Libanese beweging draagt lijken over van twee Israëlische soldaten

ROSH HANIKRA - De twee Israëlische soldaten die worden uitgeleverd tegen Libanese gevangenen zijn dood, aldus vanochtend de beweging Hezbollah bij het begin van een uitwisseling van gevangenen. De televisie van Hezbollah toonde twee lijkkisten die uit een auto werden gedragen naar de plaats waar de overdracht plaatsvindt, aan de Israëlisch-Libanese grens. De lijken zijn volgens Hezbollah van Eldad Regev en Ehud Goldwasser, die door Hezbollah-strijders werden overmeesterd bij een inval in het noorden van Israël in juli 2006.

Israël zal DNA-onderzoek uitvoeren op de stoffelijke resten van het tweetal voordat het zijn gedeelte van de overeenkomst nakomt: de vrijlating van vijf Libanese gevangenen en de overdracht van de stoffelijke resten van zo'n tweehonderd Libanese en Palestijnse strijders die de afgelopen jaren werden gedood in het noorden van Israël.

De uitwisseling gebeurt bij de grensovergang Rosh Hanikra en staat onder supervisie van het Rode Kruis en de Verenigde Naties. Een woordvoerder van Hezbollah zei vanochtend aan de Libanese kant van de grensovergang: ''Wij dragen de twee Israëlische soldaten over die gevangen werden genomen door onze verzetsstrijders. Nu weet u wat hun lot was.''

Israël heeft altijd vermoed dat Regev en Goldwasser bij hun ontvoering waren doodgeschoten, maar Hezbollah had tot nu toe geweigerd daarover mededelingen te doen. De ontvoering van de twee soldaten leidde tot een oorlog tussen Hezbollah en Israël, die ruim een maand duurde. Familieleden en vrienden van Ehud Goldwasser en Eldad Regev barstten in tranen uit toen ze de beelden zagen van de lijkkisten. Ongeveer vijftig mensen hadden zich verzameld voor de woning van de vader van Eldad Regev in de kustplaats Kiryat Motzkin, een uur rijden van de grens met Libanon.

''Nasrallah, dit zullen we je betaald zetten!'' riepen enkele rouwenden. Sjeik Hassan Nasrallah is de leider van Hezbollah. Andere burgers bij de woning van de familie Regev leverden harde kritiek op premier Ehud Olmert van Israël. ''Deze jongens zijn voor niets gestorven,'' aldus een buurvrouw.

Israël bracht de vijf Libanese gevangenen vanochtend over naar een militaire basis niet ver van de Libanese grens. Onder het vijftal bevindt zich Samir Kantar, die in april 1979 een terreuraanval leidde in de Israëlische kustplaats Nahariya, acht kilometer ten zuiden van de Libanese grens.

De toen zestienjarige Kantar en zijn metgezellen waren 's nachts in een rubberbootje aan land gegaan. Ze doodden een Israëlische politieman, en een vader en zijn vierjarig dochtertje. Kantar en een strijdmakker werden gevangenen genomen, de twee metgezellen gedood. De andere gevangene kwam al eerder vrij bij een soortgelijke ruil.

Kantar wachtte vanochtend en heldenwelkom in Libanon, waar zich aan de grens een muziekkorps had verzameld om de landgenoten welkom te heten. 'Libanon huilt tranen van geluk' aldus de tekst op een spandoek. Hezbollah viert de vrijlating van de medestanders als een grote overwinning. In door de beweging gecontroleerde delen van Beiroet en elders in Libanon gingen uitgelaten mensen de straat op, net als in de Gazastrook.

De Libanese regering heeft vandaag uitgeroepen tot nationale feestdag 'om de bevrijding te vieren van gevangenen uit de kerkers van de Israëlische vijand en de terugkeer van de overblijfselen van martelaren', aldus een woordvoerder.
Israëls president Shimon Peres zei vanmorgen: ''Voor ons is dit geen gelukkige dag, maar we hebben de morele plicht onze soldaten thuis te brengen.'' (AP, BBC)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden