Plus

Lebbink paste de do-it-yourself-mentaliteit van de punk toe als punkdichter

Ton Lebbink was al een bekende figuur in het Amsterdamse nachtleven toen hij in de jaren tachtig naam maakte als popdichter. Dit weekend overleed hij op 74-jarige leeftijd.

Ton Lebbink op de platenhoes van Voetbalknieën. Beeld .

Ineens, ergens vroeg in de jaren tachtig, waren ze er: popdichters. Rappers waren ze nog niet, die kwamen later, maar al wel droegen ze hun gedichten voor op muziek, hoewel dat niet noodzakelijk was. Kenmerkend was vooral dat ze met hun poëzie nadrukkelijk aansluiting zochten (en vonden) bij de popwereld in plaats van bij het literaire circuit.

In Engeland hadden ze John Cooper Clarke en Linton Kwesi Johnson. Wij hadden Diana Ozon, Bart Chabot en Ton Lebbink. De laatste, die dit weekend op 74-jarige leeftijd overleed, was al een bekende figuur in het Amsterdamse nachtleven toen hij in de jaren tachtig naam maakte als popdichter. Hij was drummer in de newwavegroep Mecano en stond jaren als portier aan de deur bij Paradiso.

In Paradiso had hij in 1977 nog The Sex Pistols zien optreden. Een dertiger was hij toen al, maar de energie en de opstandigheid begreep hij meteen. De do it-yourself-mentaliteit van de punk paste hij toe als punkdichter. Bij zijn optredens droeg hij met sonore stem en geheel eigen dictie voor, begeleid door een geluidsband waarop een ritmebox (een voorloper van de drumcomputer) domineeerde. Net als popgroepen maakte hij bij zijn optredens gebruik van lichteffecten en een rookmachine.

Twee elpees verschenen van Lebbink: 'Luchtkastelen' (1981) en 'Hongerwinter' (1982). Het gedicht 'Voetbalknieën' verscheen op single en wist nog bijna tot de Top 40 door te dringen ook. Maar beter was 'Donker is de Kalverstraat', het lugubere relaas van een wandeling door nachtelijk Amsterdam. Een publieksfavoriet bij optredens was 'Luchtkastelen', waarin Lebbink landdennamen verbasterde: Jamaica werd Neemaica, Bolivia Bolivee, Livbanon Libaoui en Nederland Jaderland. In dat soort aanstekelijke meligheid deed zich de invloed van dichter Cees Buddingh gelden.

Om optredens zat Lebbink in de eerste helft van de jaren tachtig zeker niet verlegen. Was hij eerst een 'local hero' in Amsterdam, al snel werd hij gevraagd in het hele land. Maar voor ieder optreden weer stond de van nature verlegen Lebbink doodsangsten uit. Hij zei het podium vaarwel en werd fitnessinstructeur. Later werd hij ook internetondernemer. Een slimme investering ('Iets met applicaties voor telefoons', zei hij zelf) maakte hem naar verluidt tot miljonair.

In 2010 verscheen van Ton Lebbink de bundel 'Ik hou mijn hart vast', waarvan hij de gedichten eerder via email onder vrienden had verspreid. De presentatie ervan was als vanzelfsprekend in Paradiso.

De platenhoes van Voetbalknieën, één van zijn bekendste gedichten. Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden