Lofoten: niet voor watjes

De haven van de Westfjord met de vissershutjes. Rechts de houten statieven waar kabeljauw 's zomers hangt te drogen. Foto Windy Kester Beeld
De haven van de Westfjord met de vissershutjes. Rechts de houten statieven waar kabeljauw 's zomers hangt te drogen. Foto Windy Kester

Wilde orka's en bloederige Vikingen. De Noord-Noorse eilandengroep Lofoten is een exotisch winteravontuur voor gevorderden. Het rubberen bootje dobbert enkele honderden kilometers ten noorden van de poolcirkel in zee. Links doemen de besneeuwde bergtoppen van de Lofoteneilanden op. In de lucht cirkelen zeeadelaars rond. Onder het bootje kolkt het ijskoude water van de Westfjord. Het is twee uur 's middags, over korte tijd is de zon weg en zal de temperatuur snel dalen.

De tien passagiers in het bootje houden hun blik strak op de horizon gericht. Gehuld in dikke overalls die niet alleen warm houden, maar als ook als reddingsvest kunnen dienen, zijn we op het ergste voorbereid.

Eerder op de dag waren we gewaarschuwd: winter op de Lofoten is niet voor watjes. De pittoreske dorpjes in de barse natuur ademen een robuuste sfeer en het weer kan ondanks de warme Golfstroom zo maar omslaan. De oude vissershutjes zijn inmiddels omgebouwd tot slaapplaatsen voor toeristen, maar de hoge houten statieven bewijzen dat de kabeljauw hier 's zomers nog steeds hangt te drogen.

En nu blijkt orkasafari niet geschikt voor de ongeduldigen. Trouwens ook niet voor koukleumen en toeristen zonder zeebenen. De kleurrijke houten huisjes aan wal en het steeds van kleur veranderende licht voorzien ons al uren van mooie plaatjes. Toch beginnen we een beetje onrustig te worden. Zouden ze wel komen?
Gids en natuurfotograaf John Stenersen bereidt de natuurliefhebbers voor op een mogelijke teleurstelling. ''Dit is geen dierentuin. We hebben te maken met wilde dieren en kunnen daarom geen walvisgarantie geven.'' Of de zwaardwalvissen zich laten zien, is afhankelijk van hun humeur, het weer en het haringbestand.

Na een aantal magere jaren werden de Lofoten eind jaren tachtig ineens de pleisterplaats van miljoenen haringen die hier kwamen overwinteren. In hun kielzog volgde een groep van zo'n 1500 orka's.

Terwijl we vergeefs het water afspeuren, vertelt Stenersen over de jachtmethode van deze zwart-witte achttonners. Ze cirkelen rond een school haringen en drijven deze steeds dichter op elkaar. Wanneer de maatjes geen kant meer op kunnen, springt de logge orka gracieus uit het water en klapt de vissen met één slag van zijn staart bewusteloos. Of dood. Daarna kan het eten beginnen.
''Zo'n haringjacht is nogal arbeidsintensief. Veel orka's hier hebben inmiddels geleerd dat er rond de vissersboten een gratis maaltijd te halen valt.'' Onze kapitein koerst daarom richting een trawler die honderden meters verderop de netten binnenhaalt.

Ineens duikt er twee meter naast het rubberen bootje een vin op. Met daarnaast een kleintje. Mama orka komt haar nog roze en waarschijnlijk niet meer dan een week oude, maar al meer dan een meter lange, baby laten zien. De twee rijzen even op uit het water en duiken dan op hun rug zwemmend onder ons door. Moeder en kalf herhalen dit spelle-tje nog een paar keer. Het bootje schommelt gevaarlijk, terwijl de opgewonden passagiers van rechts naar links springen.

Verderop duikt in de schemering de rest van de groep walvissen op. De echte helden mogen zich in een dry-suit hijsen en met een snorkel op hun neus een duik in het ijskoude zeewater nemen. Niemand voelt de behoefte.
Na het speelwartier leunen we voldaan achterover. Maar niet voor lang, want de kapitein is in voor actie en scheurt met 50 knopen per uur over de golven naar het haventje van Svolvær.

Het is inmiddels donker en onder een streep spookachtig groen noorderlicht stappen we in de bus naar Borg. Een boer ontdekte hier twintig jaar geleden resten van wat het grootste ooit gevonden gebouw uit de Vikingtijd was. De hoofdman-boerderij Lofotr is 83 meter lang en doet tegenwoordig dienst als museum.

Gehuld in dikke vilten Vikingcapes betreden we de rokerige zaal waar vanavond het Jólblot plaatsvindt. Dit offerfeest moet de goden gunstig stemmen, zodat de zon na de winter terugkomt. De gasten nemen plaats aan lange tafels, omringd door houtsnijwerk en fakkels. In het midden hangt een kookpot met vissoep boven het vuur.

Onder tromgeroffel komt het in berenvel geklede Vikingopperhoofd Olaf Tvennumbruni binnen. Hij roept Odin aan en besprenkelt diens standbeeld met bloed. ''Skål, proost!'' roept hij, terwijl hij zijn kelk met honingwijn tot de gasten richt. De lokale helderziende loopt rond het vuur en voorspelt dat de goden beloven de zon te laten terugkeren. ''Ook dit jaar vergaat de wereld niet,'' verzucht ze. Net op dat moment schuift een lading sneeuw van het dak waardoor het hele huis trilt.

''Eten doen we hier met onze handen,'' gebiedt het opperhoofd, terwijl de borden met lam, varken, pap, aardappels en poolbrood worden binnengebracht. Ondertussen benut hij elke gelegenheid om met ons te proosten.

Dan ineens is het banket voorbij. Niemand mag zijn bord leegeten, volgens de Vikingtraditie komen de dode voorvaderen na het feest de restjes nuttigen.

De afsluitende Vikingdans rond het vuur valt nog niet mee op zeebenen en na een paar kelken honingwijn. (WINDY KESTER)

null Beeld
Orka met jong in de Westfjord. Foto Windy Kester Beeld
Orka met jong in de Westfjord. Foto Windy Kester
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden