Plus PS

Lea Witmondt brengt met tuinieren haar buurt bij elkaar

Van geveltuintjes tot een eetbaar plantsoen: Lea Witmondt (62) heeft haar handen vol aan het groen in de stad. En passant brengt ze met het samen tuinieren haar buurt bij elkaar - en dat allemaal vrijwillig.

Lea Witmondt tuiniert in Het Eetbare Plantsoen Beeld Tammy van Nerum

Hier woont iemand met groene vingers, dat is meteen duidelijk als je bij Lea Witmondt op de stoep staat, in de Borgerbuurt in Amsterdam-West.

De trap en de gang richting de voordeur staan vol plantjes. Munt, in dit geval, voor de negen postzegeltuintjes van de basisschool om de hoek die Witmondt van groen gaat voorzien. "Ik heb ze net besteld en volgende week ga ik ze daar in de grond zetten," zegt ze.

Voor elk tuintje koos Witmondt een of twee kruidensoorten, want ze mogen goed vol staan, zodat ouders en andere mensen uit de buurt er straks lustig uit kunnen knippen. "Ik wil niet dat mensen zuinig moeten doen, maar er gewoon lekker uit kunnen nemen voor thee of om mee te koken."

Ook in de rest van het huis en op het balkon aan de achterkant is te zien dat Witmondt van tuinieren houdt. Overal staan potjes en bakjes met jonge planten. Veel kruiden, maar er zijn ook bloemen bij en stekjes die uit zullen groeien tot pompoen- en tomatenplanten.

Wie het buiten nog niet had gezien, weet het binnen ­zeker: het is lente. En dat betekent voor Witmondt een ­heleboel werk. Naast de postzegeltuintjes van de basisschool onderhoudt ze namelijk vier straten aan geveltuintjes, een moestuin en een kleine boomgaard om de hoek. En dan heeft ze ook nog een tuin van 200 vierkante meter in Badhoevedorp.

Coniferen na renovatie
Die laatste tuin heeft Witmondt al een tijd, samen met partner Tony Maples (66). "Toen we nog in de Transvaalbuurt woonden hadden we op een gegeven moment de ­behoefte aan een stuk groen waarop we konden moestuinieren, en dat vonden we in Badhoevedorp."

Bovenaanzicht van Het Eetbare Plantsoen in het Nicolaas Beetsplantsoen Beeld Marc Faasse

Inmiddels tuinieren ze daar al een paar jaar helemaal biologisch. Maar het buurttuinieren begon voor Witmondt pas toen ze van Transvaal naar West verhuisde. "In 2000 kregen we hier een huis, en ik werd al snel actief in de bewonerscommissie," zegt Witmondt. "In het begin was ik al bezig met mijn ­eigen geveltuin, maar later ben ik me gaan bemoeien met het groen in de buurt."

Dat was na een renovatie door woningbouwvereniging Stadgenoot waarbij nieuwe geveltuinen werden aangelegd in de straat waar Witmondt en haar partner wonen, en de aanliggende straten. Stadgenoot zou zorg dragen voor het groen in die tuintjes. "Er werden coniferen in gezet en twee keer per jaar werden die gesnoeid. Die planten overleefden de winter niet eens, dus het zag er niet mooi uit."

Buurtbewoners begonnen zelf planten in de geveltuinen te zetten, maar als de tuinmannen van de gemeente langskwamen, werden die meteen weggehaald. "Mijn buurvrouw had een prachtige roos geplant en die werd er gewoon uitgetrokken."

Eetbaar
Witmondt besloot contact te leggen met de woningbouwvereniging, en stelde voor buurtbewoners te betrekken bij het onderhoud en de inrichting van de geveltuinen. Sindsdien onderhoudt Witmondt de geveltuintjes, samen met andere actieve buurtbewoners.

"Het beste werkt groen dat lang mooi blijft, zodat je niet na de winter met grauwe planten zit." En dan is het een kwestie van bijhouden, snoeien en in de lente frisse bloemen erbij zetten, zegt Witmondt, wijzend op een iets te wild groeiende passiebloem.

Het tuinieren in de geveltuintjes smaakte naar meer en ook de buurt was enthousiast, dus in 2015 waagde Witmondt zich aan een groter project. "Ik had mijn oog laten vallen op het Nicolaas Beetsplantsoen, daar wilde ik graag een moestuin maken voor de buurt."

Tot die tijd werd het plantsoen, dat rond van vorm is en uit vier verschillende delen bestaat, onderhouden door de gemeente. Er stonden grote planten die weinig onderhoud nodig hebben, maar Witmondt en de andere buurtbewoners hadden andere plannen. "Ik wilde dat alles eetbaar zou zijn wat erin staat, en zeker in het eerste jaar was ik daar heel streng op. Zelfs de bloemen moesten eetbaar zijn." In de zomer van 2016 was HEP, Het Eetbare Plantsoen, een feit.

Kersen en appels
Die zomer begonnen ze klein, ze namen één van de vier delen van het plantsoen onderhanden. Toen dat een succes bleek, werd Witmondt meteen door de gemeente ­benaderd of ze niet ook een van de andere delen zo mooi wilde maken. Daar bedachten ze dit jaar iets anders voor: een boomgaard. Omdat de bomen allemaal niet hoger dan 1 meter 75 mogen worden, zijn het allemaal dwergvarianten. "Maar ik verwacht zeker dat we deze zomer de eerste kersen en appels kunnen gaan oogsten."

De gemeente is enthousiast over het werk dat Witmondt verzet, want niet alleen ziet het er mooi uit, de tuin heeft ook een sociale functie. Elke zondag wordt er samen getuinierd. Witmondt: "Mensen ontmoeten elkaar in de tuin, sommigen woonden al jaren naast elkaar en leerden ­elkaar door het tuinieren pas kennen." Ook buurtbewoners die niet actief helpen komen langs voor een praatje en mogen, bij een grote oogst, een biet of krop sla mee naar huis nemen.

Andere buurten
Sociaal, mooi en ook nog eens goed voor de buurt. Het Eetbare Plantsoen is zo'n succes dat je je haast zou afvragen waarom niet elke buurt een gezamenlijke moestuin heeft. "Er komen ook regelmatig mensen uit andere buurten kijken," zegt Witmondt. "Vaak gaan ze heel enthousiast weg en beginnen ze meteen wilde plannen te maken. Dan waarschuw ik ze altijd: heb je iemand die de kar kan trekken? Want die heb je echt nodig."

Mensen beseffen volgens Witmondt niet hoeveel werk het is om zo'n initiatief uit de grond te stampen. "Voordat we aan de slag konden, waren we zeker al een jaar bezig met plannen maken, voorstellen schrijven, vergaderen en gesprekken voeren met de gemeente en woningbouwvereniging." Het kost tijd, wil Witmondt maar zeggen. Zelf is ze er per week zo'n acht tot tien uur aan kwijt. En dat allemaal onbezoldigd, naast haar reguliere werk als presentatiecoach.

Voor zo'n buurtmoestuin moet je dus tijd hebben, ­geduld, en, ook niet onbelangrijk, je moet kunnen tuinieren. "Ik heb het enthousiasme voor tuinieren van mijn ­vader meegekregen, die had een grote moestuin toen ik jong was. Daarna heb ik goede boeken gelezen en gelukkig bestaat er ook nog zoiets als het internet."

Geen giftige planten
De gemeente heeft een paar globale regels ­opgesteld waaraan geveltuintjes moeten voldoen. Je mag bijvoorbeeld geen giftige planten in je geveltuin zetten, en ook bomen zijn niet toegestaan. Die laatste omdat de wortels de ondergrondse kabels kunnen aantasten.

Een geveltuin op het westen of oosten is het makkelijkst te onderhouden, valt te lezen op de gemeentelijke website. Moeilijker krijg je het als de tuin op het noorden ligt, want dan is er minder zon. Maar dan zijn er ook opties, tipt de gemeente. Wat dacht je van een mooie hortensia, Oost-Indische kers of een klimroos?

Adopteer kale grond
Wie geen eigen geveltuintje kan aanleggen, ­bijvoorbeeld omdat er daardoor te weinig stoep zou overblijven, kan altijd nog adoptie overwegen. Er is altijd wel een eenzame boom in de buurt met een stukje kale grond eromheen waar de gemeente niets mee doet.

Ook bestaande geveltuinen of grote plantenbakken die op straat staan, kunnen vaak ­geadopteerd worden. Via de website van de ­gemeente kun je vinden welke mogelijkheden er voor jouw stadsdeel zijn en vraag je redelijk eenvoudig voogdij aan.

Zorgplicht
Iedereen in Amsterdam die huiseigenaar is of toestemming van de eigenaar heeft, kan een geveltuin aanvragen. De procedures daarvoor verschillen per stadsdeel. Voor alle stadsdelen geldt: als je een geveltuin aanvraagt en krijgt, moet je er ook goed voor zorgen. Doe je dat niet, dan kan de gemeente de geveltuin weer verwijderen en draai je zelf op voor die kosten.

Afval en vernieling
Let wel: een boomspiegel, bak of geveltuin staat in de openbare ruimte. Hoe mooi je plannen ook zijn, hou er rekening mee dat tuintjes op straat kwetsbaar zijn. Je zult er afval in vinden, de voetbal van de buurtkinderen kan erin terechtkomen en misschien gebruikt een dronken passant je zorgvuldig aangelegde kruidentuin wel als urinoir. Lea Witmondt: "In het begin was ik teleurgesteld, maar dat is geen doen. Zo gaat het nu eenmaal op straat."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden