PlusReportage

Landelijk Noord verandert: vaarwel boeren

Landelijk Noord is aan het veranderen. Het dunst ­bevolkte en enige agrarische gebied binnen de stad telt steeds minder boeren. 'Als ik zit te melken, rijden ­Audi's en BMW's voorbij.'

De LeekBeeld Loek Buter

Striemende regen slaat in haar gezicht, natte haarstrengen plakken tegen haar rode wangen. Jeannette Spelt (54) sjort aan de teugels van twee paarden in het veld. "Kom op, jongens!" Vanuit een houten keet op het erf van Stal Bleijkmeer beziet Jorko Maijenburg (50), zeevarende van beroep, zijn zwoegende vrouw. Hij haalt een smartphone uit zijn kontzak en toont een foto van een ­havensleper die een fors containerschip voorttrekt: "In die sleepboot zit ik."

Buiten trekt zijn doorweekte vrouw hijgend een paard achter zich aan. Misschien moeten we haar even helpen? Traag schudt Maijenburg zijn hoofd: "Neuh. Dat gaat best." Met vertrouwen slaat hij haar gade. Als de zes paarden in de stal staan, keert Spelt ietwat gehavend maar opgeruimd terug: "Geeft niks! Als mijn beestjes maar droog staan."

Veehouderij
De Holyslootse paardenhouder is wel wat gewend. Ze leerde van jongs af aan omgaan met slagregens en snijdende oostenwinden die op de onbeschutte landerijen zo ongenadig te keer konden gaan. "Jeannette is een bikkel, een kogelharde vrouw," zal haar buurman en familievriend Arie Valk later over haar opmerken.

De grootouders van Spelt kochten de boerderij bij Holysloot na de watersnood in 1916. Later namen haar vader en moeder het melkveebedrijf over. "We hadden altijd al paarden op het land. Toen mijn vader overleed, bouwde ik de veehouderij om tot pen­sionstal en fokkerij. Daarnaast besteed ik op ons land veel aandacht aan natuurbeheer en de bescherming van de weidevogels," vertelt Spelt.

We hadden altijd al paarden op het land. Toen mijn vader overleed, bouwde ik de veehouderij om tot pen­sionstal en fokkerij'Beeld Loek Buter

Omdat haar moeder nog in de boerderij woonde en het niet toegestaan was twee woningen op een perceel te bouwen, woonden Spelt en Maijenburg twintig jaar noodgedwongen in Amsterdam-Noord. Maijenburg werkt om de week op een havensleper in Rotterdam. "In mijn vrije week help ik Jeannette met het bedrijf. Het geeft veel rust dat ons huis nu naast de fokkerij is."

Voorheen verbleef het stel tussen het werk door in een houten keet op het erf, die ze op koude dagen met een oud straalkacheltje soms nauwelijks warm kregen. Maar daarnaast verrees langzaam hun droom: een houtskelethuis op het randje van Amsterdam. Bij de nabijgelegen Uitdammerdijk met daarachter het Markermeer is de grens van Amsterdam. Naar de Dam is het hemelsbreed zo'n dertien kilometer.

Therapiebusje
Landelijk Noord is het dunst bevolkte ­gebied van Amsterdam. Het beslaat de helft van stadsdeel Noord. De ongeveer tweeduizend inwoners zijn vooral in de dorpen Zunderdorp, Ransdorp, Durgerdam en Holysloot gevestigd. Een keer per uur brengt een bus ze naar het centrum. Vaak is die leeg. "Het therapiebusje noemen wij dat, omdat het niet echt een stressvolle baan is," zegt Spelt met een lach.

Op troosteloze dagen wagen alleen mensen met een zonneklaar doel zich op de onverharde weg tot aan Stal Bleijkmeer. Een postbode op een scooter. Of een man in een donkergrijs pak, met onder zijn arm een map vol paperassen. Met houterige, zijwaartse passen omzeilt hij de modderplassen. "Dat is de verzekeringsman!" ziet Spelt meteen.

Anders is het als de zon schijnt. Dan trekken recreanten in groten getale de stad uit om met hun al dan niet elektrische rijwielen en racefietsen de groene weiden met boterbloemen en fluitenkruid te doorkruisen. Flarden van gesprekken blijven achter in dat idyllische landschap: "Ja jíj misschien Theo, maar ik ben niet zo in een patatbui vandaag." Een paar wielrenners knarsetandend in een sprintje: "Ha! Had je gedacht Dijkstra! Deze jongen laat zich niet opnaaien!"

Een man op een zwarte herenfiets fluit opgewekte melodieën met langgerekte vibrerende uithalen. Totdat een zware zestons-trekker voorbij dendert en hem de berm in drukt. Ternauwernood houdt de man zich in evenwicht op de zuigende veengrond.

Spelt kan goed begrijpen dat recreanten van het natuurschoon willen genieten, maar in de weekenden zijn het er soms wel erg veel. Overal auto's in de berm, kluwens fietsen en motoren op de smalle wegen en uitpuilende terrassen bij Drink-en Eetlokaal Het Schoolhuis in Holysloot en Hotel-Café de Zwaan in Ransdorp. "De meerderheid gedraagt zich prima, maar ik kan me wel voorstellen dat de boeren het soms zat zijn. De dorpen zitten soms zo overvol dat ze er met hun trekkers niet door kunnen en om moeten rijden."

"Laatst had een toerist zich net ingesmeerd met zonnebrandolie toen een boer voorbij reed met zijn hooiwagen. De zonaanbidder zat onder het stof. 'Ik zit in de zon!' zei die man. 'Ik werk,' zei de boer. Tja, verschillende belangen. Twee werelden. Plattelanders zijn eigenzinnig en wars van regeltjes. En vooral: niet lullen, maar werken," vertelt Spelt.

Blozende wangen
In Landelijk Noord zijn nog zo'n veertig boeren actief met een bedrijf. Dat zullen er door de schaalvergroting steeds minder worden. De gemeente zet vooral in op natuur. Het gebied moet een aantrekkelijke achtertuin van Amsterdam zijn: veel groen en weidevogels.

Boer Willem Honingh (60) had bedacht kunnen zijn door VVV Waterland, ware het niet dat hij groot werd op een boerderij in Ransdorp en het ook niet kan helpen dat hij alles belichaamt wat je je kunt voorstellen bij een boer. Regelmatig blijven mensen stilstaan als hij, met witte lokken en blozende wangen, in een blauwe overall zijn koeien zit te melken aan de kant van de weg. Toeristen maken ­foto's van hem. "Kijk, dat is nou een echte boer," vertelt een moeder haar peuter.

"Waar ik zit?! Aan de andere kant van de ­telefoon!" roept hij als we hem ergens op de landerijen proberen te traceren. Dan komt hij tevoorschijn. Achterover hellend op zijn hakken, borst vooruit, reusachtige duimen in zijn broekzakken. Hij spreekt ook binnens­kamers met een volume dat bedoeld lijkt om boven ronkende trekkers uit te communiceren over grote afstanden. Honingh heeft vijftien koeien en een koppel schapen. Zijn werk doet hij nog op de traditionele manier, met apparatuur uit de jaren vijftig.

Boer Willem Honingh, RansdorpBeeld Loek Buter
Pontje over de Holysloter DieBeeld Loek Buter

"Dat betekent niet dat ik stilsta. Ik hou alle nieuwe ontwikkelingen bij, maar dit past gewoon het beste bij een klein bedrijf." Op het erf staat een rode Renaulttractor uit de jaren tachtig. In een schuur staat roestig ­gereedschap en liggen opgestapelde tractorbanden. "Dit zijn dingen waarvan een ander denkt: wat moet je ermee, maar die ik nog wel gebruiken kan."

Honingh is de laatst overgebleven melkveehouder in Ransdorp. "Vroeger zat er op elk perceel wel een boerderijtje. Dat is voorbij. Er komt import voor in de plaats: notabelen, dokters, notarissen. Die huizen kosten kapitalen, dus de gewone man vertrekt. Als ik langs de weg zit te melken, zie ik de auto's voorbijrijden. Acht van de tien zijn Audi's, Volvo's, BMW's. Dat spul."

Trots toont hij zijn nieuwste aanwinsten in de stal. Met een gebaar naar een pasgeboren kalfje: "Dit is het jongste werk." De drie andere koeien knuffelt hij uitvoerig. Aan stoppen denkt Honingh voorlopig nog niet. "Zolang het nog gaat natuurlijk, want je weet nooit wat er gebeurt. Maar er is nog zo veel om voor te blijven. Als ik 's morgens de stal in kom en een koe haar wang tegen de mijne legt en haar kin omhoog doet omdat ze geaaid wil worden, daar geniet ik van. Laatst reden mijn zoon, zijn zusje en ik elk op een eigen trekker naast elkaar door het land. Dat is toch mooi?"

Saamhorigheid
Natasja Middelhoven (49) is een van de nieuwkomers in Landelijk Noord. "Hoewel: hoe nieuw ben je als je er al twintig jaar woont?" lacht ze. Middelhoven fietste vaak in het gebied en raakte er zo van gecharmeerd dat zij met haar gezin een huis in Zunderdorp betrok. "In het begin vroeg ik me af of ik er wel tussen zou komen. Maar dat ging heel snel. Ik ervaar de saamhorigheid hier als heel prettig. Er is een actief verenigingsleven en mensen zorgen voor elkaar als er iets is."

Teun van Zalinge (67), zoon van een melkrijder uit Zunderdorp, woont een paar nummers verder in zijn ouderlijk huis, dat zijn overgrootvader in 1890 bouwde. Van ­Zalinge werkte jarenlang als politieman in de Warmoesstraat, maar bleef altijd op zijn stek in Zunderdorp. Samen met Middelhoven en nog vier bewoners zet hij zich actief in voor de Dorpsraad Zunderdorp. "We brengen in kaart wat er leeft in het dorp en wat verbeterpunten zijn. Dat kan bijvoorbeeld de aanpak van zwerfafval zijn, het toenemende sluipverkeer, verkeersonveilige punten, parkeeroverlast," vertelt Van Zalinge.

"Dat parkeren is wel een dingetje. Er is veel ruimtegebrek. Sommige gezinnen hebben drie à vier auto's. De dorpen zijn daar niet op berekend," zegt Middelhoven. Ook passeert in de weekenden veel verkeer de smalle dorpsstraat van Zunderdorp.

UitdammerdijkBeeld Loek Buter

Pipowagens
Toch juicht de Dorpsraad kleinschalig toerisme toe. "Het toerisme is echt booming," zegt Middelhoven. "Bed & breakfasts schieten als paddenstoelen uit de grond. Maar ook minicampings, pipowagens, theetuinen. Zolang het kleinschalig is en de natuur behouden blijft, moet dat kunnen." De uitgestrekte vergezichten zullen hoe dan ook voorlopig niet sneuvelen. De gemeente wil niets weten van bouwen in Landelijk Noord. Intussen lopen speculanten er al jaren handenwringend rond. Middelhoven: "Ze kopen stukjes weiland op in de hoop dat er ooit wél gebouwd mag worden. Dat geeft aan hoe uniek dit gebied is."

Kilometers verder, niet ver van Stal Bleijkmeer, staat de boerderij van Arie Valk. Die is op het afgesproken tijdstip nergens te bekennen. Blaffende honden dribbelen nerveus achter de ramen van zijn monumentale stolpboerderij. Op het erf roerloze landbouwwerktuigen, een graansilo, balen hooi, een wasmolen die zachtjes mee wiegt op de wind. De Uitdammerdijk ligt bibberig aan een heiige horizon. Ergens achterin een stal produceert een kip een hoog, klaaglijk getok. "Ben zo bij je," laat Valk met een telefoontje weten. Een paar minuten later stapt hij uit zijn grijze Toyota.

72 jaar, maar met dat onverwoestbare van iemand die zijn dagen heeft gesleten met fysiek werk op het land. Al is het werk volgens Valk tegenwoordig niet meer zo zwaar. "Je hebt overal apparatuur voor. Maar vroeger werkte ik me verrot. Weet je waarom ik nooit in een sauna kom? Omdat ik me altijd kapot zweette als we in de hooiberg aan het hooien waren. En dan zeker voor mijn plezier op een bankje gaan zitten zweten! Ben jij nou gek."

"Die kip laat zich aaien," wijst hij als een rossige hen - die van het klaaglijke getok - tevoorschijn komt. "Loop er maar naar toe. Ja, niet zo hard," zucht hij, als het dier schrikachtig achteruit deinst.

Arie Valk, HolyslootBeeld Loek Buter

Dorpelingen
Drie generaties Valk bewoonden de stolpboerderij in Holysloot. Valk zal de laatste zijn. Hij woont er alleen. "Maar ik ben geen vrijgezel, hoor. Mijn vrouw Bep is achttien jaar geleden overleden. Ik weet dus wel van de hoed en de rand," verklaart hij. Toen Bep overleed, verkocht Valk zijn melkquotum en begon met het opfokken van jong vee voor de export. "Ik verkoop ze als ze drie maanden van de melk af zijn. Bezigheidstherapie. Lang zal ik het niet meer doen. Ik word 73 en vind het wel mooi geweest."

Valk zag veel veranderen de afgelopen jaren. "Holysloot was een dorp van boeren, vissers en arbeiders. Allemaal weg. Maar ach. De tijd kun je niet keren."

Het aantal recreanten zag hij fors toenemen. "Ik heb daar geen last van. Vaak help ik ze. Ik zag er eens twee op een bankje zitten die het end in de bek hadden. De bus ging niet meer. Die heb ik een lift gegeven naar de pont in Noord. Een andere keer stonden er hier twee op de oprit te vozen bij een auto. Toen ik ernaartoe ging, zei die jongen: 'Wat wilt u nou? U weet helemaal niet wat ik ga doen.' Ik zeg: 'Luister beste vriend, ik weet precies wat jij gaat doen. Ik heb ook een relatie gehad. Als je doorrijdt tot aan het einde van de dijk, dan gaan jullie daar je gang. Ik houd me wel gedeisd'."

Hij is geen boer die de hele dag op het honk zit, benadrukt hij een aantal keer. "Ik ben jager en vogelaar en reis het hele land door. Waar heb ik die wagen anders voor? Op een avond reed ik eens heen en weer naar Maastricht om André Rieu te zien. Met een bloedgang terug. Onderweg werd ik ingehaald door twee Audi's die zeker tweehonderd liepen."

Maar eenmaal weer thuis koestert hij toch de dorpsgemeenschap. "Ik leg je uit hoe dat zit. Maak die antieke kast maar eens open. Dat Wedgwoodservies is van mijn vrouw. Tien jaar geleden stond mijn boerderij in brand. De buren gingen hierheen en hebben het complete servies gered. Zo zijn dorpelingen!"

Hij zucht. "En kijk om je heen. Waar vind je dit? De eerste grutto, de eerste zwaluw. Ik hoor ze nog steeds. Hé, hij is er, denk ik dan. Weet je wat ik wél mis? De avonden met de jongens uit het dorp. Arie Splinter, Kruse, Dikke Kees. We waren nog jong. Dan zaten we op een hekkie zomaar wat te kletsen. Dat komt nooit meer terug."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden