Plus

Les over vooroordelen: 'Dit gaat toch over mensen?'

Het Joods Historisch Museum houdt op scholen talkshows over vooroordelen en antisemitisme. Bij de leerlingen van het Montessori College Oost valt het kwartje al snel.

Jessica Meier en Anna van der Wieken (midden) van het JHM geeft uitleg in het museum Beeld Dingena Mol/Het Parool

'We beginnen met de groep waar we allemaal bij horen. Welke is dat?" Gerommel in de klas, rumoer, gefluister. Een groep waar ze allemaal bijhoren? De negentien twaalf- en dertienjarigen in deze eerste klas vmbo van het Montessori College Oost (MCO) komen er niet uit. "Mensen?" oppert een meisje op rode sneakers.

'Nederlanders,' schrijft Jessica Meijer (31) van het Joods Historisch Museum op het bord. Een golf van verbazing gaat door de klas. "Maar hij heeft alleen een Marokkaans paspoort," roept een jongen met een beugel terwijl hij naar een klasgenoot wijst.

Deze scène is niet nieuw voor Meijer en haar collega Anna van der Wieken (36). Sinds een jaar gaan zij namens het Joods Historisch Museum naar Amsterdamse klassen om te praten over vooroordelen en uitsluiting, over moslimhaat en antisemitisme. Dat doen ze in de vorm van een talkshow. De klassen die ze bezoeken, zoals die op het MCO, bestaan uit kinderen uit alle windstreken, vaak in Nederland geboren, maar met uiteenlopende achtergronden. Velen van hen zijn islamitisch, en bijna allemaal hebben ze een uitgesproken mening over Joden, en over elkaar. Ze scharen zich zelden onder de noemer 'Nederlander'.

Kaaskoppen
De leerlingen mogen als begin van de talkshow woorden roepen die ze over Nederlanders horen. Het gaat om de vooroordelen die je hoort, niet om je mening. De termen vliegen in het rond. Kaaskoppen, tata's, witjes. Racisten, braveriken, 'je ziet ze nooit in Opsporing verzocht'.

Over moslims, Joden en Surinamers worden even harde noten gekraakt. Moslims zijn terroristen maar ook aardig, Joden landdieven en gierigaards en Surinamers 'hebben veel exen'. De vrijheid om woorden te roepen die normaliter alleen onder gelijkstemden klinken, lijkt bevrijdend. Ze lachen, komen snel op stoom.

Totdat het even ontspoort. Een Nigeriaanse jongen wordt bosneger genoemd, een Marokkaan zandneger. Van der Wieken grijpt in: "We gaan elkaar niet aanvallen."

Op het bord staan na een kwartier meedogenloze kwalificaties. "Ik vind het raar eigenlijk," zegt een meisje met lang zwart haar. "Dit gaat toch over mensen? Moslims zijn niet allemaal aardig. Je kunt dit niet over een hele groep zeggen." Het kwartje is gevallen. Dat zijn nou vooroordelen.
Dan vertelt Meijer dat ze Joods is. En de blonde Van der Wieken ook. De klas hapt naar lucht. "Maar jullie lijken niet Joods," roept een jongen met opgeschoren haar.

Voor de talkshow worden de rollen verdeeld - twee leerlingen mogen presenteren, de rest is publiek en mag vragen stellen. Van der Wieken en Meijer zijn de deskundige gasten.

Heetste item zijn zionisten en Palestina. Alle leerlingen, van Surinaamse tot Marokkaanse komaf, zijn woedend over Palestina en de bevooroordeelde media. "Waarom moeten we een minuut stil zijn voor de aanslagen in Parijs maar niet voor de dode baby's in Palestina?" vraagt een lange jongen in trainingsbroek.

Complottheorie
"Hoe komt het dat er nooit bewijs is voor terroristische aanslagen?" vraagt een kleine jongen met beugel. Complottheoriëen tieren welig - de zionisten betaalden de Amerikanen om de Twin Towers aan te vallen en de moslims zwart te maken. IS is een product van de zionisten.

Meijer en Van der Wieken horen het aan en beantwoorden vragen. "Ik ben een zionist" zegt Meijer. "Weten jullie eigenlijk wel wat dat is?" De meesten weten het niet, waarschijnlijk hoorden ze thuis of op de Arabische televisie iets over rijke Joden, moordenaars van Palestijnen en complotten, en herhalen het dan. "Een zionist vindt dat er een staat moet zijn voor Joden," legt ze uit. "En ik vind persoonlijk dat Palestijnen net zo hard recht hebben op een staat."

De complottheorieën zijn zorgelijk, want bij deze kinderen is het zaadje geplant en bij oudere leerlingen nemen de complottheoriëen hardnekkige vormen aan. Maar de enige manier er iets aan te doen is de ideeen en vooroordelen boven tafel krijgen zonder in een welles-nietesdiscussie terecht te komen, vertellen de medewerkers van het JHM achteraf. Daarna kun je er een persoonlijk verhaal of een ander beeld tegenover stellen.

Angel uit de zaak
Voorlopig heeft het effect. De leerlingen van het MCO zijn onder de indruk, blij te horen hoe hun klasgenoten denken. Luciara Wekker (13): "Ik kon ineens in de schoenen van iemand anders stappen."

Een week later zijn ze te gast in het museum. Ze leren over Joodse gebruiken, de overeenkomsten met de islam, hoe divers de Joodse groep is. Ze luisteren braaf, maar er zit nog altijd iets dwars. Vlak voor het einde van het bezoek durft een meisje in een groene legerjas het aan. Terwijl de klas zich vergaapt aan de kroonluchters in de Portugese Synagoge, vraagt ze. "Waarom jat Israël het land van de Palestijnen?" vraagt ze. Ietwat overvallen beantwoordt Van der Wieken haar vraag. Dat het nogal ingewikkeld ligt, en zij ook liever geen oorlog ziet. Het zijn lastige kwesties, maar ze weet de angel uit de zaak te halen.

Intens
Het is precies wat Floris van Schaik, geschiedenisleraar van de klas, goed vindt aan het project. "Deze leerlingen reageren vaak uit onwetenheid en ze zijn pubers, dus hun reacties zijn soms intens." Zelf durft hij controversiële onderwerpen in de les wel aan. "Ik ben streng en zeg het als opmerkingen niet kunnen." Maar hij begrijpt dat collega's het niet durven. "Voordat je het weet gaat een gesprek een verkeerde kant op. En als je niet ingrijpt, is dat heftig. Dan kun je het beter aan mensen van buiten overlaten."

Na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Joodse supermarkt in Parijs maakte het Joods Historisch Museum een onorthodoxe les over vooroordelen.

"We hoorden steeds vaker dat docenten niet met hun leerlingen over de aanslagen durfden te praten. Scholieren lanceerden complottheorieën, maakten antisemitische opmerkingen of toonden sympathie voor IS," zegt Batya Wolff, curator van het JHM en een van de initiatiefnemers van de Talkshow in de klas. "We hebben zelf ook de ervaring dat docenten niet naar ons museum durven komen, uit angst voor de reactie van hun overwegend islamitische leerlingen." Vaak kennen de leerlingen niemand die Joods is.

"Alleen al een ontmoeting met een Jood doorbreekt een denkpatroon." De educatiemedewerkers kregen daarbij niet zelden rauwe opmerkingen op hun dak als 'alle Joden mogen dood vallen' of 'alle Joden zijn moordenaars'. Wolff: "Ons uitgangspunt is niet meteen in de verdediging gaan, want dan verlies je contact."

Vorig jaar concludeerde de Onderwijsinspectie dat scholen te weinig aan burgerschapsvorming deden. Docenten voelen zich vaak 'handelingsverlegen', een eufemisme voor je geen raad weten met de situatie en dan maar niets doen. Journaliste Margalith Kleijwegt bevestigde dit beeld in het ontluisterende rapport 2 werelden, 2 werkelijkheden in opdracht van het ministerie van Onderwijs.

Afgelopen jaar was voor het JHM een pilot, gefinancierd met hulp van externe fondsen. En het project gaat door. Er staan pas drie scholen op het programma, maar dat moeten er meer worden. Wolffs collega Judith Whitlau: "Er is nog veel werk te doen, je trekt bij wijze van spreken een beerput open. Maar het is een begin."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden