Column

'Leunstoeldenkers die eventjes die Wilders-aanhang de mond willen snoeren. Alsof het daarom gaat'

Het is het oude liedje, schrijft Nausica Marbe: de zich progressief wanende intellectueel minacht het volk dat de sharia instinctief afwijst.

Oranje hoofddoek. Beeld ANP.

Grote kans dat de lezer bij 'sharia' denkt: volgend onderwerp graag. De term, fetisj van moslimfundamentalisten en hun rabiate tegenstanders, verwijst naar iets dat tegelijk irrelevant en irritant wordt geacht. Aan shariavermoeidheid geen gebrek. Aan sharia-angst ook niet, aldus Folkert Jensma die in NRC Handelsblad het verzet tegen eventuele shariaraden in Nederland afkeurt. Ineens is 'sharia' een voorvoegsel in een woord dat vooral iets zegt over de temperatuur van ons integratiedebat.

Dat zie je ook nu de discussie over islamitische arbitrageraden oplaait. Verborgen ellende als gevolg van arbitrage wordt gebagatelliseerd. Terwijl informatie daarover volop beschikbaar is. Twee jaar geleden schreef The Economist over islamitische arbitrage en hoe die in verschillende landen met de wet botst. De westerse rechtsstaat, zo blijkt, is lang niet opgewassen tegen parallelle rechtssystemen, en de gevolgen zijn 'messy' aldus het welbespraakte blad.

In Duitsland, zo stelt Der Spiegel deze week, werkt een nieuwe wet huwelijksdwang in de hand, sinds religieuze huwelijken ook voor de burgerlijke mogen plaatsvinden. Koren op de molen van islamitische arbitrageraden die buiten het bereik van de Duitse wet succesvol het leven van vrouwen zuur maken. Een ramp voor meisjes die zich tegen uithuwelijking verzetten, oordeelt Der Spiegel. Het weekblad maakte een rondgang langs deskundigen, en het verhaal is ontmoedigend. Arbitrage blijkt te vaak een verlengstuk van de conservatieve, patriarchale macht over meisjes en vrouwen, een middel tot pressie en intimidatie. Vrouwen worden gedwongen gehuwd te blijven of aan andere wensen van vaders en mannen te voldoen.

Opstandigheid na zo'n uitspraak kan leiden tot geweld en zelfs moord, soms buiten het zicht van rechter of imam. Komt het tot een scheiding, dan is de vrouw doorgaans de dupe van de regelingen. In sommige gevallen wordt zelfs van islamitische leefregels afgeweken en past de bemiddelaar een willekeurige dwang toe. Met vrijheid van religie hebben deze dubieuze praktijken niets te maken. Soelaas bieden ze aan hen die al macht hebben over anderen. Bovendien ondersteunt religieuze arbitrage vaak het wantrouwen jegens de staat en zijn instituties.

Het is naïef te stellen dat de westerse rechtsstaat opgewassen is tegen religieuze raden en dat het nationale recht zal zegevieren als religieuze arbitrage burgers onrecht doet. Het is even naïef om te stellen dat deze arbitrage enkel volwassenen treft die zich er vrijwillig aan onderwerpen. Toch koesteren Jensma en de arabist Maurits Berger al opiniërend in NRC Handelsblad dit romantische beeld van grotendeels onschuldige folklore. Berger reduceert de discussie tot de vermeende achterstelling van moslims: 'We blijven moslims in Nederland zien als een aparte sekte die tegen zichzelf moet worden beschermd', schrijft hij verwijtend.

Zelf generaliseert hij ongegeneerd in dezelfde uitspraak. Tevens negeert hij het feit dat sommige moslims zichzelf als een aparte sekte zien die hun eigenaardigheden gesubsidieerd en boven de wet gesteld willen krijgen.

Ook hoor ik Berger niet over de vele proteststemmen van moslims die hun leven niet door obscure sjeiks willen laten inrichten. 'Nederlandse moslims worden niet in staat geacht om verstandige beslissingen te nemen', klaagt hij. Zelf sluit hij zich af voor de verstandige beslissingen van bijvoorbeeld Shirin Musa, activiste tegen huwelijksdwang en de fundamenteel ongelijke behandeling van vrouwen door shariarechtbanken. Die term vindt Berger overigens onzin en een verbod van de praktijken ongewenst. De verborgen onderdrukking van individuen acht hij kennelijk minder belangrijk dan het recht op arbitrage. Bescherming van religie is voor hem belangrijker dan bescherming van de slachtoffers van radicale uitwassen ervan.

De vraag is niet waarom moslims inzake arbitrage niet mogen wat joden en christenen wel mogen. De vraag is in welke mate religieuze arbitrage tot mishandeling en andere strafbare feiten leidt en hoe de wet, de politiek en de maatschappij dat moeten tegengaan. Want de optie van Jensma en Berger is een beschamend zwaktebod. Het oude liedje: de zich progressief wanende intellectueel minacht het volk dat de sharia instinctief afwijst. En daarom moedigt zo'n leunstoeldenker arbitrage aan als vanzelfsprekend moslimrecht. Eventjes die Wilders-aanhang de mond snoeren. Alsof het daarom gaat. Echt monddood zijn pas de meisjes en vrouwen die niet kunnen ontkomen aan de arbitragewillekeur.

Nausicaa Marbe is schrijfster.

 
Het oude liedje: de zich progressief wanende intellectueel minacht het volk dat de sharia instinctief afwijst.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden