Plus PS

Lepelwagenchauffeur Hélène Mourik: 'Mensen zijn verrast als ze mij zien'

Als eerste bij een ongeval zijn, een kapotte auto naar de garage brengen, maar net zo goed  een wiel verwisselen: lepelwagenchauffeur Hélène Mourik (54) doet het allemaal. Ze is een van de weinige vrouwen bij de Wegenwacht. 'Mensen zijn verrast als ze mij zien.'

Beeld Julie Hrudova

"Ik heb een Volkswagen Polo voor je. A4 hectometerpaal 5,3. Lekke band, rechtsvoor." Amper zeven uur 's morgens is het. Hélène Mourik, lepelwagenchauffeur bij de ANWB Wegenwacht, knikt: "Prima, ik ga erheen." De dieselmotor van haar bergingswagen draait stationair, zacht trilt de boordcomputer mee.

Op het scherm is de melding nog niet meer dan het merk, type van de auto en een kenteken. Totdat in de kunstmatig beschenen duisternis twee knipperende alarmlichten opdoemen. "Daar zul je de Polo hebben. Geen fijne plek, zo dicht bij de witte streep," constateert Mourik.

Achter de vangrail tekent zich een in elkaar gedoken figuurtje af. De rug naar de snelweg gekeerd, een grijze capuchon strak over het hoofd. Mourik stuurt bedreven de vluchtstrook op. Eerst belt ze Rijkswaterstaat en vraagt om een rood kruis boven de weg, waarmee de rechterrijstrook kan worden afgesloten. Al gauw wijken de voorbijrazende auto's een baan uit.

Dan stapt Mourik aan de passagierskant uit. Met flinke passen beent ze over het wegdek om de rood-witte pionnen neer te zetten. Als de vluchtstrook is veiliggesteld, ontfermt zich over de jonge bestuurster van de Polo. De vrouw heeft haar capuchon afgedaan. Haar laarsjes zakken weg in de modder. Een vrachtwagen stormt voorbij. Om de haverklap doorboren felle koplampen de duisternis.

"Echt lekker stond ik hier niet," zegt ze. "Vrachtwagenchauffeurs toeterden naar me. Ik heb mijn capuchon maar opgezet, zodat ik incognito ben."

De vrouw was in alle vroegte op weg naar haar werk in Zoetermeer, toen ze een lekke band kreeg en ternauwernood de vluchtstrook kon bereiken. Mourik stelt voor haar naar het dichtstbijzijnde tankstation te brengen om daar de band te vervangen voor het reservewiel, het zogenoemde thuiskomertje. Ze legt stevige spanbanden om de wielen van de gestrande auto en haakt hem achter haar lepelwagen. De voorste wielen zitten vast, de achterste rollen mee.

Pas als de vluchtstrook is veiliggesteld, ontfermt lepelwagenchauffeur Hélène Mourik zich over bestuurders van kapotte auto's Beeld Julie Hrudova

Muurvaste bouten
Even later zit Mourik op de parkeerplaats van het tankstation op haar knieën. Met een kruissleutel en pneumatisch gereedschap in haar hand om de muurvaste bouten los te wrikken. Ze schijnt zichzelf bij met een zaklampje. Op de achtergrond de neonverlichte billboards van de Burger King en Resto A4. Om haar heen vrachtwagens met gesloten gordijntjes.

Een jonge chauffeur, bleek gezicht onder een zwarte capuchon, staat uitdrukkingsloos toe te kijken. Pas als hij vaststelt dat Mourik het wiel kan verwisselen, druipt hij af. Mourik is sinds twaalf jaar lepelwagenchauffeur bij de ANWB Wegenwacht.

Omdat ze als vrouw in dit beroep nog altijd sterk in de minderheid is, reageren mensen vaak verrast: "Een vrouw! Dat had ik niet verwacht!" Zelf zegt ze: "In al die jaren is het één keer voorgekomen dat een man quasinonchalant aan een spanband voelde om te controleren of hij wel goed vastzat. Ik heb niet eens meer in de gaten dat het bijzonder is."

Reanimatiecursus
Eerder werkte Mourik als chauffeur op een betonmixer. Daarna was ze negen jaar thuis om te zorgen voor haar twee kinderen, nu 19 en 21 jaar. Toen ze meer tijd kreeg lonkten de 'zware wagens' weer.

"Ik solliciteerde op deze functie bij de ANWB en werd aangenomen. Na een interne opleiding met onder meer EHBO, een reanimatiecursus en technische basiskennis kon ik aan de slag."

Mourik sleept voornamelijk kapotte auto's van de weg, maar voert ook kleine reparaties uit, zoals een wiel verwisselen, een uitlaat vastzetten of een accu opladen. Dat doet ze in de regio Noordwest, waar Amsterdam onder valt.

Nog maar net heeft ze het pechgeval met de Volkswagen Polo afgehandeld of ze signaleert opnieuw twee knipperende lichten, op de vluchtstrook langs de A9. De melding van het pechgeval komt binnen op het moment dat Mourik voor de Lancia Delta stopt. Het gaat om een lekke band.

Opvallend vrolijk staan de zusjes Felicia en Olivia achter de vangrail naar Mourik te zwaaien. Olivia had nog maar een minuut geleden de ANWB Alarmcentrale gebeld. "Wat een gelukje!" Felicia gebaart naar hun auto: "We reden op de linkerbaan toen de banden enorm begonnen te trillen. We keken elkaar aan van 'O, o, dit gaat niet goed'. Het was nog lastig hiernaartoe te komen." Hoe ze dat dan heeft gedaan? Felicia lacht breeduit: "Ja eh: stúren!"

Omdat ze op een gevaarlijke plek staan, maakt Mourik de Lancia snel vast aan de lepelwagen. In de wagen legt ze uit: "Ik breng jullie naar het servicecenter in Badhoevedorp. Bij onze garage kun je er een nieuwe band onder te laten zetten, maar ik kan ook het reservewiel plaatsen, zodat je naar je eigen garage kunt rijden."

Bij het ANWB-servicecenter besluiten de zussen de reparatie bij de eigen garage te laten doen. Mourik verwisselt voor de tweede keer die dag een wiel. Het reservewiel komt uit de kofferbak, onder een babyblauwe rolkoffer, roze skeelers, lak­leren rijlaarzen en startkabels vandaan. Na een kwartiertje nemen Felicia en Olivia opgewekt afscheid.

Hélène Mourik in haar lepelwagen Beeld Julie Hrudova

Bruiloft of begrafenis
Doorgaans reageren mensen vrij relaxed als ze met pech langs te weg staan, zegt Mourik, maar er zijn uitzonderingen. "Soms kan iemand een pechgeval er nét niet bij hebben. Bijvoorbeeld omdat hij op weg is naar een begrafenis, een vlucht op Schiphol moeten halen of zich toch al niet prettig voelt. Dan tref ik mensen soms helemaal in paniek of huilend aan."

"Het komt ook voor dat ze wat langer moeten wachten en dan flink tegen me uitvaren. Dan laat ik hen eerst stoom afblazen en vang ze daarna op."

Mourik krijgt vaak hele levensverhalen te horen. "Het valt me op dat veel mensen een pechgeval als een veilig moment ervaren om hun verhaal te doen. En misschien ook omdat ik ze toch min of meer kom redden." Soms moet ze zelfs iemand redden in letterlijke zin. "Als ik een ongeval zie en er is nog niemand bij, ga ik erheen. Dat doe ik ook als ik geen melding krijg of als iemand geen ANWB-lid is."

"Altijd stel ik eerst de weg veilig en dan verleen ik eerste hulp. Dan maak ik af en toe nare dingen mee. Ik herinner me dat ik een keer midden in de nacht stopte bij een auto op de vluchtstrook, langs de A4. De man achter het stuur had een hartstilstand. Ik bleef erbij om te reanimeren en belde de hulpdiensten. Wat me het meeste raakte, was dat zijn vrouw zo lief zijn achterhoofd bleef strelen."

Na zo'n aangrijpend voorval heeft Mourik meteen een gesprek met haar teammanager. "Je kunt dan even je verhaal kwijt, tot rust komen en eventueel om psychologische hulp vragen."

Gelukkig maakt ze veel vaker leuke dingen mee. Zoals de man die zonder benzine stond en zijn hele familie die hem te hulp was geschoten en om hem heen stond.

"Ik kon hem helpen met een jerrycan benzine. De man was me heel dankbaar en zei dat ik eens moest langskomen op de Zwarte Markt in Beverwijk, waar hij een kraam had. Als ik een kapotte telefoon had, zou hij die voor me repareren."

Of de fysiek zware man die met vereende krachten in de bergingswagen klom en als een kind zo blij was dat hij voorin zat, iets wat hij altijd al wilde. "Na afloop gaf hij me een dikke knuffel."

Gemiddeld helpt Mourik zo'n vijf ANWB-leden per dag. Op drukkere dagen zijn het er acht. "In de winter, bij de eerste vrieskou, zijn er altijd veel pechgevallen. Accu's die toch al slecht waren en dan de nekslag krijgen. 's Zomers in de hitte kan het ook druk zijn. Dan gaat het vooral om koelingsproblemen."

De zussen die onderweg naar hun werk een lekke band kregen Beeld Julie Hrudova

Total loss
Een volgende melding komt binnen. Het gaat om een Renault Clio, die met een kapotte dynamo op de A5 staat. De man is eerdere die ochtend al door een collega van Mourik geholpen. "Die heeft de accu opgeladen, zodat de man de garage nog kon bereiken. Dat is niet gelukt, want hij staat weer stil," aldus Mourik.

Wat mistroostig ziet ze de man even later achter de vangrail staan. Hij dacht na een nachtdienst thuis lekker te kunnen gaan slapen. Een afwerend gebaar naar de fotograaf: "Geen foto hoor. Ik ben zo moe en zie er niet uit." Hij wrijft door zijn warrige zwarte haardos: "Mijn haar zit vreselijk!" Vannacht is hij óók al geholpen door de ANWB. "Ik stond vast in de Schipholtunnel. En nu sta ik voor de derde keer langs de weg."

Mourik: "Dus u bent steeds een stukje verder gekomen, maar niet waar u wilt zijn." De man knikt. "Ik heb deze auto pas een jaar, maar het is niks. Hiervoor had ik een BMW uit 2007. Die mis ik zó erg. Helaas heb ik hem total loss gereden." Mourik rijdt naar een garage in Westpoort, waar de auto zal worden gerepareerd .

Op de Stadionweg verwisselt ze een halfuurtje later het derde wiel van die dag. Van een Opel Zafira dit keer. De bouten zitten weer roestvast. De eigenaar kijkt toe hoe Mourik een stalen buis om de kruissleutel legt en daar als een woesteling op trapt om de bouten losser te krijgen. Het lukt.

Daarna werkt het wiel niet mee. Liggend op de natte stoep slaat Mourik met een rubberen hamer tegen de achterkant om het los te krijgen. 'Hè, hè," zegt ze als ze overeind komt. Ze gooit het haar uit haar gezicht en veegt wat vuil van haar broek. "Dat heb je met lichtmetalen velgen. Het aluminium op de metaalverbinding komt dan heel vast te zitten." De man bedankt haar - met ontzag.

Hélène Mourik voert ook kleine reparaties uit, zoals een wiel verwisselen of een uitlaat vastzetten Beeld Julie Hrudova

Troostende woorden
Op weg naar het servicecenter in Badhoevedorp stuit Mourik op een ongeval. Vlak voor haar zijn drie auto's net voor een bocht naar de snelweg op elkaar gebotst. Een vrouw stapt uit en grijpt naar haar nek. Haar vriendin troost haar. Een jong stel met een kindje loopt onrustig heen en weer. De moeder drukt het kind dicht tegen zich aan. Mourik grijpt haar telefoon. "Ik ga even aan de slag!"

Kordaat plaatst ze na het bellen van de hulpdiensten rood-witte pionnen op de rechterweghelft. Daarna wendt ze zich tot de bestuurders van de auto's. In de verte loeien de sirenes van politie en ambulance. Ze bevoelt de nek van de vrouw. Die heeft pijn, is erg overstuur en huilt. Mourik slaat een arm om haar heen en spreekt troostende woorden.

"Ik heb haar vriendin gevraagd om haar nek met beide handen te fixeren en stil te houden. Zo probeer ik in die eerste momenten te doen wat ik kan. Als de politie en ambulance er zijn, zit mijn taak erop." Achter haar dreunt onverstoorbaar de stationair draaiende motor van haar lepelwagen.

Als ze na het ongeluk hulpdiensten heeft gebeld, zet Mourik rood-witte pionnen op de rechterweghelft Beeld Julie Hrudova

Top 5 pechmeldingen

In 2017 telde de Wegenwacht zo'n 1,2 miljoen pechhulpverleningen.

De top 5 pechmeldingen:
1. Accuproblemen
2. Banden
3. Dynamo
4. Elektrische storingen
5. Deur op slot

De ANWB-Wegenwacht heeft 900 Wegenwachtmannen, 5 vrouwelijke lepelwagenchauffeurs, 2 vrouwelijke accuservicemedewerkers en 5 vrouwelijke Wegenwachten. Het merendeel van deze vrouwen werkt in de Randstad, twee lepelwagenchauffeurs en twee wegenwachten in Noord-Holland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden