Plus PS

Maquettemaker wil héél Amsterdam in het klein namaken

Henk van Heezick (53) heeft een uit de hand gelopen hobby: hij maakt papieren maquettes, het liefst van niet-gebouwde gebouwen. 'Ik krijg het allemaal nooit af.'

Henk van Heezick met zijn maquette van het Eastern Columbia Building, een art-deco­gebouw in Los Angeles Beeld Carly Wollaert

De wilde plannen, die zijn hem het liefst. Woeste ontwerpen, waarvan de architect heus waarschijnlijk wel geweten heeft dat die van zijn lang zal ze leven het licht nooit zouden zien. Dáár kan je Henk van Heezick 's nachts dus voor wakker maken.

Gebouwen waar alleen maar tekeningen van zijn. "Die technisch niet mogelijk waren, of veel te duur om in het echt te bouwen. Het is mooi om te zien wat er gebeurt als een architect simpelweg zijn creativiteit de vrije loop laat. Dát zijn de gebouwen die ik graag maak. Oké, iets kleiner dan, maar toch."

Honderd gebouwen
'Iets kleiner' is niet overdreven: de ongeveer honderd ­gebouwen die Van Heezick inmiddels op zolder heeft staan, zijn tweehonderd keer kleiner dan de architecten ze oorspronkelijk hadden ­bedoeld. En aan de kosten zal het ook niet liggen: zijn ­gebouwtjes zijn niet van baksteen of beton, maar van stevig papier. Het kostbaarste eraan zijn de vele uren die ­miniatuuraannemer Van Heezick eraan heeft gespendeerd.

Van Heezick maakt het liefst maquettes van niet-­gebouwde gebouwen. Of desnoods gebouwen die ooit wel hebben bestaan, maar in de loop der jaren bijvoorbeeld zijn gesloopt of afgebrand.

Zelfs als hij zich stort op bijvoorbeeld het Rijksmuseum lijkt het resultaat verdraaid veel op het museum zoals iedereen dat kent, maar is het toch nét een beetje anders. "Ze hebben er later, speciaal om De Nachtwacht beter te laten uitkomen, nog een stukje aangebouwd bij de onderdoorgang. Ik heb ervoor gekozen dat stuk weg te laten."

Madurodam
En dan is er nog de categorie 'gebouwen die je maar beter gebouwd kan hebben, je weet maar nooit of ze er nog lang zullen zijn'. Een kerk in het Zwitserse Chur bijvoorbeeld, te rangschikken onder de brutalistische architectuur, waarbij veel gebruik is gemaakt van beton.

"Het leek er een tijdje op dat die kerk misschien wel gesloopt zou worden. Ik heb hem nagemaakt van papier en een tijdje geleden ben ik er in het echt geweest. Prachtig gebouw."

De eettafel van Van Heezick in zijn rijtjeshuis in Amstelveen geeft hetzelfde vervreemdende gevoel als je als ­bezoeker van Madurodam kan hebben: bekende bouwsels vreemd klein en onwerkelijk pal naast elkaar. Het statige Rijksmuseum van Pierre Cuypers staat gebroederlijk naast, en valt een beetje weg tegen, het turquoise Eastern Columbia Building, een beroemd art-deco­gebouw in Los Angeles.

Beeld Carly Wollaert

Aan de ene kant het nooit gebouwde Leidse stadhuis van Dudok, aan de andere kant Museum Het Schip van de hand van architect Michel de Klerk. En dat allemaal op Van Heezicks eettafel dus.

Hij is er al een paar jaar mee bezig. Fanatiek, zou je kunnen zeggen, misschien wel op het obsessieve af. "Het is ­inderdaad wel een beetje uit de hand gelopen met deze hobby," geeft hij toe.

Het begon allemaal toen hij zich, gewoon uit interesse, ging verdiepen in de Amsterdamse School, de bouwstijl die wordt gekenmerkt door expressieve en fantastische vormen.

"Dat heeft schitterende gebouwen opgeleverd, maar gaandeweg ontdekte ik ook dat er heel veel is ontworpen en geschetst dat nóóit is gebouwd. Wat jammer, dacht ik. Langzaam maar zeker rijpte bij mij toen het idee: dan bouw ik het zelf wel. De kick is dan dat ik de eerste ben die zo'n gebouw in 3D ziet."

Snijden en lijmen
Aan de bouw van elk gebouwtje gaat intensief onderzoek vooraf. Bij bestaande Amsterdamse gebouwen springt Van Heezick op zijn fiets, een camera in de aanslag.

Voordat hij ook maar kon beginnen bijvoorbeeld aan zijn ­maquette van het Rijksmuseum is hij er minstens een paar keer omheen gelopen en maakte hij driehonderd foto's van het gebouw. "Alle details wil ik precies hebben, want het zijn de kleine dingetjes die echt helemaal goed moeten zijn."

Bij thuiskomst begint het echte ontwerpen. Van Heezick tekent alles op de computer - "dat gaat veel sneller dan met de hand" - en altijd in de verhouding 1:200. Daarna is het een kwestie van printen, alle delen uitsnijden met een stanleymes en de boel in elkaar lijmen.

Het is een precisiewerkje, want veel onderdelen zijn heel klein. "Je moet echt uitgerust zijn als je aan het werk gaat, anders kun je er enorme hoofdpijn van krijgen."

Hoe Van Heezick vordert is te zien op zijn eettafel. En op zijn zolder, waar alles wat inmiddels beneden niet meer past wordt opgeslagen. "Hier beneden staan vooral de ­modellen waar ik nu mee bezig ben. Een wolkenkrabber in de stad Buffalo in de staat New York. En een nimmer ­gebouwd gebouw van Willem Kromhout, de architect die verantwoordelijk is voor Hotel American."

Van Heezick, in het dagelijks leven heeft hij een eenmansbedrijfje dat warmtepompen en zonnepanelen ­installeert, heeft al vele meters papieren gebouwtjes ­gemaakt, maar zijn ambities zijn vele malen groter dan zijn productie.

Amsterdam in het klein
"Als ik onderzoek doe naar gebouwen die nooit zijn gebouwd, kom ik steeds heel veel tegen waarvan ik denk: já, dat moet ik ook ooit nog eens maken."

Onlangs kocht hij bijvoorbeeld een boek dat rond 1905 is verschenen, in de tijd dat het Vredespaleis in Den Haag werd ontworpen. "Daar is een prijsvraag voor uitgeschreven en dat leverde alles bij elkaar ongeveer honderd inzendingen op. Allemaal prachtige plannen die het níet zijn geworden, waar nooit meer iets mee is gedaan. Terwijl: veel van die tekeningen vind ik veel mooier dan het Vredespaleis dat er uiteindelijk gekomen is. Ja, dat is vreselijk hoor: dan komt er weer een hele zwik gebouwen bij die ik óók ooit nog eens zelf moet bouwen."

En als dat al ambitieus mocht klinken: Van Heezick speelt al lange tijd met de gedachte héél Amsterdam in het klein na te maken. Niet gewoon zoals het nu is, maar het Amsterdam van 1672, het Rampjaar, toen de stad op het hoogtepunt van zijn macht was. "Dat zou volgens mij echt iets zijn voor als Amsterdam straks 750 jaar oud is."

Een eerste inventarisatie leerde Van Heezick dat hij in dat geval ongeveer 14.000 gebouwtjes zou moeten maken en dat hij naar schatting 30 bij 30 meter expositieruimte nodig zou hebben om het allemaal netjes op kwijt te kunnen. "Ik denk nu even aan de RAI, ja."

Het moet bijna gekmakend zijn: zo veel werk te doen en zo weinig tijd. "Dat is het ook." En dan berustend: "Want ik weet ook wel dat het uiteindelijk allemaal nooit zal afkomen. Ik hoop stiekem dat er meer Amsterdammers zijn die latent deze afwijking hebben, samen kom je een stuk ­verder."

Maquettes te zien

Acht papieren kunstwerkjes van Henk van Heezick zijn nog tot en met 3 maart te zien op de vide van Architectuurcentrum Arcam op de Prins Hendrikkade 600.

Daarnaast wordt in Museum Het Schip op 16 februari de tentoonstelling Publieke werken ­geopend, waar ook een gebouw van Van Heezick staat: de Corantijnschool. In de vaste opstelling van Het Schip staan drie maquettes: Het Schip zelf, complex De Dageraad en het Scheepvaarthuis (Amrâth Hotel).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden