Plus Column

Lijden om in het paradijs te komen, flikker op

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn succesvolle debuutroman De Belofte van Pisa. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Beeld Wolff

In de metro ving ik deze dialoog op. "Mijn hoofd, man, mijn hoofd is fucking heet."

"De mijne ook, bro. Deze ramadan is heavy. Ben echt dizzy. Doet me denken aan die keer dat ik met m'n neef in club Eden in Marokko shisha met hasj ging paffen. Precies zo voelt mijn hoofd. Daarna hadden we een dikke fles Red Label gehaald en daarna nog een wodka. Al die bolle buikdanseressen kwamen steeds naar ons toe. Ik was wel naar de klote maar die vetrolletjes deden echt pijn aan m'n ogen. Ze moeten die manager van die tent ontslaan. Kan toch niet, dat ie wijven aanneemt die zo dik zijn? Fucking walrussen."

De jongen zat aan de rits van zijn blauwe Chelseatrainingspak. Zijn Nikes hadden dezelfde blauwe tinten als het pak.

"Mijn bek is zo droog. Wil naast niemand zitten. Wil geen dooie op m'n geweten hebben. Kan niet wachten tot het eten vanavond."

Vroeger werd ik door één van m'n ouders, meestal mijn vader, in de nacht wakker gemaakt om te eten. Toen vond de ramadan nog plaats in de wintermaanden. De zon schoot razend snel van de ene kant naar de andere, alsof die door iets werd opgejaagd.

Na het eten begon mijn vader verhalen te vertellen - als hij begon, hield hij nooit op. De keer dat hij in z'n geboortedorp achterna werd gezeten door een wild zwijn. En hij een olijfboom inklom en daar uren wachtte tot het zwijn niet meer met zijn krachtige hoektanden in de boomstam wroette, het opgaf en in de beboste heuvels verdween.

In mijn jeugd deed ik gedwee mee aan de vastenmaand. Rond m'n zestiende begon ik na te denken en te beseffen dat ik er eigenlijk nooit voor heb gekozen om moslim te zijn. Er begonnen barstjes te ontstaan in mijn geloof in een zekere god. Het was moeilijk te geloven dat er een god zou bestaan die onderscheid maakt in mensen. Een god die je in de hel smijt als je zijn regels niet opvolgt. Een rancuneuze god.

Ik smeet boterkoeken, chocoladebroodjes en een literpak magere melk in mijn Eastpak en zocht een prachtige plek op waar ik geen bekenden kon tegenkomen. De snelle scooterritjes door de Rijnstraat, over de President Kennedylaan, langs het De Mirandabad tot ik mijn eindbestemming had bereikt: begraafplaats Zorgvlied. De laatste plek op aarde waar ik Marokkanen zou kunnen tegenkomen. Tussen de graven at ik op een mossig bankje mijn buikje rond.

Op het moment dat alle lekkernijen opgepeuzeld waren, nergens een kruimel te bekennen was, ging ik lekker langdurig uitbuiken. Zittend met m'n benen bungelend over de Amstel terwijl ik naar roeiers keek die voorbij schoten.

Iedere vorm van het verheerlijken van lijden, is jezelf onthouden een fijn leven te hebben. Lijden om in het paradijs te komen. Flikker op.

Ik wil de hemel, nu.


m.bouzamour@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden