PlusAchtergrond

Kwart ontvangt geen thuiszorg meer: ‘Wat moet je nu?’

Bijna een kwart van de mensen die voor de corona-uitbraak thuiszorg of begeleiding door een wijkverpleegkundige ontving, krijgt dat nu helemaal niet meer. Nog eens 18 procent ontvangt minder zorg dan voorheen. 

Een thuiszorgmedewerkster biedt hulp aan een oudere dame. Beeld ANP XTRA

Dat blijkt uit onderzoek van de Patiëntenfederatie Nederland, die 200 patiëntenfederaties vertegenwoordigt, onder bijna 1400 mensen. Door het wegvallen van thuiszorg hebben hulpbehoevenden en hun familie en/of mantelzorgers het zwaarder omdat zij taken moeten overnemen. Ook lijden ze vaker aan eenzaamheid en aan erger wordende klachten.

Het gaat onder andere om taken als woonbegeleiding, wondzorg, wassen en aankleden, huishoudelijke hulp, dagbesteding en psychische zorg. In een derde van de gevallen werd dat eenzijdig door de zorgorganisatie besloten; in 22 procent ging dat in overleg. Ruim 60 procent zegt in sterke of redelijke mate negatieve gevolgen te ervaren van de verminderde thuiszorg. 

Een schoondochter noemt in de enquête bijvoorbeeld haar schoonmoeder van 94, die slecht ziet en hartklachten heeft. Zij kreeg twee keer per week verpleegkundige en huishoudelijke hulp, maar dat is weggevallen. Uit angst om haar te besmetten durft de familie niet op bezoek te gaan. ‘Wat moet je nu?’

Iemand anders die in het onderzoek wordt geciteerd: ‘Gezinsleden bezwijken onder mantelzorg. Als zij ook wegvallen, is er geen enkele opvang meer.’ Thuiszorgorganisaties kunnen om twee redenen niet de juiste zorg verlenen. “Er zijn veel zieke medewerkers, en er zijn onvoldoende beschermingsmiddelen,” zegt woordvoerder Thom Meens. “Bovendien geeft een kwart van de respondenten aan de zorg zelf te hebben stopgezet, uit angst om besmet te worden door een thuiszorgmedewerker die naar meerdere adressen gaat.”

Meer vraag

De brancheorganisatie van zorgorganisaties Actiz herkent het beeld, maar vindt het belangrijk om onderscheid te maken tussen de verschillende soorten thuiszorg. “In het onderzoek is huishoudelijke hulp meegenomen. Dat type thuiszorg is met name teruggeschaald, om contactmomenten te beperken en medewerkers te beschermen,” zegt een woordvoerder. “Schone ramen zijn nu even minder belangrijk.”

Daar komt nog bij dat door de coronacrisis meer vraag is naar thuiszorg. “Er zijn veel meer mensen de hele dag thuis nu. Neem bijvoorbeeld iemand met dementie, die normaal gesproken drie dagen per week naar de dagbehandeling gaat. Al dat soort activiteiten ligt stil. Daardoor komen er meer zorgvragen bij de thuiszorg terecht.”

De woordvoerder benadrukt dat medisch noodzakelijke zorg sowieso moet doorgaan. “Het is natuurlijk niet de bedoeling dat mensen die zorg nodig hebben, dat niet krijgen. En het aanpassen van zorg zou altijd in overleg met cliënten moeten gebeuren. Waar mogelijk wordt naar alternatieven gezocht. Zo kijkt de wijkverpleging soms mee op de iPad. Of ze nemen taken van de thuiszorg over. ”

Volgens Actiz zijn er regionale verschillen in de thuiszorg. De brancheorganisatie is bezig te inventariseren hoeveel mensen er ziek zijn. In de regio’s waar meer mensen besmet zijn, is de druk op de thuiszorg hoger. Hoe de situatie in Amsterdam is, kan de brancheorganisatie nog niet zeggen. “Er is gelukkig nu wel meer aandacht voor verpleeghuizen, maar vergeet vooral de thuiszorgorganisaties niet. Dat treft nog veel meer mensen dan de verpleeghuizen.”

Thuiszorgmedewerkers kampten eerder met tekorten aan beschermingsmiddelen zoals mondkapjes. Of die tekorten inmiddels zijn opgelost, moet de komende tijd blijken. Tot vorige week ging 80 procent van de beschermingsmiddelen naar ziekenhuizen, en de rest naar de overige zorgorganisaties zoals verpleeghuizen en de thuiszorg. In het nieuwe verdeelmodel worden beschermmiddelen eerlijker verdeeld over zorgverleners die risicovolle handelingen verrichten. 

Mantelzorg

Het is de tweede keer dat de Patiëntenfederatie onderzoek doet naar de gevolgen van de coronacrisis voor patiënten. De vorige keer is onderzoek gedaan naar huisartsen en ziekenhuizen, nu zijn daar fysiotherapie, thuiszorg en mantelzorg bijgekomen. In totaal hebben 10.000 mensen deelgenomen.

Twee derde van de mantelzorgers geeft aan dat de mate waarin zij zorg verlenen is veranderd. De helft van hen verleent geen zorg of ondersteuning meer als persoonlijke verzorging, huishoudelijke taken en boodschappen. 12 procent doet juist meer dan voorheen door het wegvallen van thuiszorg en wijkverpleging. 92 procent van de mensen die mantelzorg ontvangt ervaart nadelige gevolgen.

Mantelzorgers zeggen dat ze nog wel contact op afstand hebben met degene voor wie zij zorgen. 72 procent heeft dat telefonisch en 24 procent door middel van beeldbellen of videochatten. 

Van de mensen die fysiotherapie ontvingen is 92 procent van de behandelingen verminderd of gestopt. Ruim de helft van de mensen ervaart hierdoor klachten als pijn, verminderde mobiliteit en stijfheid.

Minister De Jonge: ‘Ga in gesprek’

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) begrijpt dat mensen die thuiszorg nodig hebben, soms bang zijn dat de wijkverpleegkundige hen kan besmetten, zegt hij tegen persbureau ANP in een reactie op het onderzoek van de Patiëntenfederatie. Maar hij roept hen op om vertrouwen te hebben in de beroepsgroep en geen zorg te mijden.

“Reken er nou op dat die wijkverpleegkundige gewoon weet wat ze doet, dat ze zich houdt aan de richtlijnen, en maak gewoon gebruik van de zorg die je nodig hebt,” aldus de bewindsman. 

De Jonge spoort patiënten aan in gesprek te gaan met hun zorginstelling over een alternatief als ze bang zijn besmet te worden. Dat kan betekenen dat zij vaker een beroep moeten doen op mantelzorg van familieleden.

Dat benadrukt ook Actiz. “Het kan heel goed dat het in eerste instantie nog wel ging, maar op een gegeven moment niet meer. Ga in overleg met je zorgorganisatie, als je hulp nodig hebt.”

Thuiszorgorganisaties bewust genegeerd bij verdeling beschermingsmiddelen

Deze week bleek dat ongeveer 8000 zorgmedewerkers positief testten op Covid-19. Veel zorgmedewerkers zouden te vaak onbeschermd aan het werk zijn geweest. Michiel Van Erp, van Nu’91 is noemde de situatie in de thuiszorg, gehandicaptenzorg en verpleeghuizen eerder deze week in Het Parool schrijnend. “Zij stonden constant achterin de rij bij het uitdelen van beschermingsmiddelen. En neem een cliënt met dementie: die hoest niet netjes in zijn elleboog, maar midden in je gezicht.”

Uit een reconstructie in Het Parool blijkt dat verpleeghuizen en thuiszorgorganisaties inderdaad wekenlang achteraan stonden bij de verdeling van mondkapjes. Dat was een bewuste keuze van het kabinet. Begin maart meldde Bruno Bruins, toenmalig minister voor Medische Zorg, dat hij het ROAZ (Regionaal Overleg Acute Zorg) had ingeschakeld voor de verdeling van schaarse beschermingsmiddelen. Nederland telt twaalf ROAZ-regio’s, die zich al vóór de coronacrisis bezighielden met het verdelen van acute zorg over het land.

Een paar grote verpleeghuizen weten bij het ROAZ op de radar te komen, zoals de Amsterdamse zorgorganisatie Cordaan. “Die organisatie heeft vele duizenden medewerkers,” zegt Hans Buijing, directeur van Zorgthuisnl. “Maar de meeste verpleeg- en thuiszorgbedrijven hebben veel minder medewerkers. Die stonden simpelweg niet op het netvlies van het ROAZ. En dus kregen ze nul mondkapjes.”

Sinds afgelopen maandag worden mondkapjes niet meer verdeeld op basis van het type zorginstelling, maar op basis van het besmettingsrisico bij bepaalde zorghandelingen. Daardoor hebben ook verpleeghuizen en thuiszorginstellingen plotseling recht op mondkapjes van hoge kwaliteit, zoals FFP2-maskers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden