Plus Ten Slotte

Lotty Huffener-Veffer (1921-2018) was een geboren verteller

De Amsterdamse Lotty Huffener-Veffer overleefde vernietigingskamp Auschwitz en zette zich daarna in voor de herinnering aan de Holocaust.

Met verhalen hield ze herin­nering aan oorlog levend Beeld Maarten Steenvoort

Vol levenslust was ze, en altijd positief. Iedereen die haar heeft gekend, roemt het eeuwige optimisme van Auschwitzoverleefster Lotty Huffener-V effer. Vrijdag overleed ze in het Joods Hospice ­Immanuel.

Lotty Huffener-Veffer, diamant­snijder, was een ijzersterke Joodse vrouw. Ze werd in 1943 opgepakt en met haar familie op transport gezet naar kamp Vught.

In juni werden haar zeven jaar jongere zusje Carla en haar ouders, Jonas Veffer en Catharine Veffer-Stuiver, met de zogeheten kindertransporten gedeporteerd naar vernietigingskamp Sobibór. Direct na aankomst werden zij vergast.

Auschwitz
Zelf bleef Huffener-Veffer in Vught. Haar moeder zei: "Blijf jij maar hier, dan is er tenminste nog iemand als wij terugkomen."

In 1944 werd ze alsnog gedeporteerd naar Auschwitz en moest ze in het naburige Reichenbach in een fabriek werken. Toen de Russen in 1945 oprukten, moest ze meelopen in de ­dodenmars naar een andere bestemming. Op 4 mei keerde ze terug in ­Amsterdam.

Daar had ze niemand meer. In haar oude huis zaten nieuwe bewoners. Op 26 augustus 1945, de eerste nacht in de stad, sliep ze met vriendin Beppie Schuier op een bankje in de Apollolaan; 'op chic' noemde ze dat zelf. Het bankje is vorig jaar vernieuwd en voorzien van een gedenktekst.

Geboren verteller
Tot op hoge leeftijd ging Huffener-Veffer naar scholen om te spreken over wat ze had meegemaakt. Ze stond bekend als een geboren verteller die de harten van kinderen uit ­alle culturen wist te stelen.

Huffener-Veffer is vooral bekend als mede-initiatiefneemster van het
Monument der verloren kinderen, met de namen van alle 1269 gedeporteerde kinderen, dat bij kamp Vught werd geplaatst.

Daar worden de ­kindertransporten jaarlijks herdacht. Enkele jaren geleden bezocht ze met haar kleindochter Michelle Huffener de expositie Alle kinderen, ze zijn weg in het Verzetmuseum Amsterdam. Daar lag ook de oude ­viool van haar zus Carla tentoongesteld.

Activistischer
In de loop der tijd werd Huffener-Veffer activistischer. Ze zat in allerlei organisaties, zoals de Vriendenkring van Nationaal Monument Kamp Vught. Nadat haar dochter Mirjam lid was geworden van de stichting Sobibor, vroeg die haar moeder mede­aanklager te zijn in het proces tegen kampbewaker John Demjanjuk.

Hoewel Huffener-Veffer graag wilde dat Demjanjuk stevig werd aangepakt, was ze niet haatdragend. "Als hij bekent, mag hij blijven leven." In 2010 bepleit ze dat Duitsers bij de Nationale Herdenking mogen zijn. Het was haar overtuiging dat jonge mensen in Duitsland het oprecht erg vinden wat er tijdens de oorlog is gebeurd.

In de rubriek 'Mijn Amsterdam' vertelde Huffener-Veffer in 2002 dat het haar mooiste herinnering was toen ze in 1945 voor het eerst weer op de Dam stond. "Nooit gedacht en toch teruggekomen," zei ze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden