James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Liever een hersenschudding dan ­ongelijk

PlusColumn

Het is tweede paasdag en ik ben een fluisterbootje aan het besturen. Mijn vrouw vraagt voor de zevende keer aan me of ik haar speciale tonijnsalade wil proeven, maar ik heb nog geen honger. Ik ben een boot aan het ­besturen.

Dit is niet het moment om met een plastic vork tonijnsalade van een plastic bord af te gaan lepelen. Ik moet mijn gezin in leven houden.

Mijn zoon wijst naar het bruggetje waar we op af varen en vraagt aan zijn moeder of we wel onder dat bruggetje doorkunnen.

Ik twijfel zelf ook, maar dan fluistert het bootje dat het gaat lukken.

"Het gaat lukken hoor," zeg ik, maar mijn vrouw en kind vertrouwen het niet en zeggen dat ze sowieso zullen bukken. Dus dit is hoe muiterij voelt.

Het bruggetje komt steeds dichterbij. Het is geen mooi exemplaar. Het is overrijp voor de sloop. Dit bruggetje gelooft niet meer in verbinden.

Mijn vrouw en zoon bukken, maar ik blijf staan. En ik zal blijven staan. Liever een hersenschudding dan ­ongelijk. Het bootje fluistert dat ik toch moet bukken.

Achter de brug begint een dorpje. In het dorp is het druk op het water. De bootjes zijn overal. Van alle dorpen in Noord-Holland die ik binnen kan varen, vaar ik deze nietsontziende slootjesorgie binnen. Ik raak de controle over het stuur kwijt en bots tegen de kant aan en daarna tegen een boot die aangemeerd ligt.

Een man schreeuwt: "Wat doen jullie met mijn boot?" Zijn hond begint te blaffen, alsof het beest al weet wat ik met de boot heb gedaan.

Eerst verschijnt de hond. Het is een rottweiler. Ogen als brandende gaspitten. Het beest is klaar om dingen aan stukken te scheuren. En de hond ziet er hongerig uit. Ik hoop dat het trek in de speciale tonijnsalade van mijn vrouw heeft.

Dan verschijnt de man. Hij draagt geen shirt en is ­ongelofelijk groot. Misschien draagt hij geen shirt, ­omdat hij zo groot is. Er bestaat een kans dat ze ­gewoonweg geen shirts in zijn maat maken.

Mijn vrouw kijkt naar mij, dan naar de man en dan weer naar mij. Ze schudt met haar hoofd. Ik begrijp haar hoofdschudden gelijk. Dit is geen dictee, ik kan niet van hem winnen.

"Wat ben je voor debiel? Kun je niet varen of zo?"

"Nee, ik kan niet varen. Dit is mijn eerste keer. Als ik het zou kunnen, zou ik geen fluisterbootje huren toch?"

"Maar als je niet kunt varen, waarom ga je dan varen?"

"Mijn vrouw vond het gewoon een leuk idee voor tweede paasdag. De schat. Ze heeft allemaal boterhammen gesmeerd en ze heeft haar speciale tonijnsalade ­gemaakt."

"Maar je kunt dus niet varen?"

"Ja, dat weet ik nu wel. Ik kan niet varen. Ik ben meer een Isaac dan een Captain Stubing. Het spijt me."

Dan begint mijn zoon zich ermee te bemoeien.

"Meneer, ik kan uw tepels zien."

"Ja, jongen, dit zijn echte mannentepels. Is dat je ­vader? Die man die niet kan varen? Die heeft vast niet zulke tepels."

"Jawel hoor, mijn vader heeft zelfs mooiere tepels. ­Papa, laat zien dan."

Ik trek mijn shirt uit en vaar zo hard als het bootje kan in de richting van het volgende bruggetje. Met twee ­kilometer per uur vaar ik langs de man en zijn hond.

Ons bootje fluistert.

En mijn vrouw zucht.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden