Kwart alle armoede in grote steden

AMSTERDAM - Een kwart van alle armoede in Nederland bevindt zich in de vier grote steden. Huishoudens met zeer lage inkomens wonen vooral in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Opvallend is de toename van armoede onder zelfstandige ondernemers en werknemers.

Uit het tweejaarlijkse Armoedebericht van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat in Amsterdam straten en buurten met veel armoede te vinden zijn in de binnenstad, Oud-Zuid, Westerpark en Zuidoost.

In Rotterdam springen de wijken Charlois, Delfshaven, Feijenoord, Kralingen-Crooswijk en Noord er uit. In Den Haag zijn het vooral de Schildersbuurt, Moerwijk, het Laakkwartier en de Spoorwijk. Opvallend minder armoede werd aangetroffen in Utrecht.

In 2006 waren er in Nederland 623.000 huishoudens met een laag inkomen. Dat komt overeen met acht procent van de bevolking, 0,8 procent minder dan in 2005.

Van hen moeten er 200.000 al vier jaar of langer rondkomen van een armoede-inkomen. Dit komt neer op 3,3 procent van alle huishoudens in het land. Er is wel een lichte daling: in 2005 was nog 3,5 procent langdurig arm.

De groep armen verandert jaarlijks sterk. De instroom van 'verse' armen bedraagt veertig procent van de totale groep. Deze nieuwe armen zijn voor het merendeel werknemers en zelfstandige ondernemers.

Zij zijn goed voor meer dan de helft van de instroom. Daar staat tegenover dat zij doorgaans niet langdurig van een klein inkomen hoeven rond te komen.

Vooral uitkeringstrekkers en eenoudergezinnen blijven vaak lang aan een laag inkomen hangen.

Het risico tot armoe te vervallen is er van oudsher vooral voor alleenstaande ouders (moeders) met minderjarige kinderen, en voor alleenstaande 65-plussers. Onder de éénoudergezinnen komt armoede vier keer meer voor dan het landelijk gemiddelde.

Veel lage inkomens komen voor onder allochtonen. Onder de eerste generatie steeg de armoede tussen 2001 en 2006 licht tot bijna dertig procent van deze bevolkingsgroep.

Bij de tweede generatie daalde de armoede evenwel flink, van 22 naar zeventien procent van de groep.

Van de Surinamers leeft 22 procent van een laag inkomen, onder Marokkanen is dit 32 procent, onder Turken 27 procent. Kinderen lopen een groter risico getroffen te worden door armoede.

Van alle minderjarigen leeft elf procent in een gezin met een zeer laag inkomen. Van de totale Nederlandse bevolking is dat acht procent.

Vrouwen vormen een duidelijke meerderheid (55 procent) in de groep huishoudens met een laag inkomen. Dit zijn niet alleen bijstandsmoeders, maar ook vrouwen met een eigen bedrijf. (MARC LAAN)AMSTERDAM - Een kwart van alle armoede in Nederland bevindt zich in de vier grote steden. Huishoudens met zeer lage inkomens wonen vooral in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Opvallend is de toename van armoede onder zelfstandige ondernemers en werknemers.

Uit het tweejaarlijkse Armoedebericht van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat in Amsterdam straten en buurten met veel armoede te vinden zijn in de binnenstad, Oud-Zuid, Westerpark en Zuidoost.

In Rotterdam springen de wijken Charlois, Delfshaven, Feijenoord, Kralingen-Crooswijk en Noord er uit. In Den Haag zijn het vooral de Schildersbuurt, Moerwijk, het Laakkwartier en de Spoorwijk. Opvallend minder armoede werd aangetroffen in Utrecht.

In 2006 waren er in Nederland 623.000 huishoudens met een laag inkomen. Dat komt overeen met acht procent van de bevolking, 0,8 procent minder dan in 2005.

Van hen moeten er 200.000 al vier jaar of langer rondkomen van een armoede-inkomen. Dit komt neer op 3,3 procent van alle huishoudens in het land. Er is wel een lichte daling: in 2005 was nog 3,5 procent langdurig arm.

De groep armen verandert jaarlijks sterk. De instroom van 'verse' armen bedraagt veertig procent van de totale groep. Deze nieuwe armen zijn voor het merendeel werknemers en zelfstandige ondernemers.

Zij zijn goed voor meer dan de helft van de instroom. Daar staat tegenover dat zij doorgaans niet langdurig van een klein inkomen hoeven rond te komen.

Vooral uitkeringstrekkers en eenoudergezinnen blijven vaak lang aan een laag inkomen hangen.

Het risico tot armoe te vervallen is er van oudsher vooral voor alleenstaande ouders (moeders) met minderjarige kinderen, en voor alleenstaande 65-plussers. Onder de éénoudergezinnen komt armoede vier keer meer voor dan het landelijk gemiddelde.

Veel lage inkomens komen voor onder allochtonen. Onder de eerste generatie steeg de armoede tussen 2001 en 2006 licht tot bijna dertig procent van deze bevolkingsgroep.

Bij de tweede generatie daalde de armoede evenwel flink, van 22 naar zeventien procent van de groep.

Van de Surinamers leeft 22 procent van een laag inkomen, onder Marokkanen is dit 32 procent, onder Turken 27 procent. Kinderen lopen een groter risico getroffen te worden door armoede.

Van alle minderjarigen leeft elf procent in een gezin met een zeer laag inkomen. Van de totale Nederlandse bevolking is dat acht procent.

Vrouwen vormen een duidelijke meerderheid (55 procent) in de groep huishoudens met een laag inkomen. Dit zijn niet alleen bijstandsmoeders, maar ook vrouwen met een eigen bedrijf. (MARC LAAN)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden