Plus

Loek 'Lieve Mona' Kessels: 'Ik ben nog nooit teut geweest'

De autobiografie van Loek Kessels (85), bekend als Lieve Mona uit Story, gaat over haar alcoholistische moeder. Ze vraagt aandacht voor mensen die leven met een verslaafde. 'Ik schaamde me.'

'Vergis je niet, kinderen van verslaafden zitten veelal nog in dezelfde situatie' Beeld Frank Ruiter

Amsterdam Centraal is een verwarrende plek voor Loek Kessels, schrijver en de vrouw achter Lieve Mona, de ooit razend populaire probleemrubriek van roddelblad Story. Ze vindt het fijn weer eens in Amsterdam te zijn, de stad waar ze werd geboren en opgroeide, tot haar aan alcohol verslaafde moeder haar meesleepte naar Limburg, waar ze nog woont.

Het CS maakt haar ook verdrietig, omdat ze dan langs perron 1 moet. Daar zag ze haar vader voor het laatst, in augustus 1949. Zij zat in de trein, onderweg naar haar Duitse oma bij wie ze een week op vakantie mocht. Hij stond op het perron te zwaaien.

Een paar dagen later gaf zijn zwakke hart het op. Kessels was niet op tijd thuis om afscheid te nemen. Van haar moeder had ze boodschappen gekregen dat het misging, maar die had ze niet serieus genomen. Gertrud Franziska Pütz, alias Leonie Reiman (haar artiestennaam als actrice), alias Leonie Brandt had de slechte ­gezondheid van haar man, Carl Brandt, al eerder ingezet om Kessels te manipuleren.

Ze haastte zich een keer van een klassenfeestje naar huis. Er bleek niets aan de hand te zijn.

Met zijn dood verdween definitief de bescherming tegen Leonie Brandt, een zware alcoholist met een steeds wredere dronk. Ze sloeg Kessels en kleineerde haar onophoudelijk: ze kon niets, ze was niets; een slechtere dochter kon een moeder niet krijgen.

De geestelijke en lichamelijke mishandeling tijdens haar tienerjaren staan uitvoerig beschreven in Een kusje op je ziel, Kessels' recent verschenen autobiografie over haar leven met Leonie Brandt, een vrouw die haar acteertalent niet alleen gebruikte op het toneel.

Ze was in de ­jaren voor de Tweede Wereldoorlog contraspion voor de Nederlandse inlichtingendiensten, in Duitsland waar ze oorspronkelijk vandaan kwam.

'Spannender dan Mata Hari,' omschreef Riod-medewerker ­Gerard Aalders haar in zijn biografie Leonie. Ze werd twee keer opgepakt door de Duitsers en in 1941 naar Ravensbrück gestuurd, een concentratiekamp voor vrouwen. In 1944 kreeg de familie Brandt in Amsterdam een brief van het naziregime met de mededeling dat ze dood was. Maar kort na de bevrijding dook ze weer op.

Loek Kessels zit zoals de etiquette het voorschrijft, met haar lange benen (ze is 1 meter 83) en voeten tegen elkaar aan. Ze lijkt nog veel op de vrouw van het fotootje dat meer dan 25 jaar bij Lieve Mona stond. Wit, kortgeknipt haar, felblauwe ogen, een gezonde huid. Kaarsrecht zit ze. Als ze nare herinneringen bovenhaalt springen soms tranen in haar ogen.

"Mijn moeder was echt een courtisane. Dat is een woord dat we niet meer gebruiken. Een hofmaker, een verleider ter meerdere glorie van zichzelf. Ze vond zichzelf geweldig; hier ben ik en de rest doet er niet toe. Ze werd er in ­bediend. Mensen hingen aan haar lippen want ze had een fenomenale uitstraling. Ook mijn vader adoreerde haar."

Toch was ze niet tegen het leven opgewassen want waarom verdronk ze zichzelf anders zo?
"Ik weet het niet. Een psychiater zei me eens: er hoeft geen reden te zijn. Alcoholisme is een ziekte, een reactie van het lichaam. Zodra iemand een druppel drinkt, wil hij meer. Zo simpel is het. Toch bleef ik lang naar een verklaring zoeken in haar verleden; de oorlog, het concentratiekamp. Terwijl ik wist dat het probleem al eerder speelde."

"Het is begonnen toen ze ging spelen. Een borreltje na de voorstelling. En nog een, en nog een. Ik hoor mijn ­vader nog zeggen: Leonie, drink niet zoveel. En dan was er weer ruzie. In de spionageperiode dronk ze ook ontzettend veel. Ze zoop al die Duitsers onder de tafel. Gegoten in haar rol, dat zat ze, en drinken paste daar perfect bij. Als er geen spanning op haar afkwam, zocht ze het op."

Een kusje op je ziel is geschreven met een duidelijke drijfveer. Kessels wil meer aandacht voor mensen die leven met een verslaafde. Kinderen van een alcoholist, ouders van een wietverslaafde puber, de partner van een gokverslaafde. Volgens haar bestaat er voor deze groep te weinig hulp van deskundigen.

"Toen het met mijn moeder echt niet meer te doen was - viel van trappen, gooide ruiten in, financieel volslagen onverantwoordelijk - zijn mijn broer en ik naar het Groene Kruis in Heerlen gegaan om hulp te vragen. In feite vroegen we of ze óns wilden helpen, maar dat had ik nog niet door. Wil uw moeder dan stoppen met drinken?, vroeg men daar. Nee, natuurlijk niet, dan waren we hier niet. Tja, in dat geval konden ze niets voor ons doen. Dat zal ik nooit vergeten. Het bevestigde ook het beeld dat ik altijd al had: dat ik alleen stond. Ik praatte er niet over, schaamde me, trok me terug."

"Vergis je niet, kinderen van verslaafden zitten veelal nog in dezelfde situatie. Bij Al Anon, de vereniging voor vrienden en familie van alcoholisten, spreek ik geregeld met een meisje van zeventien. Ik ben geen zeikerd, echt niet, maar ik kan wel janken als ik dat kind hoor vertellen wat ze meemaakt met haar vader. Het is alsof ik mezelf hoor praten, bijna zeventig jaar later."

Kreeg Mona veel brieven van kinderen en partners van alcoholisten?
"Heel veel, ik denk wel dertig procent van alle brieven. Ze kwamen vaak eerst met klachten over eenzaamheid of ­gevoelens van minderwaardigheid. Dan wist ik het al. Ik kon gewoon ruiken: dit is iemand die leeft met een alcoholist."

Was de rubriek een troost voor u?
"Zeker. Ik kwam erachter dat meer mensen eenzaam ­waren en aan zichzelf twijfelden. Dat hielp. Het was wel wat, hoor, al zag ik het aanvankelijk helemaal niet zitten toen de hoofdredacteur van Story me vroeg. Ik zei: Bob, ik ben geen psycholoog, geen psychiater, geen maatschappelijk werker, ik ben een doodgewoon mens met honderdduizend fouten. Dat is precies wat we zoeken, zei hij. Als je het goed doet, kun je rekenen op twintig brieven per week."

"Dat was ook zo. Ik antwoordde iedereen zelf, want ik wilde geen gluurdersrubriek maken. Iedereen die een postzegel bijsloot, kreeg antwoord. Zo heb ik het ook van mijn vader geleerd, zo hoort het."

"Een paar jaar later kregen we zeshonderd tot achthonderd brieven per week. Noodgedwongen gingen we ertoe over bepaalde gevallen met ­codestencils te beantwoorden. Bijvoorbeeld vrouwen die wilden scheiden en geen idee hadden hoe ze dat moesten aanpakken. Daar waren er zoveel van dat de meisjes van Story een vast briefje konden sturen. Kinderen en partners van alcoholisten bleef ik zelf terugschrijven. Vaak meerdere keren. Van sommigen krijg ik nog steeds weleens post."

Bent u zelf verslavingsgevoelig?
"Totaal niet. Tot mijn 28ste dronk ik niets. Tot ik voor Vroom & Dreesmann kopij ging maken om de kost te verdienen. Ik moest vaak mee lunchen met de inkopers. ­Iedereen nam dan sherry. Ik wist niet eens wat het was. Moet je nagaan, op je 28ste. Ik bestelde het ook maar, ­omdat ik dacht dat het iets met kersen was. Mijn eerste slokje weet ik nog goed. Zo smerig. Later ben ik wijn gaan waarderen. Maar nooit meer dan twee glazen. Dan knijpt mijn keel dicht en voel ik de angst van vroeger. Tegenwoordig neem ik elke namiddag één portje, nooit meer dan dat. Je mag het niet verder vertellen, maar ik ben nog nooit teut geweest."

Laat uw moeder het maar niet horen.
"Nee, die zou zich kapot schamen. Gelukkig heeft ze niets meer over me te zeggen."

Loek Kessels: Een kusje op je ziel. Uitgeverij Marmer, €19,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden