Column

Leven alsof je het eeuwige leven hebt

Albert de Lange (57), bijna dertig jaar redacteur bij Het Parool, is 'uitbehandeld'. Hij verkent, ongewis hoe lang, de route naar zijn aangekondigde dood. Vandaag: feestelijke dagen in de verlenging.

Albert de Lange.Beeld Jan van Breda

Het meeste geluk ontleent een mens aan warme contacten. Niks zo belangrijk als een hecht en betekenisvol sociaal leven. Wij hebben veel aanloop en maken deel uit van diverse, hier en daar overlappende, vriendenclubs. Is dat in een onbezorgd leven vooral fijn en genoeglijk, nu wordt het nog dierbaarder en zie je veel beter de rijkdom ervan. Daarom zal het ook wel 'sociaal kapitaal' heten.

Wat erbij komt is dat je een opgegeven patiënt niet aan z'n kop gaat zeuren en dat iedereen bezig is het jou naar de zin te maken. Dat is dan weer een plezierige bijkomstigheid van zo'n aangekondigde dood. Men wil voor je koken of je moet mee uit lunchen, met oesters en witte wijn. Mooie gesprekken, ook als ze wel eens onnozel zijn, hebben een verhevigde intensiteit, iedereen is dichterbij.

Je ontvangt de warmste mails en brieven, waarin Grote Dingen worden gezegd en zo kunnen je laatste weken, maanden nog een stuk feestelijker worden dan je ooit had voorzien. Ik heb als slechte grap al verkondigd dat de uitvaart voor mij geen geheimen meer heeft, zoveel is al gezegd, maar een collega dreigde dat na mijn verscheiden uitsluitend nog de negatieve aspecten rond mijn persoon besproken zullen worden.

Een lange zit.

Zo word je bediend en kort gehouden. Toen ik tegen mijn zwager wat liep te blazen over al die warme aandacht en prachtbrieven, zei hij: 'Nou ja, het heeft natuurlijk ook weinig zin om jou doodsbedreigingen te sturen.' Ik kreeg welgeteld één afwijzende mail, iemand adviseerde me nou maar eens op te houden met dat gezeik over die dood - get a life, was zijn boodschap. Altijd een zinnig advies.

Maar gaandeweg zie je natuurlijk wel een probleem opdoemen: waar je probeert deze toestand zo lang mogelijk te rekken - daar bestaat begrip voor - kan in je omgeving een zekere verzadiging optreden. Iemand suggereerde al dat mijn diagnose mogelijk een medische blunder is geweest. Thé Lau, de zanger die het sterven ook al vrij lang volhoudt, zei deze week op tv: 'Als ze er straks naast blijken te hebben gezeten, heb ik een probleem.'

Ik heb vooralsnog geen indicaties dat men opgelucht zal ademhalen zodra ik daarmee stop. Maar er komt een moment - zo ver ben ik uiteraard nog lang niet, zeg ik preventief - dat de terminale patiënt het gevoel krijgt dat hij z'n omgeving wellicht te lang belast met die eindigheid.

Radioman en theaterdocent Frits Visser, hij stierf een jaar geleden na een meesterlijk geleefde slotfase, vertelde dat hij de laatste maanden niet meer graag de deur uit ging. Je moet, zei hij, steeds uitleggen dat je inderdaad nog niet dood bent. Maar hij voelde het als: waaróm je nog niet dood bent.

De Britse schrijver-presentator Clive James maakte de fout in een gedicht zijn dood aan te kondigen: zodra de esdoorn vuurrood zou kleuren. Dat was afgelopen herfst. De leukemie heeft hem er nog niet onder, dat vindt hij 'pretty awkward'. Onlangs gaf hij toe op de Australische radio - de knipoog zag je niet - dat hij zichzelf in een 'embarrassing' situatie heeft gebracht.

Maar gelukkig heeft zijn vrouw gezegd: 'Leef jij nou maar alsof je het eeuwige leven hebt, dat heb je altijd al gedaan.'


a.delange@parool.nl

Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden