Plus

Leven voor de beste golf: 'Het is jij en de kracht van de oceaan'

Surfen is geen sport, maar het testen van jezelf. Hoe je het redt in al dat natuurgeweld. Het testen van je uithoudingsvermogen, het verkennen van je angstgrens. Voor Simon James, Peter Sijmons en Rutger de Witte is het hun leven.

Rutger de Witte, Simon James en Peter Sijmons (vlnr)Beeld Niels Blekemolen

Als de lege trams hun eerste voorzichtige rondje rijden, razen Simon James (33) en Rutger de Witte (32) de stad uit. Ze willen om half zeven op hun board liggen, bij Wijk aan Zee.

Gisteravond hebben ze met elkaar geappt: 'Gaan we?' Op surfsite Magic Seaweed, die wereldwijd surfvoorspellingen toont, hadden ze gezien dat er een goeie swell vanuit Scandinavië aankwam. Een swell, veroorzaakt door een flinke depressie boven zee, is een stroming die het zeewater honderden kilometers lang onder het zeeoppervlak één kant opstuwt. Deze keer naar de Noordzeekust.

Goede surfcondities
Meestal ligt de zuidwestenwind dwars. Bij windkracht 5 remt die de swell en blaast hij de golven kapot. Maar vandaag is alles anders. Een aflandige wind zal de golven mooi doen openkrullen voor ze omslaan. Goede surfcondities. Het kan golven van één tot anderhalve meter hoog opleveren. Daar tekenen Rutger en Simon voor.

In Biarritz, bij de Spaanse grens aan de Golf van Biskaje, zouden de lokale jongens met een misprijzende blik hun board achter de strandtent smijten. Daar zijn de omstandigheden honderd keer zo goed als hier - de zee is tot kort voor de kust onmetelijk diep, stuit op zandbanken, wat mooie sets van golven oplevert, soms wel tot drie meter hoog.

In Nederland krijg je het niet veel beter dan dit, weten Rutger en Simon. Het komt door dat Britse eiland, dat tussen de Atlantische Oceaan en onze kust ligt. En door die fucking ondiepe Noordzee, waardoor watermassa's al ver in zee geremd worden.

Veel wachten
Ze weten veel over de zee. Hoe deze op zandbanken, rotsen en koraalriffen stoot en wat voor golven dat veroorzaakt. Ze kunnen de zee lezen. Ze hebben het geleerd in al die jaren dat ze elk vrij moment op hun board in zee lagen. Naar de horizon tuurden. Surfen is veel wachten, op de goede golf.

Sommigen leren het nooit. Die peddelen altijd naar de verkeerde golf. Die schaduw, die verderop heel wat lijkt, maar eenmaal dichtbij niet meer dan een lichte deining veroorzaakt.

Het is nooit de vraag of ze willen. Het is de vraag of ze het kunnen regelen. Met hun werk, met hun vriendin en hun kind. Surfkoorts. Er zit maar één ding in Rutgers hoofd. "Ik wil, ik wil, ik wil."

Vandaag konden ze het regelen. Rutger zal de wijnhandel in de Eerste Constantijn Huygensstraat pas tegen tienen opengooien. Simon is sinds een tijdje freelancer. Dat past beter bij hem dan een vaste baan. Beter ook bij zijn verlangen om te surfen.

Zo leeg als de stad was, zo vol raken de snel­wegen. Forenzen jakkeren al om zes uur naar hun werkgever. Rutger en Simon letten er niet op. De boards liggen op het dak van de Opel Corsa. Trillende spanbanden brengen een zacht gezoem voort.

Het eeuwige moeten
Ze praten over surfen. Over hun surfmaat Peter Sijmons (32) die eergisteren naar Bali is gevlogen. Tien dagen surfen. 's Ochtends, 's middags en 's avonds. Die moest nog even weg, voor hij van baan verandert. Niet langer wilde hij als accountant de prestatiedruk voelen. Tijdens zijn laatste surfreis van zeven maanden was hij tot dit inzicht gekomen.

Bij Bali ligt een ideaal rif voor de kust, zodat de swell van de Indische Oceaan perfecte golven van twee meter maakt. Peter stuurt ze er foto's van.

Rutger de Witte (32)Beeld Niels Blekemolen

Het zit Rutger dwars. Sinds december heeft hij geen surftrip meer gemaakt. Weet je hoe lang dat is als je surfgek bent, zoals hij? Hij zit met dat nieuwe huis waar nog aan geklust moet worden. Met een dochtertje van dertien maanden. Hij heeft het surfen al lang niet meer op één kunnen zetten. Als hij te lang niet surft, verandert zijn stemming. Wordt hij norsig, kan hij ineens uit zijn slof schieten. Zijn vriendin zal het beamen. Rutger heeft altijd een teveel aan energie gehad.

Weg van het moeten
Simon, die het niet graag in het mentale zoekt, merkt steeds vaker dat hij een alibi vindt om weg te zijn uit de stad. Weg van het eeuwige moeten, de ratrace. Naar zee, waar ze hun lichaam kunnen uitputten, met enkel het geluid van water en wind om hen heen.

Ze parkeren de Opel Corsa op de pier, naast het Noordzeekanaal. De pier loopt vijfhonderd meter de zee in. Betonblokken van twee bij twee lijken er als legosteentjes naast gestrooid. Vanuit het kanaal schuiven torenhoge tankers traag richting zee.

Aflandige wind. Je kunt het zien aan de meeuwen, die met honderden op het strand staan, hun kop in de wind. Nog beter is de windrichting af te lezen aan de grijze gassen uit de tientallen schoorstenen van Tata Steel, die over de duinen richting de zee drijven.

Milieunormen
Simon was liever naar Bloemendaal of Noordwijk gereden. Op je board kan het hier flink naar gas ruiken. Ze zeggen dat het veilig is. Allemaal binnen de milieunormen, maar bij regen komen die gassen in zee terecht. Krijgt het wit van de golven een bruine kleur. Na een ochtend in die bruine drab voelt Simon het aan zijn longen. Houdt hij de hele dag een naar hoestje.

Met hun boards onder de arm lopen ze in hun wetsuits over de pier. Voor hen loopt een gedrongen man met lang zwart haar en een fel­gekleurde oranje board. Gevolgd door drie vrouwen in wetsuit, met een board onder hun arm. Hun blonde haren hebben ze in een staart gebonden.

"Het is een beetje een lifestyledingetje geworden," zegt Rutger.

Dat trekt een bepaald type mensen aan. Vooral met dit weer. 25 graden, zon, goede golven. Als straks de herfstdepressies komen, de zee een grauwe kleur krijgt en de golven veel onstuimiger worden, zie je zulke types niet meer. Dan zijn er alleen nog diehards, zoals zij zelf.

Sterke connectie
Op het strand waxen ze hun board. Daarna rent Rutger naar de zee. Simon volgt in wandelpas.

Rutger voelt een sterke connectie met de zee. Als kind had hij lange zomers op Barbados doorgebracht. Zijn vader, die er woont, had hem leren speervissen. Hem uitgelegd dat Rutger door dat smalle kanaal in het rif de zee op kon zwemmen, maar dat hij ook terug moest zien te komen als het tij veranderde en de zee als een stofzuiger het water door de kanalen naar dieper gelegen oorden zoog: "De zee heeft geen geweten."

In de zee voelt hij zich thuis. Hij heeft het gevoel dat hij ervoor gemaakt is. Eerder was hij zwaarder. Woog hij boven de honderd. Door het surfen is hij afgetraind geraakt. Is zijn lichaam sterker geworden. Kunnen zijn armen en schouders uren aan een stuk peddelen, om de beste golf te pakken.

Avontuurlijk
Toen ze zes jaar geleden begonnen, reden Peter en hij elke keer op de bonnefooi naar de kust. Keken ze ter plekke of er golven waren. Dat was mooi. Avontuurlijk. Nu met die surfsites en een speciale sms-dienst krijgen ze heel precies te horen wat ze kunnen verwachten. Het neemt een deel van de romantiek weg, maar ze hoeven nooit een goede set golven te missen.

Na een tijdje kregen ze door dat surfen niet hoefde te bestaan uit een paar surftrips per jaar. Dat je in Nederland bijna elke week wel ergens goede golven hebt. Toen had Rutger besloten het fulltime te gaan doen.

Wat betekent dat als hij het kan, hij alles uit zijn handen laat vallen en gaat. Dat hadden Peter en Simon ook besloten.

Surfreis
Later was het idee gegroeid van een surfreis van een half jaar rond de wereld. Rutger had veel gehoord over die golven bij de kaap in Zuid-Afrika, Costa Rica en natuurlijk over de Banzai Pipeline in Hawaï.

Simon James (33)Beeld Niels Blekemolen

Hij had het diploma voor surfinstructeur gehaald. En voor lifeguard. Als hij op de reis krap kwam te zitten, kon hij gaan lesgeven. Misschien vond zijn baas het maar niks, maar dat deerde niet. Dit was iets wat hij moest doen. Zijn vriendin zei dat hij alleen op reis moest. Daar zou hij als mens van groeien. Een paar maanden later zou ze hem nareizen.

Naar Hawaï zou hij. Dat vulkaaneiland in de Stille Oceaan, waar het allemaal was begonnen. Surfen was niet bedacht door een paar langharige surfdudes in Californië, zoals veel mensen dachten. Surfen was heel oud, misschien wel duizenden jaren.

Onbewoonde eilanden
Simon had erover gelezen in Barbarian Days van de Amerikaanse journalist en surfgek William Finnegan. Diens surfkoorts had hem in de seventies drie jaar lang de wereld rond gedreven. Dat boek was een mix tussen On The Road van Jack Karouac en Into The Wild van Jon Krakauer. Maar dan voor surfers.

Die Finnegan liet zich door vissers afzetten op onbewoonde eilanden. Op zoek naar de laatste maagdelijke golf, die geen mens ooit had gesurft. Dan kon toen nog. De wereld was nog niet tot op de millimeter in kaart gebracht.

Simon was begonnen over hoe paradijselijk het was op die eilanden, voordat de blanken voet aan land zetten. Dat de zendelingen van de inheemsen hardwerkende en godvrezende onderdanen van de Britse troon wilden maken. Dat binnen een paar decennia het overgrote deel van hen was omgekomen, door de ziekten die de blanken mee hadden gebracht. Dat diezelfde zendelingen het surfen probeerden uit de bannen, want dat was wel het toppunt van nutteloze verspilling van energie en zou mensen maar aanzetten tot lanterfanten.

Maagdelijk vulkaaneiland
Simon maakt zich drukker over hoe het eraan toegaat in de wereld. Maar sinds zijn wereldreis heeft Rutger het ook, zegt hij. Onderweg zag hij hoe prachtige plekken om zeep werden geholpen. Stranden en zeeën vol afval. Dat was hem dwars gaan zitten. Dat ze de zee die hem veel genot schonk, als vuildump gebruikten.

Een soortgelijke gedachte overviel hem toen hij op Hawaï kwam. In zijn verbeelding een maagdelijk vulkaaneiland, met eindeloze stranden en zeewater van een ongelooflijke kleur blauw, zo intens dat het leek alsof het was ingekleurd. Door God of wie dan ook.

Maar Honolulu, de hoofdstad, zag eruit als een doodgewone Amerikaanse stad, een soort Miami. Met hoogbouw, brede straten met Amerikaanse borden en Amerikaanse stoplichten, shoppingmalls en de bijbehorende zwervers.

Hij was snel naar het noorden getrokken, om niet helemaal uit die droom te vallen.
Onderweg werden de mensen vriendelijker, de omgeving lieflijker. Daar had hij de Banzai Pipeline gezien. Die schitterend mooie, maar op ruige dagen dodelijke golf.
Met een mannetje of twintig zitten ze te wachten. De benen in het water. De punten van de boards wijzen richting de hemel. De zee lijkt bijna vlak.

Eenvoudig leven
Rond 14 juli, de Franse feestdag, was Simon nog naar Biarritz gereden. Het dak vol met surfboards. Zou hij in een net geopende vestiging van de Amsterdamse Seasick Surfshop gaan werken. Ze verwachtten een hoop toeristen, maar het was leeg gebleven. Slecht voor de zaak, goed voor hem. Had hij vijf dagen in het water kunnen liggen.

Op de dagen dat hij surft, wordt zijn leven eenvoudig. Dicteren de getijden van de oceaan zijn leefritme. Hij surft, eet, laat zijn vermoeide lichaam rusten en surft weer. Al het andere, de hectiek, verdwijnt. Het brengt hem in een aangename staat. Zo te leven past veel beter bij de mens dan acht uur per dag voorovergebogen achter een laptop te zitten, vindt hij.

Dat gevoel doet hem elke keer op een surftrip gaan. In Costa Rica liep hij bij zonsopgang met zijn surfboard door de jungle naar het strand. Hoorde hij de apen tekeergaan terwijl hij op zijn board lag. En ineens was er die school vissen om hem heen. Honderden vissen die uit het water opsprongen, alsof ze nieuwsgierig waren naar dat wezen op dat board. Zulke momenten. Bijna magisch is het.

Ongeschreven regel
Ineens zijn de golven terug. Rutger peddelt in op een snel groeiende schaduw, samen met de Hawaïaan op zijn oranje board. Maar Rutger staat al overeind. Nu is het zíjn golf. Dat is de ongeschreven regel. De Hawaïaan laat zich achterovervallen. Zijn board schiet omhoog, het water uit.

Peter Sijmons (32)Beeld Niels Blekemolen

Als je met zijn vieren bent is iedereen relaxed, zei Simon. Gunnen ze elkaar een golf. Met tien of meer verandert de sfeer. Krijg je strakke koppen. Houden ze elkaar in de gaten. Heeft hij een golf gezien? Wordt er om elke golf gevochten.

In Panama was er zo'n gozer, die zag Rutger wel, maar toch schoot die met zijn board recht op hem af. Had hij moeten onderduiken om die vin te ontwijken. Localism, noemen ze het. Jongens uit de buurt die vinden dat het hún baai is en daarmee ook hun golven zijn.

Op de Canarische Eilanden, maar ook in Californië zijn er surfbendes die een hele baai opeisen. Die de banden lek steken van elke auto die niet uit de buurt komt. Simon zag kerels op het strand met elkaar op de vuist gaan, omdat de een de golf van de ander had gepikt. Dat krijg je met al die surftoeristen, die allemaal op die ene golf willen.

Funfactor
De golf waar Rutger op staat is een uitzonderlijk goede. Hij draagt hem honderd meter mee, bijna tot op het strand. Rutger steekt zijn handen in de lucht en slaakt een vreugdekreet.

"Hier heb je vooral de funfactor," zei hij. Voor de fearfactor moet je naar het buitenland. Naar plekken waar je de stroming niet kent, het rif vlijmscherp is en de golven ineens vijf meter hoog. Tijdens zijn surfreis om de wereld heeft hij veel van deze plekken bezocht. Punta de Lobos in Chili. Zijn vriendin stond op het strand te kijken hoe Rutger die golven zou nemen. Hij had zijn Go Procamera op zijn board bevestigd, zodat Simon en Peter zouden zien hoe hij die woeste golven zou rijden.

Eerst moest hij door een serie golven heen, die pal aan kust kapotsloegen. Elke keer zijn board onderduwen als er zo'n golf aankwam en dan zo snel mogelijk peddelen om te voorkomen dat de volgende hem meteen weer op het strand zou teruggooien.

Groenzwarte flatgebouwen
Het vreemde was dat er geen andere surfer was. En de zee was anders van kleur. Niet blauw of turquoise, maar groenzwart. Veel rauwer dan hij zich had voorgesteld.
Toen hij de set golven op het buitenrif bereikte, zag hij pas goed hoe hoog ze waren. Groenzwarte flatgebouwen die op hem af snelden. Had de angst hem in de greep gekregen. Wat moest hij ook hier op deze plek, die hij helemaal niet kende? Moest hij zijn leven wagen voor een paar golven?

Vandaag is alles anders. Een aflandige wind zal de golven mooi doen openkrullen voor ze omslaanBeeld Niels Blekemolen

Bekijk het maar, had hij gedacht.

Op het strand, vermoeid van het terugpeddelen door die wilde zee, had hij nog een keer naar die golven gekeken: man, wat doe ik? Hier heb ik die hele reis voor afgelegd.

Hij was opnieuw uit gepeddeld. Bij die golven had hij als een bezetene geprobeerd genoeg snelheid te maken, zodat hij overeind kon komen. Op zo'n reus van vijf meter. Dan mag je niet van angst verkrampen, moet je commitment tonen. Niet achteroverleunen, maar er vol in­duiken.

Naar diepe zee
Die eerste dag had hij er twee gepakt en was hij er binnen een paar tellen af gesodemieterd. Hij heeft de beelden op zijn Go Pro teruggekeken. Zag hij zijn van angst vertrokken grimas, als er weer zo'n golf aankwam.

De dag erna was hij teruggekomen en de dag daarna ook en uiteindelijk had hij die golven leren beheersen.

Elke surfer heeft dergelijke ervaringen. Als hij zichzelf test op hogere golven, op plekken die hij niet kent, gebeurt het vanzelf.

Alleen in de Verenigde Staten stierven in 2016 meer dan honderd, voornamelijk jonge, surfers. Vaak door een stroming die ze door het rif heen zoog, naar diepe zee. Anderen sloegen te pletter tegen de rotsen.

Angstmoment
Simon had zijn angstmoment in Portugal. Ze hadden hem gewaarschuwd. De zee was te wild die dag, maar hij had ernaar verlangd eindelijk te kunnen surfen. De eerste golf had hem meteen te grazen genomen. Hem gespoeld, geschud en tegen een zandbank gesmeten, zodat alle lucht uit zijn longen werd geperst.

Meteen was de volgende eroverheen gekomen, die hem zijn board uit handen had gerukt en van achteren tegen zijn hoofd geslagen. Hem dertig, veertig tellen onder water gehouden. Dergelijke tellen duren ongelooflijk lang. Hij herinnert zich die middag, worstelend met al dat water boven en onder hem. Dit is niet leuk meer, had hij gedacht. Dit kan fout aflopen.

Hun vriend Peter had zijn grote angstmoment in Australië. Hij kende de verhalen over de shark ­attacks. In de voorgaande weken waren drie surfers aangevallen op die plek, maar de golven waren hoog en de wind precies goed. De andere gozer, die er ook lag, was ineens weg. Was hij alleen, met zijn voeten bungelend onder zijn board.

Levensgrote vin
Het werd al een beetje donker. De zee veranderde van kleur. En toen had hij ineens die levensgrote vin uit de golf zien komen. En daarna nog een, en nog een. Was hij zich het apezuur geschrokken. Maar het waren dolfijnen. Die door de golven sprongen en nieuwsgierig om hem heen draaiden.

Dat soort angstige momenten kunnen Simon gestolen worden. Hij wil beter worden, maar hoger dan drie meter hoeven die golven niet te zijn. Van Rutger wel. Diens angstgrens ligt iets hoger.

Simon kijkt op zijn surfapp. Over drie dagen zijn de condities alweer goed.

"Gaan we?"

Natuurlijk gaan ze.

Circusaapje
En in november vliegt Rutger naar Barbados. Drie weken surfen. Zijn vader zal op het strand staan en naar hem kijken.

Simon wil ook op een langere surftrip. Helemaal weg zijn van hier. Weg van alle opgeklopte ambities, van het eeuwige moeten. Zijn opvoeding was erop gericht om het maximale uit zichzelf te halen. Zijn talent voor piano bracht hem naar het conservatorium.

Een goede, trouwe student was hij. Trad soms op voor een zaal met een paar duizend mensen. Maar het applaus deed hem niks. Hij was zich een circusaapje gaan voelen, dat acht uur per dag bezig was om een instrument te leren beheersen. Daarmee was hij opgehouden, zoals hij nu is gestopt met zijn vaste baan.

Hij is gelukkiger zonder die ambities en het eeuwige moeten. De frustratie die in zijn lijf zit, verdwijnt vanzelf na een paar uur stoeien in de golven.

Steeds vaker denkt hij: ik moet weg, de stad uit. Maar waarheen?

Massatoerisme
Als hij denkt aan de ultieme surfplek, schiet hem Polynesië te binnen. Soms bekijkt hij de eilandengroep op Google Maps. Kleine stipjes te midden van de eindeloze Stille Oceaan. Zo afgelegen dat het massatoerisme ze niet heeft bereikt. Het westerse denken, van almaar meer, beter en sneller, er nog niet is doorgedrongen. Van groeien om het groeien zelf.

"Je hebt er nog die oorspronkelijke cultuur." Leven mensen een bescheiden bestaan, met wat de natuur ze te bieden heeft. Daar, tussen de oorspronkelijke beoefenaars van het surfen, die het geluk in het kleine zoeken, zou hij wel een tijdje willen leven.

Surfen is heel erg moeilijk. De jongens die om zes uur 's ochtends in Wijk aan Zee hun board in het water gooien, weten hoeveel uren je erop moet doorbrengen voor je beter wordt. Die weten dat ze er nog lang niet zijn. Dat ze hier een paar golven kunnen nemen, maar als ze ooit naar de Banzai Pipeline willen, ze nog heel lang moeten trainen.

Testen van jezelf
Die weten dat surfen geen sport is, maar het testen van jezelf. Hoe je het redt in al dat natuurgeweld. Het testen van je uithoudingsvermogen, het verkennen van je angstgrens, van je wil die golf te berijden.

Pas als je een serieuze golf hebt genomen, eentje van vier meter of hoger, naar beneden hebt gekeken in dat razende watergat, zul je weten of je kunt surfen.
Ze dromen. Van die ene golf, die ze zullen pakken. Waar ze als enige precies op tijd naartoe waren gepeddeld. De anderen hadden verkeerd getimed of lagen te dromen op hun board over the big one.

Hij niet. In de verte had hij die schaduw gezien, groter dan de andere, en voelde hij hoe de zee aan zijn benen begon te trekken. Zijn armen ploegden door het water om de snelheid van de golf te krijgen en hij voelde hoe de golf hem optilde en meenam.

Commitment tonen
Zonder nadenken hadden zijn voeten de plaats van zijn handen ingenomen en stond hij overeind. Keek hij twee verdiepingen omlaag. Niet bang zijn. Niet twijfelen. In de golfwand duiken. Commitment tonen. Anders wilde de golf hem niet, zou die hem uitspugen als een hinderlijk insect.

Dus duikt hij voorover met zijn board. In de hoogste golf die hij ooit van zo dichtbij had gezien. Water dat soms turquoise is, maar veel vaker donkergroen, zwart of grauw. Hij voelt de kracht en de onverschilligheid van de oceaan. Hij voelt alles tegelijk. Angst, snelheid, euforie. Geen enkel gevoel op de wereld is ermee te vergelijken.

Hij zweeft over het water. Hij moet heel scherp zijn, gefocust. Een verkeerde beweging op een golf van deze omvang kon hem duur komen te staan. Rampzalige verhalen schieten door zijn hoofd. Van surfers die hun ledematen verbrijzelden. Hij denkt misschien aan die eindeloze uren dat hij op zijn board dobberde, aan die honderden keren dat hij ervan afdonderde. Maar nu had hij hem. De golf van de dag. Of misschien wel van de maand. Hij voelt hoe de zee onder zijn board door schiet. Ziet de vissen, de schildpadden en het vlijmscherpe koraal.

Zeldzaam lange toch
Een enkele keer gebeurt het dat zo'n golf hem helemaal tot aan het strand brengt. Drie-, vierhonderd meter. Een zeldzaam lange tocht. En nog voor hij aanspoelt, hoort hij in de verte het gejoel van de gasten die te laat waren. Zij die op het strand staan te kijken, hoort hij ook. Ze hebben het over hem en over die golf. "De golf van het jaar! Je stond erop alsof je erover heerste."

Tot die tijd, tot die ene perfecte rit op die golf die ergens op een van de oceanen op ze ligt te wachten, blijven Rutger, Simon en al die anderen turen naar de horizon. Turen en oefenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden