Background

Magie: riten en mythen in afrikaans voetbal

Voetbal speel je met elf tegen elf. Toch kan het in Afrika gebeuren dat een team begint met tien spelers. Uit bijgeloof wordt de elfde speler pas ingebracht als de wedstrijd al aan de gang is.

Zwarte magie: het Afrikaanse voetbal staat er bol van. ''Maar dat is logisch, want in Afrika spelen magie en hekserij een rol in alle aspecten van het leven. Dus ook in het voetbal,'' zegt Arnold Pannenborg. Hij deed als student antropologie een halfjaar onderzoek naar 'juju', of 'muti' of 'gris-gris', allemaal termen voor zwarte magie. Goden worden vereerd, evenals de geesten van voorouders. Offers worden gebracht en er zijn rituele ceremonies. Vreemde zalfjes, papjes en drankjes geven onvermoede krachten.

Het zijn de medicijnmannen, ook wel toverdokters of 'maraboes' genoemd, die er alles van weten. In de sport rept men liever van teamadviseurs. Zij fluisteren in wat de voetballers moeten doen om te winnen.

Juju is met geheimzinnigheid omgeven, er wordt liefst niet over gepraat en het is vaak niet te zien. Wie er achteloos naar vraagt, krijgt nul op het rekest. Vraag het Eyong Enoh en de Ajacied uit Kameroen zegt: ''Juju? Weet ik niets van. Ik geloof er ook niet in, ik ben christen. Misschien gebeurt het wel in Kameroen, dat zou kunnen. Maar je hebt in Nederland toch ook mental coaches? Daar moet je het mee vergelijken.''

Mart Nooij was drie jaar bondscoach van Mozambique en werkte lang in Burkina Faso. ''Volgens mij is het alleen maar psychologische beïnvloeding. Een speler gaat niet beter voetballen van geitenbloed op zijn benen. Maar het kan wél zijn dat hij zich door zo'n ritueel één of twee procent sterker voelt,'' zegt Nooij, die zijn voetballers daarom meestal hun gang liet gaan.

Ook Ruud Krol, trainer van de Zuid-Afrikaanse club Orlando Pirates, kent de riten en gebruiken op het Afrikaanse continent: ''Wij hebben ook zo'n voodooman in dienst,'' zegt Krol in Ek sien jou, een boek over Nederlanders in Zuid-Afrika.

''Die man zit van tevoren in de kleedkamer. Daar doet hij zijn ritmes en zijn religie, met allemaal van die beweginkjes en dingetjes bij hun hoofd. Ik weet niet precies wat, ik ben daar nooit bij. Zolang de spelers erin geloven, is het goed. Als het maar geen storende factor is, en dat is het niet. Ja soms, als de hele kleedkamer vol met rook staat.''

Voor zijn onderzoek vestigde Pannenborg (33) zich in 2003 in Buea in Kameroen, waar hij meetrainde en -speelde bij voetbalclubs. Zo maakte de Amsterdammer vreemde dingen mee. Hij zag de angst in de ogen van tegenstanders zodra die arriveerden bij het veld. Hij zag hoe tegenstanders zich buiten de kleedkamer omkleedden en hoe spelers weigerden over het gewone pad naar het veld te lopen. Liever liepen ze om of gingen ze door de bosjes. Hij zag hoe iemand steentjes in een doel legde of zout op het veld strooide.

Na verloop van tijd won de blanke Pannenborg het vertrouwen van zijn zwarte ploeggenoten. ''In het begin zeiden ze altijd: 'Juju, daar doen wij niet aan.' Maar na een maand of twee kwamen de verhalen los. Ik had inmiddels van alles gezien, dus ze konden er niet meer omheen.''

De meeste juju is erop gericht de tegenstander te verzwakken. Vandaar ook dat die er vaak alles aan doet de vijandelijke juju te ontwijken, bijvoorbeeld door niet de kleedkamer te betreden.

Zo open en bloot als Pannenborg het meemaakte bij zijn eigen elftallen in Kameroen, zal het tijdens het WK niet zijn.

Verbod opgelegd voor juju
''In Afrika zelf weet iedereen dat het gebeurt en schaamt men zich er niet voor. Maar internationaal wordt er natuurlijk wel lacherig over gedaan. De Afrikaanse voetbalbond (CAF) heeft daarom jaren geleden al een verbod opgelegd voor juju tijdens de Afrika Cup. De CAF zit er best mee in haar maag. Ze wil niet te boek staan als primitief, achterlijk en bijgelovig.''

Ook de Fifa is niet happig op de zwarte magie. Onbekend maakt onbemind, zou je in dit geval kunnen zeggen. Omdat juju met geheimzinnigheid is omgeven, heeft de wereldvoetbalbond er geen vat op. ''Bovendien vraagt men zich af of er in de drankjes en smeerseltjes geen verboden middelen zitten.''

Heel zichtbaar is juju niet meer bij de nationale teams. Afrikaanse topspelers in Europa willen steeds minder dat die mannen in de kleedkamer komen.

''Ik kan me voorstellen dat een speler als Didier Drogba van Ivoorkust, als hij net uit de kleedkamer van Chelsea vandaan komt, geen zin heeft om zijn enkels in te smeren met een zalfje. Die zal toch het idee hebben dat ie een beetje voor paal staat als-ie zoiets doet. Daarom gebeurt het steeds vaker dat spelers individueel worden behandeld, of dat dingen zich buiten het gezichtsveld van de voetballers afspelen.''

Volgens Nooij worden sommige verhalen ook sterk overdreven. ''Ik ken ook de anekdotes over spelers die over de bal moeten pissen of teams die in hun blootje in het bos moeten slapen. Of je die allemaal even serieus moet nemen, betwijfel ik.''

''Je moet de overdrijvingsfactor ook meewegen: Afrikanen zijn net Volendammers. Aan het eind van de straat is een verhaal al een heel stuk erger dan aan het begin.'' (THEO BRINKMAN)


Staaltjes Zwarte magie
Tal van voorbeelden zijn er te vinden van voodoo in het Afrikaanse voetbal. Een greep uit de sterkste staaltjes zwarte magie.

WANBETALERS
In 1992 wint Ivoorkust de Afrika Cup zonder één tegendoelpunt te krijgen. Enkele medicijnmannen stellen dat de eindzege aan hen is te danken. Dat zou best kunnen, want al voor het toernooi had de Ivoriaanse minister van Sport een bataljon toverdokters laten opdraven om het team te helpen.

Na dat grote succes beleeft Ivoorkust magere jaren. De medicijnmannen weten wel hoe dat komt: ze zijn nooit betaald voor hun diensten en hebben daarom een vloek over het team afgeroepen.

In 2002 zoekt de minister van Defensie de toverdokters op. Hij biedt zijn excuses aan voor 'niet nagekomen beloften'. Hij geeft ze drank en een pak geld. De ban wordt verbroken, het succes keert terug. Ivoorkust haalt in 2006 de finale van de Afrika Cup en plaatst zich voor het WK van 2006.

VARKENSSTAART

In 1998 speelt Burkina Faso tegen Egypte. De Burkinezen hebben als geheime wapen een varken, dat moet worden losgelaten in het hotel van de Egyptische ploeg. Supporters van Egypte voorkomen dat. Ook een tweede truc, waarbij iets moet worden gedaan met een varkensstaart, mislukt. Burkina Faso verliest met 0-2. De oorzaak: de rituelen zijn niet goed uitgevoerd.

Later moet het land tegen Mozambique. Een medicijnman zegt dat het team een maand voor het duel een zwarte stier moet kopen en die drie dagen voor de wedstrijd moet slachten. Het betekent wel dat de stier een maand lang te eten moet krijgen. Dat vindt de minister van Sport te duur. Hij verordonneert de stier direct te slachten.

Burkina Faso verliest van Mozambique. De commissie van Wak (zo heet tovenarij in Burkina Faso) passeert sindsdien de sportautoriteiten van het land.

AMULET
Je zou het niet zeggen - want ze hebben met voetbal nog nooit iets opmerkelijks gepresteerd - maar Benin en Togo hebben een reputatie waar het gaat om medicijnmannen. De beste toverdokters komen uit die landen.

Een sterk staaltje is te zien bij het duel Benin-Togo in 2007, kwalificatiewedstrijd voor de Afrika Cup, als een 'maraboe' ingrijpt tijdens de wedstrijd. Benin is beter en valt het meest aan, maar het blijft 0-0. Hoogste tijd om daar iets aan te doen, vindt de Beninse toverdokter. Hij betreedt het veld en slaagt erin bij het doel van Togo te komen. Daar had de keeper een amulet in het net gehangen, 'om doelpunten te voorkomen'. De medicijnman grist het ding weg. In de resterende tijd scoort Benin drie keer.

FETISJEN
Januari 2000, halve finales Afrika Cup, Nigeria-Senegal. Tussenstand: 0-1. Achter de dug-outs zit Kashimaro Laloko, een official van de Nigeriaanse bond. In de slotfase staat hij op en loopt hij langs het veld naar het doel van Senegal. Hij haalt twee voorwerpen weg.

''Het waren fetisjen,'' zegt hij naderhand. ''Ik moest ze weghalen, in het belang van mijn land.'' Laloko wordt geschorst en mag zich in het vervolg niet meer binnen de omheining ophouden.

Die schorsing kan niemand iets schelen. Nigeria buigt namelijk de achterstand om in een 2-1 zege.

SLOT
De Brit Gary Bailey groeide op in Zuid-Afrika, waar een teamadviseur hem 'versterkende middelen' om zijn zwakke knie bond. Later, als keeper van Manchester United, zocht Bailey ook zijn toevlucht in muti, nadat hij in drie finales op Wembley weinig succesvol was geweest. Voor de FA Cup-finale van 1983 (tegen Brighton) hing hij, op aanraden van een medicijnman, een rood-wit lint en een slot aan het doelnet. Manchester won met 4-0 en dus bleef Bailey de muti gebruiken, ook bij zijn volgende finales op Wembley. Beide keren hield hij de nul: Manchester-Liverpool 2-0 (Charity Shield van 1983) en Manchester-Everton 1-0 (FA Cup 1985).

BEHEKST
Voorafgaand aan de finale Nigeria-Kameroen van de Afrika Cup in 2000 gebeurt iets merkwaardigs. Als de spelers van Kameroen in de catacomben bij hun kleedkamer komen, zien ze dat de Nigeriaanse spelers op de gang blijven wachten. Volgens de Nigerianen is hun kleedkamer behekst door het Kameroense kamp. ''Niet dat we erin geloven, want we zijn streng religieus,'' zegt oud-Ajacied Sunday Oliseh. ''Maar het kan dat de tegenstander zich bedient van voodoo.''

De Kameroeners besluiten hetzelfde te doen. Ook zij weigeren naar binnen te gaan, redenerend dat er dan ook met hun kleedkamer misschien iets is gedaan. Een 'medium' komt eraan te pas om beide kleedkamers ritueel te zuiveren. Hij spat water in het rond. Daarna gaan beide teams alsnog omkleden. Kameroen wint de finale na penalty's.

PROVOCEREN
Vreemde gebeurtenissen tijdens de Afrika Cup van 2000 brengen de Afrikaanse voetbalbond (CAF) in verlegenheid. Voor het toernooi van 2002 vaardigt de CAF daarom een verbod uit op zwarte magie.

Voor de halve finale Kameroen-Mali (3-0) wordt Thomas Nkono, keepers?trainer van Kameroen, gearresteerd. Hij zou een talisman op het veld hebben gegooid.

Nkono krijgt een jaar schorsing. Later zegt hij dat een eerder voorval aanleiding was hem op te pakken. In het groepsduel met Togo had hij water op het veld gesprenkeld, om de Togolezen te provoceren. ''Misschien waren de Malinezen bang dat ik ook bij hen zoiets zou doen.''

RONALDO

Spaanse Pepe is misschien wel de beroemdste toverdokter. Hij is de hoofdpersoon in een documentaire over het team van Kameroen dat het zo goed deed op het WK van 1990. Volgens hem is dat succes te danken aan bezweringsformules, het verblijf van spelers in heilige bossen, beïnvloeding van de wedstrijdballen en preparatie van de shirts.

De documentaire geeft een inkijkje in wat tot dan toe altijd verborgen is gebleven: de zwarte magie in Kameroen, ook wel Grimba of Ngouati genoemd. Over de zwarte magie praat je niet, en al helemaal niet met niet-ingewijden. Spaanse Pepe doorbreekt het taboe.

Vorig jaar kwam Spaanse Pepe opnieuw in het nieuws. Hij zou door de ex-vriendin van Cristiano Ronaldo zijn gevraagd om de Portugese sterspeler te beheksen en zo een einde te maken aan zijn carrière. Ronaldo voetbalt nog altijd.

Een Juju-amulet. Foto John Hill
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden