Plus Column

Lijkt het me best gezellig, twee kantoorpikkies op mijn decolleté

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag lees je hier haar column uit Het Parool. Vandaag: 'Bij deze besluit ik meer te gaan spelen.'

Beeld Linda Stulic

Zo'n voorjaarsvakantie met je hartenlapjes is gezellig ('Mama, als ik op je hoofd blijf zitten, doet dat pijn?'), inspirerend ('Waarom bestaan wij?') en hoogst interessant ('Ik heb een piemel in mijn mond! Mijn huig? Níet! Da's een piemel.'), maar er is één plek waar ouders elke vakantie belanden en net zo hard van grimassen als ­Donald Trump die een Mexicaan de Amerikaanse grens ziet oversteken: de TunFun.

Nadat hij was afgesloten werd tien jaar geleden de ­autotunnel bij het Meester Visserplein volgeplempt met een miljoen kuub plastic ballen, diervormige speelkussens, liters knalroze limonade en, om schuldgevoel af te kopen, rijen groene smoothies. Ouders krijgen bij binnenkomst van goeiige medewerkers een oordoppenset en een intens meelevende blik, waarna de koters de ballenbakglijbaantrampoline op duiken en volwassenen achter hun krant manmoedig proberen het gegil te negeren. Ik ken geen vader of moeder die het woord TunFun kan uitspreken zonder een wanhopig zuchtje te laten ontsnappen.

In wezen is dat gek, want juist jonge ouders zijn zelf dol op spelen. Laatst bevond ik me 's nachts in de TonTon club waar flipperkasten gebroederlijk naast elkaar staan, Atarimachines flikkeren, er onder het genot van fusten bier hardvochtig wordt gepimpampet en het gegiechel in de buitengewoon drukbezochte ballenbak (jawel!), niet van de lucht is. Kortom: homo ludens bestaat.

Toch heeft spelen tegenwoordig vaak een negatieve lading. TunFun wordt gezien als Dante's inferno en een reclamecampagne van Suitsupply leidt tot doodsbedreigingen. Immers, we zien een foto van een beeldschone donkere dame waarop twee piepkleine mannetjes gemonteerd zijn die haar borsten als glijbaantje gebruiken. 'Schande!' roepen mensen met een groot gevoel voor moraliteit. 'De vrouw als lustobject waar de blanke man mee mag spelen. Afplakken, die boel!'

Lastig. Ik snap de gevoeligheid, bovendien ben ik ­lijkbleek en blond, dus heb ik misschien geen recht van spreken. Maar stiekem lijkt het me best gezellig, twee kantoorpikkies op mijn decolleté. Ik zou ze Kwik en Flupke noemen. En als ik dacht: 'Ik zit mij voor 't vensterglas, onnoemlijk te vervelen, ik wou dat ik twee tietmannetjes had, dan konden we samen spelen', kietelde ik ze wakker.

Ik bedenk dit alles terwijl mijn jongste mijn reet als springkussen gebruikt, mijn buste wordt geplet door tientallen plastic balletjes en een veiligheidsnet mijn gezicht perforeert. 'TunFun...' zucht ik zacht. Dan zie ik naast me een bebaarde man in djellaba met gesloten ogen op de trampoline springen. Hij glimlacht en hoeveel herrie er ook is, binnen in hem lijkt het stil. Ik grijns en begin langzaam met hem mee te bewegen terwijl mijn ogen ­afdwalen naar een oudere dame die schaterend een koekussen richting haar man slingert, waarna hij pardoes zijn boek laat kletteren.

Alles is perceptie, realiseer ik me. Bij deze besluit ik van de TunFun de TonTon te maken en zelf wat meer te spelen. Misschien moet ik volgende keer een Suitsupplymannetje uitnodigen. Dan kan hij vrouwen die aanstoot aan hem nemen met rust laten en als hij zich eenzaam voelt, zal ik hem met liefde in de ballenbak tegen mijn boezem drukken.


r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.