Plus

'Leren eten, lopen en bedenken dat er ondanks dat toch een toekomst is'

Hoe luxueus haar eeuwige getob over de beste baan, vriend en vakantiebestemming eigenlijk was, ontdekte Daantje Dorsman toen ze op haar 35ste een 'lichamelijk wrak' werd.

Na haar herseninfarct moest Daantje Dorsman opnieuw leren eten, lopen en bedenken dat er ondanks dat toch een toekomst was Beeld Mark van der Zouw

In de woonkamer had Daantje Dorsman geoefend met de splinternieuwe Bugaboo, op haar tijgerprintnaaldhakken. Ze verlangde ernaar om als een sexy mama achter de kinderwagen te lopen. Weer slank als een dennetje, met dat mooie roze baby'tje.

En die hakken lekker tikken op de tegels. Een paar jaar eerder had ze zo door het park gelopen, met Kai, anderhalf jaar oud. Kai was niet van haarzelf, maar van de eerste vrouw van haar vriend Kim. Bizar was dat. Liep ze daar, met een baby van een vrouw die niet meer leefde.

Vrolijke bewegingen
Kim had ze een paar maanden eerder ontmoet. Op de Parade was hij ineens bij haar komen staan. "Wat een leuk meisje ben jij."

Ze had hem niet echt aangekeken. Concentreerde zich op haar dansende lichaam.
"Ik kom net van Dance Valley."

Kim bleef staan kijken naar haar vrolijke bewegingen. Vond hij haar billen te dik? En d'r haar, zat dat wel wild genoeg?

"Zullen we zoenen?"

Dat was snel. Maar wat snel kwam, kon heel goed zijn.

Eerst wilde hij nog iets vertellen. Hij had een baby en zijn vrouw was overleden. Borstkanker. Er was geen redden aan geweest. Na een jaar zat het overal.

Dat was toen. Nu was Daantje bevallen van een kindje en zouden ze het overdoen. Veel beter dan dat de moeder zou overlijden en de vader met een klein jongetje achterbleef.

Maar op naaldhakken achter de Bugaboo was het niet geworden.

'Banaan, banaan, banaan'
Als Kim aan die ene dag terugdenkt, ziet hij zijn achtjarige zoon Kai pianospelen in de woonkamer, terwijl buiten twee brandweerauto's de straat in rijden, gevolgd door een ambulance, Daantje boven in bed met naast zich haar zeven dagen oude baby, en de verloskundige die opgewonden belt met het ziekenhuis.

Kai, over de toetsen gebogen, in een poging zich af te sluiten voor het spektakel dat zich buiten afspeelde. Pianoles, tussen de middag. De school was uit. Ouders en kinderen verzamelden zich in een grote kring rond hun huis in de Watergraafsmeer. Kai begreep niet dat die sirenes te maken hadden met zijn moeder, die haar pasgeboren baby'tje, zijn zusje Izzie, wilde oppakken, maar het niet kon.

Hij dacht dat hij ermee overweg kon, maar nu Kim erover vertelt, kan hij even niet meer praten.

"Zie je iets raars aan mij?" had Daantje hem een dag eerder gevraagd. Ze had 'banaan, banaan, banaan,' gezegd. Het klonk alsof ze dronken was. Een beetje raar. Haar mond hing ook wat scheef. Ze hadden de huisarts laten komen. Die dacht dat het erg was, maar Daantje zei dat ze hartstikke moe was van die dertig uur durende bevalling. Dat ze wel vaker zo met haar mond trok.

De volgende ochtend was de verloskundige gekomen. "Wat doe je nog in bed?" zei ze. "Je moet er allang uit." Daantje had overeind willen komen, maar dat ging helemaal niet.

Posttraumatische stressstoornis
Het is een lange weg die ze heeft afgelegd, vertelt Daantje. Met vier jaar psychotherapie om over de posttraumatische stressstoornis heen te komen. Van dat herseninfarct, die ervoor zorgde dat ze van een jonge, gelukkige moeder een lichamelijk wrak werd. Ze moest opnieuw leren eten, lopen en bedenken dat er ondanks dat toch een toekomst was.

De rouw kwam niet in één keer, maar in plukjes. Eerste rouwde ze omdat ze geen goede moeder kon zijn. Later omdat ze niet meer kon werken. "Zo, mevrouw Dorsman, u bent voor de volle 100 procent afgekeurd." Nooit meer chitchatten met collega's. Nooit meer met een hele televisiecrew naar de andere kant van de wereld voor de opnamen van Wie is de mol? Ambities die de la in konden.

Nog later rouwde ze omdat ze haar sexappeal kwijt was. Er komt een moment dat je er stil bij staat dat er nooit meer een man naar je kijkt.

De enige onder de zestig
Na drie weken mocht ze uit het ziekenhuis, naar het revalidatiecentrum aan de Overtoom. Ze was er ontelbare keren langsgefietst, op weg naar haar vriendin die bij het Surinameplein woonde. Zag de rolstoelen voor de deur, met scheef hangende lichamen erin die gulzig aan een peuk trokken. Je moest er heel ernstig aan toe zijn, wilde je daar terechtkomen.

Nu werd zij er binnen geduwd door Kim. Gevolgd door haar moeder met de Bugaboo. Het was goed er te zijn, dacht ze. Hier zou haar herstel beginnen. Zou ze haar verlamde arm en dat been net zo lang trainen tot alle afwijkingen waren weggepoetst. Over een paar maanden zou ze hollend die tent verlaten.

Er verbleven vast meer vrouwen en mannen zoals zij, met een mooi leven, carrière en kinderen, die ineens door het noodlot waren getroffen. Een auto-ongeluk, een nare valpartij of een herseninfarct. Ze zouden elkaar stimuleren. Elkaar vertellen over de vreselijke ervaring, die hun leven op zijn kop had gezet. Vertellen hoe sterk het ze had gemaakt. Dat ze zich nu realiseerden wat werkelijk van belang was.

Het eeuwige getwijfel over een andere, nog betere baan. Een andere, leukere vriend. Nog meer een soulmate. Het getob over dé leukste plek voor een vakantie, Ibiza of toch maar Barcelona. Hoe banaal waren de zorgen, die vóór hun rotongeluk nog zo serieus leken.

Het liep anders. Ze kwam te wonen op de afdeling Niet Aangeboren Hersenletsel en Amputaties. Er verbleven vijftig mensen. Daantje was de enige onder de zestig jaar. Veel patiënten moesten opnieuw leren lopen, omdat ze door de suiker een been waren verloren. Drie keer per dag stepte ze in haar rolstoel naar de eetkamer.

"Sorry, maar dit plekje is al gereserveerd voor mevrouw Van der Linden."

Danielle Dorsman, Izzie, Kai en Kim Hinrichs Beeld Mark van der Zouw

Zat ze tegenover mensen met een verlamd gezicht, die haar iets wilde zeggen, wat ze niet verstond, omdat ze hun spraak waren verloren. Die kregen hun eten gepureerd. Ook Daantjes eten werd gepureerd, want aan één kant van haar gezicht voelde ze niets.

Slechte moeder
De oude mensen keken naar haar, 35 en net bevallen, met de kinderwagen naast zich, haar moeder die haar baby'tje vasthield. "Oh, wat erg voor je," zeiden ze dan. Of: "We zijn er tenminste nog." Dat realiseerde ze zich pas later. Dat een derde volledig herstelt, een derde restverschijnselen houdt en een derde het niet overleeft.

Daantje kon de baby niet vasthouden en geen borstvoeding geven. Daarom was haar moeder overdag bij haar. 's Nachts gaf Kim het kindje de fles. Als Kim buiten een sigaret rookte en de baby begon te huilen, boog Daantje zich over het wiegje. Wilde alles in haar lichaam het kindje optillen. Ze was een slechte moeder, niet eens in staat om haar baby te troosten.

De eerste periode was een vreemde tijd. Soms, als ze wakker werd omdat ze moest plassen, schoof ze de lakens aan de kant, stapte ze uit bed en viel direct op de grond. Haar hoofd had nog niet verwerkt dat ze invalide was.

Kim en zij maakten grappen over de absurde situatie waarin ze verzeild waren geraakt. Dat huis vol bejaarden met beenamputaties en verstoorde spraak. Terwijl ze eigenlijk in de gelukkigste periode van hun leven hoorden te zitten.

Te veel optimisme
Ze waren samen en ze hadden Izzie. Kai logeerde bij opa en oma en ging naar school. Kim had een tweedehands Jeep gekocht, zodat Daans rolstoel er samen met de kinderwagen in paste als ze het weekend naar huis mocht. Ze zouden een grote knop op het stuur van die Jeep laten zetten, zodat Daan snel weer zelf kon rijden.

"Daar zou ik maar niet op rekenen, mevrouw Dorsman," zei een van die therapeuten dan. Beducht voor te veel optimisme.

"Ga eens voor de spiegel staan en bekijk jezelf. Wat zie je?"

Daantje zag een jonge vrouw, wiebelend op een been, met een linkerarm die als een stuk kromhout tegen haar lichaam hing. En dat gezicht, waarvan de linkerhelft emotieloos leek. Stijf.

Op een mooie dag duwde Daantjes vader haar rolstoel via de achteruitgang het Vondelpark in. Eindelijk weer eens naar buiten. Haar moeder volgde hen met de Bugaboo. Overal waren mensen druk in de weer. Met tennissen, hardlopen, groepjes vrouwen die yoga deden. Jonge moeders achter kinderwagens. Het park als mekka van de valide mens.

Zat ze van verdriet te schokschouderen in haar stoel. "Zullen we maar weer naar binnen gaan?" zei haar vader.

Stuk vlees
Van de rolstoel was ze overgestapt naar een driepoot. Elke dag oefende ze langs de reling met lopen. Tot die ene keer, dat ze haar ouders en Kim erbij riep. Daar ging ze. Helemaal alleen. Haar eerste passen.

Na vijf maanden mocht Daantje naar huis. Ze had zich met één hand leren aankleden. Haar eten hoefde niet langer gepureerd. Ze kon een stuk vlees eten. "Dan kunnen we weer uit eten gaan."

De ergotherapeut wilde weten of ze een scootmobiel voor haar moest bestellen. Dan kon ze, als Kim en de anderen weg waren, lekker in haar eentje door de Watergraafsmeer tuffen.

Nee, dat hoefde niet.

Het duurt nog een hele tijd voor je verder kunt. Daantje ziet het aan die vrouw van vijftig die het vorig jaar overkwam. Die was reisleidster in Zuid-Amerika en moet vooral nog huilen. "Ik had een fantastisch leven en dat is allemaal voorbij." Ze bezoekt haar geregeld, om te vertellen dat het beter zal worden.

Zelf had ze die wanhoop ook gevoeld, toen ze haar leven weer op wilde pakken in de echte wereld. Ze hadden haar gewaarschuwd. Thuis zul je pas echt merken wat je allemaal niet kunt, zeiden ze. Omringd door mensen die gewoon alles kunnen. Die nergens over na hoeven te denken. Daar was dat verdriet over haar handicap zo groot en beangstigend geworden, dat het ineens door haar heen schoot. Dat er maar één manier was om van die ellende verlost te raken.

"Maar dat gaan we niet doen," had ze tegen zichzelf gezegd.

Ze had een baby, een zoon en een man. Nog harder dan voorheen zou ze werken aan haar herstel.

De lelijke driewieler
Er kwam een aangepaste fiets. Daarmee kon ze Izzie naar de crèche brengen, boodschappen doen. Ze weet het nog goed, die dag dat het busje van Welzorg kwam voorrijden. De achterklep openging en ze dat grijsmetallic gevaarte voor haar deur plantten. Een felgeel nummerbord, grote dubbele achterwielen, een flinke spiegel aan het stuur. Geen mens zou het ontgaan dat hier een gehandicapte woonde. "Uitkijken jongens."

Die spiegel had ze er meteen afgehaald.

Tegen mensen die haar voor het eerst bezochten, zei ze: "Dat huis met die lelijke driewieler voor de deur." Zo'n ding waar de dorpsgek op rijdt.

Nu is ze eraan gewend. Maar als ze naar de stad moet, neemt ze liever de auto. Daarin is ze net als ieder ander. Tot ze op een invalideplek parkeert.

Gehandicapte. Een lelijk woord. Liever spreekt ze over haar beperking. Dat klinkt vriendelijker. Iedereen heeft wel iets wat hem op een of andere manier beperkt, toch?

Haar vriendinnen werken er niet aan mee. "Je bent een glamourgehandicapte," zeggen die.

Dat vindt ze niks, want het klinkt alsof ze zich beter voelt dan andere gehandicapten.

Klappertanden van angst
Ze had haar leven opgepakt. Wilde weer gaan paardrijden. Ze kon naar een rijclub voor gehandicapten, zei de therapeut. Samen met Kim was ze gaan kijken. Zagen ze hoe mensen uit hun rolstoel zo op het paard werden getakeld. Hoe een meisje zonder onderbenen door de manege rende.

Ze wilde liever bij een gewone paardrijclub, zei ze. De paardrijjuf zei dat ze met haar lamme arm en been hier op haar plek was.

"Hallo Daan, ben je er weer," klinkt het van alle kanten, als Daan op vrijdagavond binnenkomt.

Het is fijn. Iedereen is heel vriendelijk. Vrijwilligers die haar onvermoeibaar helpen met opzadelen en opstappen. Maar het is ook een beetje ongemakkelijk. Hoe intiemer ze met hen wordt, hoe meer ze in deze wereld lijkt te horen.

Een blonde vrouw parkeert haar rolstoel bij Daan, legt haar hand op haar arm. Ze wil iets zeggen, maar Daan begrijpt het niet. Afasie. Haar hersenbloeding was nog een graadje erger dan die van Daan. Ze kennen elkaar van vroeger. De vrouw was haar baas bij de televisie. Een dynamische leuke vrouw.

Daan houdt het kort.

Bloedstolsel
Een tijd lang was ze bang geweest dat ze een kwetsbaarheid in haar hoofd had. Die eerste keer kwam het door de bevalling, het bloed dat dikker was geworden, zodat de wond in haar baarmoeder sneller zou genezen. Een bloedstolsel in haar hals was losgeschoten en in haar hoofd terechtgekomen.

Dat kon zo weer gebeuren, dacht ze steeds. Lag ze nachten lang te klappertanden van de angst. Ook daar kreeg ze therapie voor.

Eenmaal op het paard, wordt haar onwillige voet met een elastiek aan de stijgbeugel vastgemaakt. Haar lamme arm gaat met klittenband tegen haar middel, zodat die tijdens het draven niet gaat zwabberen.

Ze is goed getraind. Twee keer per week staat ze in de sportschool te werken aan haar herstel. Samen met jonge vrouwen die hun perfecte lichaam nog perfecter willen maken. De blikken van die vrouwen deren haar niet.

Wacht maar meisje, denkt ze. Tot jou het noodlot zal treffen. Dan pas zul je zien uit welk hout je bent gesneden. Zul je werkelijk getest worden op wilskracht, overlevingskracht, op positiviteit.

Ze had nooit gedacht dat ze zo sterk was. Soms bedenkt ze dat ze gelukkiger is dan voor die tijd. Ze weet beter wie ze is. Wat ze wil. Vroeger was ze een onrustig, altijd op zoek naar iets nieuws.

Soms komen vriendinnen naar de manege, kijken naar een wedstrijd van Daantje. Die moet ze een beetje voorbereiden. Anders schrikken ze zich een hoedje, van al die invaliden.

Mooie, gezonde en slimme mensen
Vorig jaar was ze meegegaan op ponykamp. Drie dagen in het bos bij Westerbork. Hielp ze een gehandicapte man op de wc, omdat hij zijn eigen broek niet loskreeg. "Oh, dat kon hij makkelijk zelf hoor," zei iemand anders. Vroeger was het een wereld die ver van haar af stond. Bij de tv werken alleen mooie, gezonde en slimme mensen. Maar op dat kamp had ze een sterke band met de anderen gekregen. Ze delen dezelfde aangrijpende ervaringen. Gaan zachtaardig met elkaar om.

Naderhand waren ze met zijn allen in de bus naar Amsterdam gereden. Kim kwam haar ophalen. Ze moesten meteen door naar de première van een toneelstuk van haar schoonmoeder. In het Circustheater in Scheveningen. Tout bekend Nederland was er. Allemaal in mooie jurken, op hoge hakken.

Eerder had Daantje zich er als een vis in het water gevoeld. Even chitchatten met die. Wat complimentjes uitwisselen met die. Nu stond ze daar, tussen al die prachtig geklede, succesvolle mensen. Veel oude bekenden, maar ze leken haar niet te herkennen. Zonder jurk en hakken, met die verlamde, onelegante ledematen.

Ze was naar buiten gegaan. Had ontzettend moeten huilen.

Kim was haar gaan zoeken.

Ze vertelde dat de overgang van het ponykamp naar hier te groot was. In deze wereld, waar ze zich vroeger zo thuis had gevoeld, was geen plek meer voor haar.

Hij begreep het, zei hij. Maar ze waren hier voor zijn moeder. Ze moest zich maar even vermannen. Daarna zouden ze die wereld weer snel achter zich laten.

Eenhandsgerechten
Soms heeft Daantje een terugval. Als ze zich in een winkelruit ziet lopen, denkt ze 'jezusmina'. Maar ze gaat nog steeds vooruit. Twee maanden geleden ontdekte ze dat ze kon springen. Met twee benen tegelijk. Ze kan het voordoen. De voeten naast elkaar en dan hup, naar spreidstand. En hup, zo weer terug.

Ze had een baby, een zoon en een man. Nog harder dan voorheen zou ze werken aan haar herstel Beeld Mark van der Zouw

Vorige winter was ze weer gaan snowboarden. Ze wist dat ze het zou kunnen. De bewegingen lagen nog opgeslagen in haar lichaam. Was ze met haar therapeut naar de baan in Spaarnwoude gegaan. Kim had op zijn werk gezeten toen ze hem het filmpje stuurde. Daan op haar snowboard de piste af.

Moest hij, omringd door reclamejongens voor wie hij een commercial had gemonteerd, vertellen over haar herseninfarct. Dat ze acht jaar geleden geen cent voor Daans herstel gaven. En moest je nu kijken. Zouden ze weer met zijn vieren op wintersport kunnen.

Ze heeft met één hand leren koken. Zakjes scheurt ze met haar tanden open. Potjes klemt ze tussen haar knieën, zodat ze die met haar goede hand kan opendraaien.
Het snijden van de groente vormde een probleem. Soms zaten de muur, het aanrecht en de vloer onder de groentesnippers. "Ik heb courgette gesneden," zei ze als Kim thuiskwam.

Spijkerbed
Ze hebben er iets op gevonden. Nu prikt Daan de groente op een snijplank, die eruitziet als een spijkerbed.

De eenhandsgerechten komen haar soms de keel uit. Echt lekker is het nooit. Speciale dingen lukken niet. Zoals laatst, toen ze had geprobeerd die parelhoen in tweeën te hakken.

Als ze jonge moeders achter de kinderwagen ziet, voelt ze nog wel een pijnscheut in haar binnenste. Toen zij had kunnen stralen, zat zij tussen die invalide bejaarden op de Overtoom. Ze had het later nog even geprobeerd, met haar wandelstok en die wagen, maar aan het eind van de straat was ze omgedraaid.

Daan wil de oogkleppen van haar obsessieve verlangen naar herstel afgooien. Niet meteen, als een dokter op de radio beweert dat muziek spelen het herstel bevordert, elke dag achter de piano kruipen. Niet langer de vrouw met die problemen zijn. Dus gaat ze mee naar Koningsdag. Mee naar feestjes. Rent ze mee als Izzie wil rolschaatsen. "Kom dan, mam." Na een paar hinkstappen is het voorbij.

Soms krijgt ze een rotopmerking naar haar hoofd. Roept Izzie dat ze liever een andere moeder had. Of dezelfde moeder, maar dan in een gezond lichaam. Die haar op een normale fiets naar school kan brengen. Op haar leeftijd begint de schaamte te komen, achter op de driewieler.

Normale fiets
Ze heeft het op een normale fiets geprobeerd. Liep haar vader mee, net als veertig jaar geleden, terwijl ze onzeker de pedalen ronddraaide. Op een verlaagde fiets, met allemaal aanpassingen. Een fiets die 3500 euro zou kosten. Laat maar, had ze gedacht.

"Als je bij me blijft wordt het heel leuk hoor," zei Kim vroeger, toen ze nog een flierefluiter was en soms dacht dat ze op zoek moest naar een leukere man. Nu zou ze dit tegen hém willen zeggen. Dat ze vaker met hem in het café zal gaan zitten. Maar een café met al die vreemde mensen en al die geluiden is moeilijk voor haar. Ze heeft geen schild meer tegen al die prikkels. Het komt ongefilterd binnen."

"De blikken van die mensen. De knik van de bejaarde met de wandelstok, van 'we zitten in hetzelfde schuitje'. Liever is ze onder bekenden, die weten wat ze heeft. Waar ze niet voor de honderdduizendste keer haar herseninfarct hoeft uit te leggen. "Oh, meisje wat erg voor je."

Een tijdje terug ontdekte ze dat ze een danspasje kon. Het is geen sexy danspasje. Het lijkt op het pasje dat ze vroeger in de brugklas deden. Zij, sluit, weer terug en sluit.

"Jongens, moet je kijken," riep ze.

Met haar goede arm zwaaide ze door de lucht. Sloeg haar vlakke hand op haar bovenbeen, want klappen ging niet. Op Back to black, van Amy Winehouse. Kim en Izzie begonnen mee te dansen. Kai niet, maar hij had wel een glimlach op zijn gezicht.

Strakste kont van het schoolplein
Kon ze op haar bruiloft dansen. Ze had ernaar verlangd met Kim te trouwen. "Waarom vraag je hem niet," zeiden vriendinnen. Dat kon ze niet. Ze was een beschadigde vrouw. Een vrouw die haar sexappeal was verloren.

Voor hem niet, zei hij. Door al dat trainen had ze een mooi lichaam. De strakste kont van het hele schoolplein. Hij was bij haar gebleven. Hoeveel mannen van begin dertig zouden dat doen? De rest van je leven met een gehandicapte vrouw.

Kim wist dat ze graag wilde trouwen en vroeg haar. Het is iets in hem. Een pleaser is ie. Hij heeft weleens gedacht dat hij op de wereld is gezet om voor anderen te zorgen. Zijn eerste vrouw verzorgde hij tot ze overleed. Toen het met Daantje gebeurde was hij haar gaan helpen.

Samen zouden ze het wel redden. Het is juist mooi dat ze niet helemaal gaaf is. Het klinkt stoer en misschien heeft hij het in zijn hoofd omgebogen. Van iets ergs iets moois gemaakt.

Daantje met dochter Izzie Beeld Mark van der Zouw

Als ze op straat lopen en hij al die ogen op Daan ziet, voelt hij zich sterk worden. Ze zullen elke tegenslag overwinnen. Daan, hij en de kinderen. Ze helpen haar met haar veters, ritsen haar broek dicht. Negeren de troep in huis, als ze te veel prikkels heeft gehad en ze moe op de bank ligt. Zetten zonder mopperen de tv zachter, de iPad uit. Vegen de broodkruimels en het cappuccinoschuim van haar gezicht, als ze het zelf niet voelt.

Oude camper
Van de zomer zullen ze met hun oude camper door Spanje trekken. Ze zouden er een karretje achter moeten haken voor die driewieler, maar dat oogt zo gehandicapt, dus dat laten ze maar. Beter hadden ze naar een luxueus all-inoord kunnen gaan, waar alles gelijkvloers is, met een zwembad dat langzaam dieper wordt.

Ze doen het liever op hun eigen manier. Rijden net zo lang door tot ze een strandje zonder rotsen vinden waar Daan goed kan lopen. En als ze moe is van alle indrukken gaan ze niet uit eten, maar halen ze wel wat.

Op een camping bij een zwembad zal Kim even kijken of er een trapje is, waar hij Daantje eruit zal kunnen tillen. Nu hij eraan denkt, komen de tranen. Misschien omdat het zo mooi is dat ze met zijn vieren alles anders doen. Dat niets vanzelf gaat, zoals bij andere gezinnen. Dat ze altijd moeten bedenken of Daan het aankan en geen van hen er ooit over klaagt.

Het balt ze samen. Dat ze een hele geschiedenis met zich meedragen. Van een overleden moeder, en een nieuwe moeder die ook had kunnen overlijden, maar bleef leven, die het nu heel goed doet. Steeds beter. Dat het fantastisch is, dat hij haar uit dat zwembad kan tillen.

Daantje wil zich laten opereren, zegt ze. Zodat ze weer op blote voeten zal kunnen lopen. Zal ze verlost zijn van die orthopedische schoenen. Gaan ze met zijn vieren lange wandelingen maken. Kan ze misschien haar naaldhakken weer aan. Lekker tikken over de tegels.

Paul Teunissen schrijft elke maand een longread over Amsterdam. Suggesties? paulteunissen@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden