Amsterdamprijs

Kunstverein geeft kunst de aandacht die het verdient

We stellen de negen genomineerden voor de grootste Amsterdamse cultuurprijs, de Amsterdamprijs voor de Kunst, aan u voor. Deel 5: Kunstverein.

Maxine KopsaBeeld Rink Hof

Het pandje in de Gerard Doustraat zie je gemakkelijk over het hoofd. Maar als je eenmaal in de smalle ruimte op de begane grond bent, is de inrichting zo eigenzinnig dat je je afvraagt hoe je zo'n bijzondere plek niet eerder hebt gezien. Kunstverein, in 2009 opgericht door Krist Gruijthuijsen en Maxine Kopsa, is een expositieruimte, ontmoetingsplek, kunstvereniging, uitgever en curatorenkantoor ineen. 'We zijn klein in formaat, maar groot in ambitie,' zegt Kopsa (41), die algemeen directeur is sinds Gruijthuijsen in 2012 naar de Kunstverein in het Oostenrijkse Graz ging.

Kunstverein is een franchise, met zusterafdelingen in New York, Milaan en Toronto. De franchiseversie is een knipoog naar het bijna tweehonderd jaar oude Duitse instituut van de Kunstverein, een vereniging met leden waar kunstenaars hun publiek kunnen ontmoeten en waar ook kunst wordt verkocht.

De Amsterdamse Kunstverein bestaat ook op basis van een systeem van leden, op dit moment ongeveer 200. Maar de kunst is niet te koop en de exposities zijn zeker niet alleen voor mensen met een lidmaatschap, benadrukt Kopsa. 'We zijn echt open voor iedereen.'

Ruyschstraat
Bezoekers krijgen altijd een persoonlijke rondleiding van Kopsa of een andere curator. Achter in de ruimte is een kleine bar, waar con­cert­jes, lezingen en discussies worden georganiseerd. 'En af en toe geven we de sleutel aan kunststudenten, die dan hun eigen avonden kunnen houden.'

Kunstverein ontstond vijf jaar geleden uit gevoel van gemis. 'De Appel en het Stedelijk waren in 2009 dicht. De kunstwereld in Amsterdam voelde leeg,' vertelt de van oorsprong Canadese Kopsa. Ze was zelf freelance­curator en zocht een manier om hedendaagse kunst weer tot leven te brengen. Door een constructie met leden wilde ze de afstand tussen kunstenaars en publiek verkleinen.

De eerste paar jaar gebeurde dat bij kunstenares Germaine Kruip thuis in de Ruyschstraat in Oost. Daar waren onder andere een performance en een tentoonstelling van de concep­tuele kunstenaar Ian Wilson te zien, die in de jaren zestig bekend werd met abstracte kunst en later zelfs de discussie als kunstvorm introduceerde. Ook organiseerde Kunstverein een tentoonstelling waar bezoekers alleen onder hypnose kunst konden ervaren.

Het concept sloeg meteen aan. 'Bij openingen stonden vaak rijen tot op de hoek,' zegt Kopsa. Bij Kunstverein krijgen leden het gevoel dat ze bij iets bijzonders horen. 'Leden zeiden dat ze graag iets kleins en intiems wilden steunen.' Vanaf september is er ook 'een salonhang'. 'Dan mogen leden een kunstwerk ophangen. Zelfgemaakt of van iemand anders; het is helemaal vrij.'

Beatrix Ruf
Elke expositie in de Kunstverein vraagt om een radicaal andere inrichting, passend bij de kunst die wordt getoond. Moet de vloer rood zijn? Dan wordt die rood. Vraagt een expositie om een huiskamersfeer met jarentwintigmeubilair? Dan regelt Kunstverein dat.

Kunstverein werkt vaak samen, zoals met het Stedelijk, de Hermitage en kunstcentrum de Appel. Toen de internationaal vermaarde kunstenaar Larry Bell een expositie had in Kunstverein, hield hij ook een praatje in het Stedelijk. Beatrix Ruf, per 1 november directeur van het Stedelijk, werd nog voordat ze naar Amsterdam verhuisde, lid van de vereniging.

Kopsa: 'Ik denk dat het werkt omdat we kunst van museale kwaliteit laten zien die elders in de stad niet op zo'n intieme schaal te vinden is. We tonen de blinde vlekken van de kunst.' Vaak zijn het al wat oudere avantgardekunstenaars van wie werk wordt tentoongesteld. 'Nederland is geobsedeerd door jong. Amsterdam is goed in het scouten van jong talent. Ik doe iets anders en richt me op kunstenaars die ten onrechte minder aandacht krijgen en niet gemakkelijk in een hokje te plaatsen zijn.'

Ginger & Piss
Elk jaar wordt aan vier kunstenaars gevraagd een werk aan Kunstverein te schenken. Zo wordt ook langzaam een eigen collectie opgebouwd. Er is een subsidie van stadsdeel Zuid van 75.000 euro per jaar, maar een vetpot is dat niet. Het helpt dan tweehonderd leden te hebben, die ieder minimaal vijftig euro per jaar betalen.

Kunstverein geeft ook boeken uit, vooral publicaties die anders niet tot stand zouden komen, zoals een boek met alle vindbare informatie over Marlow Moss, een tijdgenote van Mondriaan. En het tijdschrift Ginger & Piss is het verenigingsblad van Kunstverein. In het magazine mogen telkens vijf mensen onder pseudoniem eindelijk eerlijk zeggen wat ze van de kunstwereld vinden.

De nominatie voor de Amsterdamprijs voor de Kunst had Kopsa niet zien aankomen. Over winnen wil ze niet nadenken. 'Ik ben al tevreden met de nominatie.' Droomt ze dan echt niet verder? 'Ja natuurlijk wel,' zegt Kopsa lachend. 'Ooit zou ik wel willen dat Kunstverein een permanent of semipermanent intiem museum wordt. Maar je zou ook een eiland kunnen kopen en daar kunst laten zien. Voor 35.000 euro heb je al een eiland. Een kunsteiland bestaat voor zover ik weet niet; dus dat lijkt me fantastisch.'

Hoewel... Ze lacht. 'Hoe kom je op dat eiland?'


Bekijk hieronder een video over de drie genomineerden voor de Stimuleringsprijs. De Amsterdamprijs zal 28 augustus worden uitgereikt in de Tolhuistuin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden