse ziekenhuizen erg van die in Engeland?
"Enorm. Ik kreeg vanochtend een rondleiding door het Antoni van Leeuwenhoek en daar heb ik ook tegen iedereen gezegd hoe mooi het is: de ruimte, de rust, de meubels. In Londen is de zorg ook goed. De verpleegkundigen zijn geweldig en ik kan alle scans doen die ik nodig heb. Alleen de omstandigheden zijn barbaarser."

Beeld Marc Driessen

"Tijdens mijn weekenddienst op de acute afdeling loop ik visite langs 75 bedden, dat is echt stevig doorwerken. Maar het is daar zo onrustig, overal zijn mensen, overal is lawaai. Dan komt er een schoonmaker voorbij op zo'n grote machine en die blijft maar heen en weer gaan."

"Om gek van te worden, want ik wil me concentreren, maar dat lukt dan niet. We werken nog met papieren statussen, anno 2017! Er is in Engeland jarenlang radicaal bezuinigd op zorg en er is dus niet geïnvesteerd in spullen, ICT en gebouwen. Het personeel is gelukkig wel meegegroeid en de geneesmiddelen ook."

Wat kan de Nederlandse zorg leren van de Britse?
"Iets dat heet 'performance management'. Wat is deze week precies je wachttijd voor borstkankerchirurgie? Hoelang moesten patiënten gisteren wachten op de eerste hulp? Hoeveel bedden hebben we vandaag en morgen beschikbaar en waar zijn die? Ik weet het precies."

"Daar zijn criteria voor en als je daar niet aan voldoet, krijg je als ziekenhuisdirecteur op je kop en moet je verbeterplannen inleveren. Als je me in Nederland had gevraagd: hoeveel mensen staan in het AMC op de wachtlijst voor dikkedarmchirurgie, dan had ik het niet precies geweten."

Moet Amsterdam blij zijn met de komst van het Europees geneesmiddelenagentschap EMA in 2019?
"Het is precies wat je wilt in Amsterdam: een kennisinstelling, economisch aantrekkelijk, het zal als een magneet werken op precies die mensen die je in je stad wilt hebben. Ik heb ook zorgen: de EMA genereert 32.000 hotelovernachtingen. Maar er is nu al geen hotelkamer te krijgen."

"En waar moeten die negenhonderd medewerkers en hun gezinnen wonen? Is er wel een deltaplan? Nu kunnen we nog ingrijpen. Is er ruimte bij Almere of in West? Oké, dan gaan we daar huizen bouwen."

"Om het aantrekkelijker te maken, leg je een ultragave flitstrein- of metroverbinding aan. Die ambitie mis ik. Het ergste zou zijn als we niks doen, en wonen en overnachten in Amsterdam onbetaalbaar laten worden."

Hoe ziet u Amsterdam met een frisse blik, als u uit Londen komt?
"Wat is het hier goed geregeld. Wat zijn de straten netjes. Wat hebben we mooie fietspaden. Dat zie ik nu allemaal, maar als Amsterdammer mopperde ik ook, hoor. Wat me tegenvalt is hoe mensen zich gedragen."

"Voorbeeld: gisteravond landde ik op Schiphol. Het was negen uur, het regende een beetje, ik was moe en besloot een taxi naar huis te nemen. Dus ik liep richting de taxi's, stond er plotseling een vent in een Schipholhesje met een brandende sigaret in zijn mond tegen mij te schreeuwen: 'Jij moet zó lopen, door die hekjes!'

Ik zeg: 'Meneer, er is hier ­niemand, ik wil gewoon naar een taxi.'
Hij weer: 'Als ik zeg dat je zo moet lopen, moet je zo lopen'.

My god, ik ben dit niet meer gewend."

"In Londen zijn mensen beleefd. Je houdt de deur voor elkaar open en je groet elkaar in de lift. Het mooie is: als iedereen zo voorkomend is, ga je je zelf ook zo gedragen. Ik ben echt een monster in het verkeer, maar dáár niet."

"Voor een zebrapad stop je altijd, al moet je hard op de rem, en je rijdt nooit door rood. Dan denk ik: zijn ze in Engeland nou zo aardig? Of zijn we in Amsterdam nou zo onaardig? Ik weet het nog niet helemaal. Het zal er wel tussenin zitten."

Cv

Marcel Levi
25 september 1964, Amsterdam

1976 Vossius Gymnasium
1982 Geneeskunde UvA
1990 Arts en gepromoveerd bij de UvA
1997 Internist bij het AMC
2000 Hoofd van de afdeling inwendige geneeskunde
2010 Voorzitter van de raad van bestuur en decaan van de geneeskunde­faculteit van de UvA
2016 Chief executive University College London Hospitals

Marcel Levi woont alleen in Londen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden