Leerachterstand probleem voor voortgezet onderwijs

Een probleem in het basisonderwijs: 'Vanaf het eerste jaar mogen kinderen al rekenmachines gebruiken. Zo leren ze niet meer zelf na te denken.' Foto GPD

AMSTERDAM - Scholen voor voortgezet onderwijs vangen de achterstanden op van leerlingen uit het basisonderwijs, met een extra uur per week taal en rekenen in de brugklas of met een extra docent tijdens taallessen.

Op de scholen van de Amarantis Onderwijsgroep komen op het vmbo de leerlingen binnen met een leerachterstand van gemiddeld een tot twee jaar. De scholen, waaronder het Augustinus College, het Comenius College en het Calvijn met Junior College, signaleren soms kinderen met het leesniveau avi 6; dit heeft een gemiddeld kind halverwege groep vijf op de basisschool.

Maar ook op de havo is bijspijkeren nodig. Het gaat dan meestal om leerlingen die een gebrek aan taalkennis compenseren met rekenvaardigheid en zo op havoniveau komen. ''Het zit 'm dan vooral in de hunnies en de hennies en 'die meisje','' zegt Dominique Sanders van Amarantis.

Het probleem is volgens Sanders overigens niet zozeer dat het basisonderwijs zo slecht is, maar vooral dat veel kinderen van huis uit geen Nederlands spreken. De onderwijsgroep investeert daarom naar eigen zeggen veel in cursussen voor leraren om de taalhiaten op de vullen. De extra uren voor kinderen met taalproblemen zijn afgeschaft. Nu loopt een extra docent mee in de taallessen. De ene docent geeft les, de andere gaat in op extra vragen die leerlingen hebben.

Volgens Gert Hellendoorn van het Caland Lyceum in Osdorp (van vmbo tot en met gymnasium) heeft zijn school de problemen vorig jaar al onderkend. Sindsdien krijgen kinderen in het eerste jaar van alle schooltypen - dus ook het gymnasium - een uur per week les in taal en rekenen. De taallessen bestaan uit spelling en grammatica. Rekenen bestaat vooral uit hoofdrekenen en staartdelingen maken en vermenigvuldigen. Zonder rekenmachine.

Hellendoorn ziet wel een probleem in het basisonderwijs. ''Vanaf het eerste jaar mogen kinderen al rekenmachines gebruiken. Zo leren ze niet meer zelf na te denken.''

''We wisten het ergens wel, maar toch schrikken we ervan'', zegt Tamar van Gelder van de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO) in een reactie op het nieuws dat de helft van de Amsterdamse basisscholen ondermaats is. ''Maar wel goed dat er meer informatie komt, dan weten we tenminste waar we over praten.''

Volgens Van Gelder kunnen ouders te weinig halen uit de informatie die nu voorhanden is: het inspectierapport en Cito-uitslagen. OCO is bezig met het ontwikkelen van een kwaliteitskaart voor ouders, waarmee ze ook de kwaliteit van de docent kunnen beoordelen. ''Ouders vinden de school van hun kind meestal een goede school. Als het kind goed meekomt en graag naar school gaat, zijn zij ook tevreden. Nu is objectief vastgesteld dat veel scholen niet goed genoeg zijn.''

Graag zou het OCO zien dat de scholen die slecht presteren, met name genoemd worden. ''Een school is dan zwak en iedereen weet dat. Je zou dan een bijspijkercursus voor je kind moeten kunnen eisen.'' (MARTINE DE VENTE)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden