Review

Lovelace geeft slechts een deel van het tragische leven van Linda Boreman weer **

De Amerikaanse regisseurs Rob Epstein en Jeffrey Friedman verwierven een uitstekende reputatie met een imposante reeks documentaires. Drie jaar geleden maakten ze een geslaagde hybride van documentaire, animatie en speelfilm met Howl, waarin beatdichter Allen Ginsberg en diens gelijknamige magnum opus uit 1955 centraal staan. In Lovelace dramatiseren de filmmakers de turbulente relatie tussen Chuck Traynor en Linda Boreman, die als Linda Lovelace wereldberoemd werd door haar hoofdrol in de baanbrekende pornofilm Deep throat (1972).

Beeld Filmdepot

Epstein en Friedman baseerden Lovelace op een scenario van Andy Bellin (Trust), die de biografische film een opmerkelijke structuur geeft. De film toont twee versies van de periode waarin Traynor en Boreman samen waren, waarbij de rooskleurige variant aan de nare voorafgaat. Die constructie doet recht aan de manier waarop Boreman haar Lovelacepersonage publiekelijk uitdroeg.

Boreman manifesteerde zich eerst als een seksueel bevrijde pornoster, in films, interviews en twee autobiografische boeken, maar verklaarde later door Traynor misbruikt en uitgebuit te zijn, waarbij ze kijkers van Deep throat medeplichtig aan verkrachting probeerde te maken. Het schokkende boek Ordeal (1980) maakte haar tot een door feministen geadopteerde martelares in de strijd tegen porno, maar daarin voelde ze zich later ook misbruikt.

Dat aspect blijft in Lovelace helaas onbelicht, waardoor de film slechts een deel van het tragische leven van Boreman weergeeft. De film laat zien hoe de door Amanda Seyfried vertolkte Linda zich met behulp van Traynor van haar dominante moeder losmaakt, waarna hij haar de seksindustrie binnenloodst en met behulp van een groep kolderiek maffiose pornofilmers tot superster Linda Lovelace transformeert.

Epstein, Friedman en een stralende Seyfried zoeken in het eerste deel aansluiting bij Paul Thomas Andersons bitterzoete Boogie nights, maar de door Peter Sarsgaard gespeelde Traynor komt vanaf de eerste ontmoeting over als een manipulator, die de naïeve Boreman om zijn vingers windt. De ongelijke machtsverhouding doet meteen het ergste vrezen, en dat haalt voor onbevangen kijkers de angel uit de omkering in de film.

De vraag is echter of er nog onbevangen kijkers bestaan: elf jaar na haar dood staat Linda Lovelace onverminderd symbool voor misbruik in de porno-industrie, al maakt de film duidelijk dat ze feitelijk een slachtoffer van huiselijk geweld was.

Wie met haar verhaal vertrouwd is, zal de humor in het eerste deel van de film misplaatst vinden, en het merkwaardig gelukkige einde als een trap na ervaren. De geschetste afloop is een momentopname; met Boreman is het nooit meer goed gekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden