Plus

Kun je in Amsterdam nog anders zijn?

Mag je nog afwijken van de norm, of word je dan nagekeken, nagefloten, lastiggevallen? 'Het kleurrijke van de armoedecultuur is weg.'

Bert Viergever Beeld Ernst Coppejans

Alleen heel vroeg 's ochtends zie je de blotebillenman of stringskater nog skaten. De paradijsvogel met zijn extravagante look van string, rolschaatsen en vaak een petje staat al veertig jaar symbool voor de vrijheid van de stad, maar hij heeft zich teruggetrokken uit de drukke straten en het spitsuur van de stad. Heeft Amsterdam geen ruimte meer voor hem?

Volgens mensen als Rutger Groot Wassink, GroenLinksfractievoorzitter in Amsterdam, niet. 'Krakers, stadsnomaden, mensen die afwijken van de norm: voor hen is geen plek meer in de stad,' zei hij onlangs in Het Parool. Ook anderen maken zich zorgen. "Door de populariteit van de stad is de ruimte schaarser en de schaarse ruimte die er is wordt toegeëigend door de mensen die het kunnen betalen," zegt stadssocioloog Rinke ­Oostra.

En waar de huizenprijzen de pan uitrijzen, waar vastgoedspeculanten vrijplaatsen willen commercialiseren of één groep de sfeer gaat bepalen, is geen ruimte meer voor alternatievelingen, vindt Jaap Draai­sma, oud-kraker en medeoprichter van broedplaatsorganisatie Urban Resort. "De stad wordt monotoner. Middenklasse, jong en blank bepalen het straatbeeld. Het kleurrijke van de armoedecultuur verdwijnt."

Draaisma verhuurt ateliers aan kunstenaars. "Vroeger was daar veel meer ruimte voor. De marge is weg, goedkope plekken zijn weg. Kraken is enorm verminderd en daarmee de mogelijkheid om te experimenteren en een beetje gek te doen." En ja, dat is erg, zegt Draai­sma. "Voor de sfeer in Amsterdam en voor de aantrekkingskracht van de stad voor avontuurlijke, talentvolle mensen."

Stropdassen op straat
Het is een beetje een onbestemd gevoel, het idee dat alternatievelingen niet meer bij de stad horen - hij heeft het niet onderzocht, maar je merkt het gewoon, zegt Draaisma. "Dan loopt een oude punker langs een terras in De Pijp en hoor je de yuppen en studentikoze types zeggen: bah, die is raar en vies."

Conservatief vindt hij de nieuwe bewoners van De Pijp en Oud-West. Stropdassen zag hij daar vroeger nooit op straat. "En nu wonen er middenklasse tweeverdieners die dure appartementen kopen." Uitbundige kledingstijlen ziet hij niet meer. "Jongeren die gaan werken of de straat opgaan kleden zich zo neutraal mogelijk. Als ze naar een feestje gaan, komt het wel los, maar in het dagelijks leven niet meer."

Niet-betrekken
Veel mensen - jong, oud, wit, zwart, gay of hetero - ervaren een gevoel van intolerantie, weet Jantine van Lisdonk, onderzoeker van seksuele en genderdiversiteit bij kenniscentrum Rutgers.

"Door globalisering en sociale media is het steeds makkelijker om gelijkgestemden te vinden en in zo'n bubbel hoor je ook geen tegengeluid. Je kunt naar specifieke feesten waar je mensen tegen komt zoals jij. Maar buiten die groepen kan het ertoe leiden dat men minder tolerant is."

Vaak zijn uitingen van intolerantie subtiel, zegt ze, op de gewelddadige incidenten die de media halen na. "Het gaat niet zozeer over iemand hard uitsluiten, maar vooral over het niet-betrekken. Of dat media-uitingen, populaire cultuur of reclame niet over jou gaan. Ik denk dat je het goed voelt, als je 'anders' bent."

'Normaal doen'
Dus ís de stad nu minder tolerant? Jan Willem Duyvendak, hoogleraar sociologie aan de UvA, vermoedt dat het vooral zichtbaarder is als het misgaat. "Mensen accepteren het niet meer om niet geaccepteerd te worden. Het feit dat mensen die gediscrimineerd of aangevallen worden nu zo veel naar de politie gaan, is een teken van emancipatie. Of er vroeger minder problemen waren, weten we niet, want dat is niet bijgehouden."

Er is wel degelijk iets aan de hand, vindt Van Lisdonk. "'Normaal doen' is iets geworden waar zelfs politieke partijen het over hebben. Dat heeft invloed op mensen. En zelfs als je je dan helemaal volgens de norm gedraagt, kun je nog het gevoel hebben dat je er niet bij hoort."

De blotebillenman, die bewust voor anonimiteit kiest, skatet ondanks alles door. "Als ik voorbijkom kijken mensen nog weleens met een gezicht of de wereld vergaat. Maar wie anders kan het icoon van de vrijheid vertegenwoordigen? Ik moet dat in stand houden."

Naar aanleiding van dit artikel organiseert De Balie het Stadsgesprek: Vrijstaat Amsterdam. Biedt de stad nog genoeg ruimte voor mensen die afwijken van de norm of wordt Amsterdam steeds homogener? Gasten zoals Linda Duits, Rutger Groot Wassink en Hay Schoolmeesters gaan dinsdag 23 mei over deze vraag in discussie.

Bert Viergever: 'In West heb ik mijn eerste klap gekregen' Beeld Ernst Coppejans

Bert Viergever (56)
Eigenaar van punkmuseum en kledinglabel

"Toen ik op mijn vijftiende naar deze stad kwam, mocht alles. Je hoefde nooit in discussie over wie je was of hoe je eruitzag. Ik heb een verleden van jeugdhuizen, punk was mijn uitlaatklep," zegt Bert Viergever. Hij verwierf in 1978 bekendheid door een foto van Ed van der Elsken als Bep Broodje, waarop hij zijn tong uitsteekt op de Dam. "Daar durf ik nog net te komen, in de Kalverstraat echt niet meer."

"In de jaren tachtig woonde ik in de Mercatorbuurt en merkte ik voor het eerst de spanningen tussen de oude Amsterdammers en wat ik mede-Nederlanders noem, die door falend beleid in groepen bij elkaar in de wijken kwamen. Daar heb ik mijn eerste klap gekregen. Ze vonden me lelijk, ik ben ruw en rauw. Ook toen ik in Bos en Lommer woonde, werd ik bespuugd en maakten ze varkensgeluiden. Ik knakte en ontvluchtte een paar jaar de stad."

"Creativiteit wordt de stad uitgedrukt, alles veryupt. Kijk naar het Slangenpand; dat bracht kleur in de Spuistraat. Op straat draagt iedereen tegenwoordig zwart; je moet maar niet te erg opvallen, want dan ben je niet representatief op je werk. Ik vind het heel treurig: door geld als enige prikkel ebt de ruimte voor anders-zijn weg."

Julia Vos: 'De rafelranden worden gladgestreken' Beeld Ernst Coppejans

Julia Vos (27)
Studeerde antropologie, werkt in de horeca

"Ik noem mezelf 'donker romantisch', als ik het iets moet noemen. Gothic is zo'n breed label, er valt van alles onder. De decadentie van de victoriaanse rouwcultuur past al sinds de middelbare school goed bij mijn melancholieke persoon. Als mensen me niet de hele tijd zouden aanspreken, zou ik wel vaker dat soort jurken, al dan niet zelfgemaakt, op straat dragen. Al blijft het onhandig op de fiets."

"Vroeger was er volop gothic in de stad, je had café Legendz en De Inrichting. Voor gothicfeesten ga ik nu naar België of Duitsland. Op een feest in Leuven waren ze heel verbaasd dat ik helemaal uit Nederland kwam. Amsterdam is toch zo vrij, zo alternatief, zeiden ze. Dat valt tegen: de rafelranden waar subculturen als gothic het van moeten hebben, omdat ze commercieel niet levens­vatbaar zijn, worden gladgestreken."

"Op straat word ik nooit vervelend benaderd om hoe ik eruitzie. Maar ik conformeer mezelf ook: op mijn werk voel ik me ongemakkelijk omdat ik piercings draag en er niet 'representatief' uitzie. Bij een vorige horecabaan was ik niet echt meer welkom toen ik mijn haar knalrood verfde."

Rikkert van Huisstede: 'In een jurk voel ik me 's avonds niet veilig' Beeld Ernst Coppejans

Rikkert van Huisstede (23)
Dichter en zanger

"Yo man, respect, riep een groepje 'stoere jongens' toen ik laatst in een jurk door het park liep. Mijn hart ontplofte. Ik had veel negatieve reacties verwacht, maar mensen reageren heel goed. Op de middelbare school raakte ik er al aan gewend dat er naar me werd gekeken. Yellow man noemden ze me, ik kleedde me helemaal in het geel. Later kwamen de jurken. Ik ben geen vrouw in zo'n jurk, het is maar een lapje stof. Ik ben mezelf, maar ik voel me sensueel en sexy."

"Ik heb lak aan de begrippen mannelijkheid en vrouwelijkheid. Mannen zijn volgens de norm stoer, ambitieus. Ik wil ook lief en zorgzaam zijn, wat dan zogenaamd vrouwelijk is. Gendernormen behoren tot de grootste schendingen van mensenrechten, er gaat zo veel potentieel door verloren."

"Ik heb veel getoerd door Nederland, en overal dacht ik in een jurk over straat te kunnen. In Amsterdam is dat niet anders, maar 's avonds voelt dat niet veilig. Amsterdam is een vrije stad, maar ik bluf als ik de vrijheid neem om in een jurk met stiletto's over straat te gaan. Het is een deel van mijn vak om aandacht te trekken. Doordat mensen mij in een jurk zien, verbreden ze hopelijk hun horizon."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden