Plus

Leven met brandwonden: 'Humor is onmisbaar als je zo bent verbrand'

In niets, zelfs niet in de blik in zijn ogen, herkende hij zichzelf na de brand. Een vijfdelige serie over de impact van een uiterlijke gedaanteverandering door ziekte of een ongeluk. De eerste: de brandwonden van Sidney van Leeuwen.

Sidney van Leeuwen: 'Ik heb het geluk dat mijn vriendin me nog steeds leuk vindt.'Beeld Ernst Coppejans

De kou is een tegenvaller. De artsen hadden hem gewaarschuwd voor warmte; dat hij, voor 67 procent verbrand, onvoldoende zou kunnen zweten en dat hij zijn lichaamswarmte niet kwijt zou kunnen. Dat viel mee. Maar die kou.

Kou laat dingen krimpen, ook huid met brandwonden, weet Sidney van Leeuwen (36) nu. Hij steekt zijn gehavende hand naar voren. De vingers staan krom en in het stukje vel tussen duim en wijsvinger zit een gemene kloof. Stukgerevalideerd, legt hij uit. Elke dag in bad strekt hij zijn vingers langdurig. "Liever kapot dan dat ik ze niet kan gebruiken."

Eigenlijk is de huid te klein voor de hand die erin zit, legt hij uit. Dat geldt voor zijn hele lijf. "Als je huid verbrandt, kom je in een kleiner lichaam te zitten. Alles gaat trekken. Toen ik in het ziekenhuis lag, gingen mijn handen met de dag krommer staan. Het is een gevecht om ze recht te krijgen."

Fietsen naar Spanje
"Maar," zo denkt Van Leeuwen, "ik héb mijn handen tenminste nog." De artsen van Brandwondencentrum Beverwijk hadden zijn familie al voorbereid dat hij tot kerst in het ziekenhuis zou liggen. Inmiddels is hij al naar Spanje gefietst en heeft hij de Velsertunnelrun voltooid. Een spoedherstel dat volgens hem moet zijn ondersteund door een combinatie van een positieve inborst, een sterk lijf met een goed stel longen en doorzettingsvermogen.

"Ik heb pech gehad met de brand, en daarna alleen maar mazzel." Van Leeuwen, naast kok ook duikinstructeur, zit in een joggingbroek op de bank van het ­appartement in Beverwijk waar hij met zijn vriendin woont. Hij wil graag over zijn gedaanteverandering praten, als het maar geen sensatieverhaal wordt: brandstichting, explosie, slachtoffer. En dat met hem in de hoofdrol.

Wel wil hij vertellen over hoe het is om met zoveel brandwonden te leven, hoe hij in de spiegel kijkt en hoe hij zijn leven vanuit een nulpunt weer opbouwt. Daarvoor moeten we terug naar dat nulpunt: 18 april 2016. Chef-kok Van Leeuwen zat, toen de keuken dicht was, met een collega in Grand Café La Belle in IJmuiden te schaken. Hij kan het niet meer navertellen, want het hele ongeluk is uit zijn geheugen gewist, maar hij vermoedt dat hij iets heeft gehoord of geroken en dat hij om die reden naar boven is gelopen. Daar is hij in het vuur terechtgekomen, al weet hij niet hoe.

"De artsen denken dat het een explosie is geweest, omdat het vuur bij mij als vingers om zich heen heeft gegrepen." Later bleek dat de brand is aangestoken - de dader is nog niet gepakt. Eenmaal in het ziekenhuis is hij zeven weken onder zeil gehouden. "Van die eerste vijftien operaties heb ik niets meegekregen. In het begin zijn het leven-of-doodoperaties. Ik moest extra vocht krijgen, waardoor ik 125 kilo woog. Ik leek een Michelinmannetje," weet hij van het fotoalbum.

Met een soort kaasschaaf is huid van onbeschadigde ledematen - bij Van Leeuwen vooral de benen - gehaald en naar de brandwonden verplaatst. Tijdens de operaties werd ook dode huid weggehaald. Prioriteit in die fase is overleven. "Ze zijn op dat moment minder met je uiterlijk bezig. Ze hebben mijn oren en neus ingepakt - dat is voor later. Ook hebben ze op verschillende plekken huid opengesneden om mijn lichaam de ruimte te geven."

Lachen
Van Leeuwen kijkt naar zijn bovenarm, op zoek naar zo'n snee. "Ik kan ze niet zien tussen al die andere littekens." Hij moet erbij lachen. Humor is, hij kan het niet vaak genoeg zeggen, onmisbaar als je voor twee derde bent verbrand. Humor, een optimistische kijk op de dingen en relativeringsvermogen - "Andere mensen worden blind wakker, het kan altijd nog erger."

(tekst loopt door onder foto)

Sidney van Leeuwen: 'Op een dag, rond de twaalf weken na de brand, stond ik met mijn meissie in de lift, keek ik in de spiegel en dacht: hé, ik zie mezelf weer.'Beeld Ernst Coppejans

Hoe was die eerste blik in de spiegel? Durfde hij te kijken? "In het ziekenhuis willen ze je daar op voorbereiden. Maar ik pakte gewoon een iPad en maakte een foto van mezelf. Ik zat nog helemaal ingepakt, dus kon nog niets zien. Een andere keer, toen ik ging douchen, hadden ze de spiegel afgeplakt. Maar ik haalde het papier eraf en bekeek mezelf. Dat was natuurlijk schrikken, want het zag er echt niet uit, maar ik dacht: het komt goed." Of hij iets aan zichzelf herkende? "Niet veel. Geen idee wat." Zijn ogen? "Nee, want die stonden heel raar na die operaties."

Hoeveel hoop is er nog als je in de spiegel kijkt en alles is aangetast? "Als je dat doet met het idee 'dit is het', kijk je heel anders dan wanneer je denkt 'het wordt beter'. Ik ging beter worden, dat stond voor mij vanaf het begin vast. De eerste keer naar de wc was een overwinning en zo maakte ik stapje voor stapje. Zeker de eerste weken en maanden ging het herstel zo snel, daar krijg je hoop van: zó zou het niet blijven."

Heldere ogen
"Op een dag, rond de twaalf weken na de brand, stond ik met mijn meissie in de lift, keek ik in de spiegel en dacht: hé, ik zie mezelf weer. Ik had een onwijs magere kop, mijn tanden waren geel, wimpers weg, wenkbrauwen weg, al die brandwonden, maar mijn ogen kwamen helderder te staan." In die periode zag hij ook zijn vrienden weer voor het eerst. "Ik verberg veel met humor. De eerste keer heb ik er meteen wat grappen tegenaan gegooid. Ik wilde het niet zo zwaar maken. Maar ik moest strompelend weer naar buiten. Later hoorde ik dat ze met zijn allen een potje hebben staan janken."

Ook zijn moeder hield het niet droog toen ze haar zoon op het strand zijn T-shirt zag uitdoen en de gang naar de branding zag maken. "Maar ik liep toen ook als een oude man." En nu? Hij wrijft over zijn armen? "Mijn armen vind ik op zich, ja, ik vind het niet mooi, maar ik kan lange mouwen dragen. Ik vind mijn gezicht belangrijker." Zijn voorhoofd was er het ergst aan toe. De plastisch chirurgen hebben huid van zijn kruin gehaald en op zijn voorhoofd gelegd. "Dat ziet er goed uit. Dan denk je: 'Waarom hebben ze niet meer huid getransplanteerd?' Maar dat heeft ook veel nadelen: op die plekken kun je niet meer zweten, de talgklieren werken niet meer. De artsen denken: als het lichaam het zelf kan, dan graag zelf."

Kriebels
Van Leeuwen vindt 'het ongelooflijk hoe goed het geneest'. Op verzoek van de verslaggever loopt hij alles na. Zijn oren - volgens Van Leeuwen 'net als die van een wilde kat' - boeien hem niet, daar groeit zijn haar wel weer overheen. Zijn neus is een ander verhaal. "In het begin had ik een raar neusje - heel rimpelig met allemaal littekens erop. Dat is aardig glad geworden en ik heb het idee dat mijn neusgaten wat dichter zijn dan voorheen. Hier kan ik mee leven, maar het is niet mijn oude neus - al is dat mierenneuken."

Voor de brand had hij zware wenkbrauwen, die hem behalve een knappe kop, zijn handelsmerk gaven. Die komen slechts deels terug, net als zijn baardgroei. "Misschien dat ik een keer iets met haartransplantatie kan doen." Over het geheel is hij zeker niet ontevreden. De contouren van gezicht zijn hetzelfde, de oogopslag, de mimiek - dat is er nog. Hij wordt weer potiger, zijn schouders staan niet meer krom als van een oude man. En hij herstelt nog steeds.

"Ik heb het geluk dat mijn vriendin me nog steeds leuk vindt. Ze zegt dat ze nog steeds de kriebels van me krijgt." Vervelende blikken, nare opmerkingen, Van Leeuwen krijgt ze niet of ervaart ze niet zo. Hoe dat kan? Hij zegt het maar gewoon in rond Beverwijks: "Omdat het me geen reet interesseert wat andere mensen over mijn uiterlijk denken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden