Plus

Lessen burgerschap: 'Leer dat Nederland niet homogeen is'

Of het nu maatschappijleer heet, burgerschap of staatsinrichting, de vakken lopen hopeloos achter bij de belevingswereld van kinderen in kleurrijke klassen. Samira Bouchibti zoekt naar de beste aanpak van de afkeer van Nederland.

Samira Bouchibti: 'Docent, verdiep je meer in de islam om leerlingen te begrijpen.'Beeld Tammy van Nerum

Het begon met af en toe een gastles. Politiek of mediawijsheid, onderwerpen waarvoor oud-Kamerlid (PvdA) en voormalig Amsterdams VVD-raadslid Samira Bouchibti (47) haar hand niet omdraait.

Inmiddels staat ze wekelijks voor de klas en ziet ze kinderen opgroeien in een bubbel die ver af staat van de samenleving waarin ze later hun weg moeten vinden. En docenten die worstelen om die afstand te overbruggen.

"Staatsinrichting is iets voor de middelbare school, maar burgerschap moet beginnen op de basisschool, waar je leert te incasseren en kritisch na te denken," zegt de geboren Marokkaanse. "Leren vragen stellen, leren dat Nederland niet zo homogeen is als jij dagelijks in je eigen bubbeltje voorbij ziet komen."

Weerbaar maken
Uit het onderzoek van Bouchibti blijkt dat kinderen in moderne, diverse klassen vaak niet voorbereid zijn op de kritische samenleving die ze betreden vanaf het mbo. Vooral klassen op zwarte of gemengde scholen waar kinderen van minderheidsgroepen een meerderheid vormen.

"Als ze dat op het mbo nog niet geleerd hebben is het eigenlijk al te laat. Want dan moeten zij stage lopen en komen ze in de problemen omdat ze nooit geleerd hebben hoe een discussie tussen collega's wordt gevoerd. Of wat het inhoudt om te netwerken. Dan zijn ze ineens weer een minderheid."

Het vak burgerschap draait voor Bouchibti om het weerbaar maken van kinderen, hen leren omgaan met verschillen. Scholen en docenten worstelen daar nu mee.

Volgens het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling moeten docenten zelf het wiel uitvinden omdat er over burgerschap niets is vastgelegd. Ook de Onderwijsinspectie is kritisch op de invulling die het vak nu krijgt.

Bouchibti hamert niet als enige op het belang van burgerschap, waar kinderen leren dat ze moslim of Turks kunnen zijn binnen hun Nederlandse identiteit. Onlangs kondigde minister Arie Slob (Onderwijs) nieuwe wetgeving aan om het vak meer inhoud te geven. "Daar ben ik heel blij mee, want op de huidige manier winnen scholen en docenten het gewoon niet van de islam, of van Erdogan."

Zet basisschool centraal
Met het handboek Waarom zijn wij Nederlander? probeert Bouchibti een eerste aanzet te geven tot de vernieuwing van het vak burgerschap. Wat haar betreft begint de aandacht voor burgerschap zo vroeg mogelijk.

"Leerlingen op de basisschool zien de juf of meester nog als iemand die zij kunnen vertrouwen. Daar kom je nog binnen bij een kind. Op de middelbare school valt er niet meer te winnen van de invloed van familie, of de moskee," somt ze op.

Volgens Bouchibti is burgerschap een probleem geworden doordat de verschillen tussen groepen in de Nederlandse samenleving groter zijn geworden. Vooral Geert Wilders heeft daaraan bijgedragen.

"Voor mij staat voorop dat hij moet kunnen zeggen wat hij vindt. Maar door jarenlang te roepen dat moslims of Turken buiten de Nederlandse samenleving staan, is dat voor een deel waarheid geworden. Dat komt hard aan en bevestigt deze groepen in hun eigen gelijk: we horen er toch niet meer bij."

Het doorbreken van de neerwaartse spiraal moet op de basisschool beginnen. Tijdens een les burgerschap worden er wat Bouchibti betreft door leraren vooral vragen gesteld.

"Kinderen zijn loyaal naar hun ouders, dus het heeft weinig zin om normerend te zijn als je het over burgerschap hebt. Ik zet de hele tijd vraagtekens bij de antwoorden die ze geven, enerzijds en anderzijds. De Profeet mag volgens islamitische kinderen niet beledigd worden, maar mag dat bij Jezus dan wel?"

Soms helpt een vergelijking met andere religies in Nederland. "Laatst durfde één meisje haar grotendeels islamitische klas er op te wijzen dat het oneerlijk is als er over Jezus wel een spotprent getekend mag worden en over de profeet Mohammed niet. Ze was een vluchtelinge met een christelijke achtergrond."

Zoenende homo's
Ook autochtone leerlingen kunnen ver afstaan van de realiteit. "Je ziet bij deze groep vooral racisme zoals dat bij hun ouders leeft. Marokkanen die alleen maar zouden stelen. En ook subtieler. Homo's zijn niet erg, als ze maar niet openlijk zoenen."

Bouchibti raadt docenten aan om zich iets meer in de islam te verdiepen. "Niet om theologische discussies te voeren, maar om een kader te hebben en islamitische leerlingen te laten zien dat je hun wereld begrijpt. Bovendien zijn leraren in staat om dan het verschil te benoemen tussen geloof en cultuur in de opvattingen van kinderen."

Het handboek schreef Bouchibti in opdracht van de gemeente Den Haag. Iedereen die daar in het onderwijs werkt, krijgt een exemplaar. In Amsterdam was dat niet verenigbaar met het raadswerk dat Bouchibti deed.

Inmiddels zit er een nieuwe raad en een nieuwe wethouder, dus ziet ze nieuwe kansen. "Klassen in Den Haag en Amsterdam verschillen niet zoveel van elkaar, docenten hebben hier met dezelfde problemen te maken."

Turks zelfbewustzijn
Een van de grootste belemmeringen tussen kinderen met een Turkse achtergrond en de Nederlandse samenleving is volgens Bouchibti de opkomst van president Erdogan en de cultus rond Turks zijn.

"Een Turks kind kijkt Turkse tv, gaat met zijn ouders naar Turkse winkels, eet Turkse gerechten, gaat met vakantie naar Turkije en bezoekt een Turkse moskee. Kinderen die hier al drie generaties lang wonen, zeggen in de klas dat ze geboren worden en sterven als Turken. Je komt er op de middelbare school misschien mee weg, maar de samenleving waarin ze later moeten meedraaien accepteert dat niet."

Bouchibti ziet de oorzaak ten dele in het zelfbewustzijn dat de Turkse president Erdogan oproept bij zijn achterban. "Dit zagen we 15 jaar geleden veel minder in de klas, toen was hij nog niet zo machtig."

Maak het persoonlijk
Leerlingen met Marokkaanse wortels gebruiken volgens Bouchibti vaak de islam als een identiteit waaraan zij zich steeds meer optrekken, omdat een hechte Marokkaanse gemeenschap in Nederland ontbreekt.

'Islamitische leerlingen vinden het moeilijk om toe te geven dat aspecten uit het geloof fout kunnen zijn. De islam is alleen maar goed,' waarschuwt Bouchibti in het handboek.

'Deze leerlingen raak je het meest door het persoonlijk te maken. Probeer een gevoel of een beleving bij ze op te roepen. Pas als iets heel dicht in de buurt komt, bijvoorbeeld dat vrouwen in ­Saoedi-Arabië niet mogen autorijden van de geestelijken daar, durven ze toe te geven dat zij er misschien anders over denken.'

Op die manier ziet Bouchibti kans om via het vak burgerschap ingewikkelde waarden als vrijheid en gelijkwaardigheid uit te leggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden