Kunst is de hoer van de uitbater geworden

Beeld Maarten Steenvoort

Het Amsterdamse museumkwartier is af. Het kostte wat, duurde even, maar dan heb je ook wat. Donderdagavond, toen ik na een lezing in het Stedelijk naar buiten liep, baadde het plein in het schrage zonlicht van een kille, ondergaande zon, die lange, reliëfrijke slagschaduwen wonderschoon deed contrasteren met het geeloranje gesteente van de danig opgelikte gevelranden.

Het is prachtig geworden. Ik kan niet anders zeggen. Het Rijks is getransformeerd in een serie grootse toonzalen waar de onnadrukkelijke pracht en praal, die zo typerend is voor deze rijke moerasdelta, in al zijn indrukwekkende eenvoud wordt geëtaleerd. Het Van Gogh viert de impressionistische revolutie in de Europese schilderkunst met een copieuze weelderigheid van licht en ruimte die het museum eindelijk heeft bevrijd van de Gooise-dame-truttigheid die het altijd had aankleven. En het Stedelijk is met zijn in your face-ingang en zijn up yours!-aanbouw tegelijk stout en beschaafd, ijdel en streng, imposant en onderdanig, ruim en gezellig geworden.

Een prestatie van formaat. Moge het maar veel complimenten en veel betalende bezoekers regenen. En afgaand op de laaiende recensies in de internationale pers en de tsunami aan toeristen die momenteel de binnenstad teistert, zit het daar wel snor mee.

Toch schuurt er iets. Het plein is een geldmachine geworden: visueel aantrekkelijk en esthetisch genotzuchtig, houdt het de bezoeker aanminnig een fictief zelfbeeld voor van avant-gardistisch, elitair kosmopolitisme, die ook bijvoorbeeld non-plaatsen als Schiphol en de Zuidas uitstralen.

Waar je bent is een moment, niet een plaats. Het moment is de fase van het blingblingkapitalisme van voor de crisis. Kunst, high finance en architectonische waaghalzerij zijn toen aaneengesmeed tot een magistrale belevenis voor toeristen die zich, voor een kleine duizend euro (vlucht, twee overnachtingen, maaltijden), een lang weekend kunnen laven aan halfbegrepen kunst, die zelf allang verworden is tot beleggingsobject van obsceen rijke bankiers, handelaren en vermogensbeheerders.

Loop langs het Stedelijk en je ziet een verdienmodel: kunst is de aflaat voor de halve kreeft en witte wijn uit het - toegegeven: zeer geslaagde - restaurant. En om te bewijzen dat je 'Amsterdam hebt gedaan', is er de museumshop waar je voor thuis belachelijk dure affiches, ansichtkaarten en catalogi aanschaft. In het Rijks, het Van Gogh, Bilbao, Londen en Parijs is het niet anders.

Kunst is de hoer van de uitbater geworden. Hoe deftig directeuren en conservatoren ook doen. Noem me ouderwets, maar dat bevalt me maar matig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden