Kröller-Müller geeft Corot terug

Het schilderij in de collectie van het Kröller-Müller Museum (foto) is een van de beste figuurstukken en een van de belangrijkste werken van Corot in Nederland. Foto ANP Beeld
Het schilderij in de collectie van het Kröller-Müller Museum (foto) is een van de beste figuurstukken en een van de belangrijkste werken van Corot in Nederland. Foto ANP

AMSTERDAM - Het Kröller-Müller Museum heeft 'Vrouwenfiguur bij een bron' teruggegeven aan de erfgenamen van George Eduard Behrens. Het door de nazi's geroofde schilderij van Jean-Baptiste-Camille Corot (1796-1875) wordt in Londen geveild.

Het schilderij in de collectie van het Kröller-Müller Museum is een van de beste figuurstukken en een van de belangrijkste werken van Corot in Nederland. Aan het doek kleeft een schrijnend verhaal. De Joodse George Eduard Behrens (1881-1956) werd in 1939 gedwongen al zijn bezittingen aan de nazi's af te staan in ruil voor een uitreisvisum, waarmee hij zijn leven redde door naar Cuba te vluchten. Een jaar eerder was Behrens gevangen gezet in het concentratiekamp Sachsenhausen en diens bank L. Behrens & Söhne 'geariseerd', oftewel onteigend.

Behrens had zijn kunstverzameling, geërfd van zijn vader, in 1925 voor tien jaar in bruikleen gegeven aan de stad Hamburg. Maar vlak voordat Behrens weer over zijn collectie kon beschikken, zette het naziregime een deel van de kunstwerken op een lijst met waardevolle kunstwerken die Duitsland niet mochten verlaten.

Waarom duurde het zo lang?
Op die lijst stond ook 'met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid' Vrouwenfiguur van Corot, aldus het rapport van de restitutiecommissie, die in 2008 de minister van OCW adviseerde het schilderij terug te geven aan Behrens' erfgenamen. Behrens had immers onvrijwillig afstand van het kunstwerk moeten doen en was nimmer voor het verlies gecompenseerd. Zelden was een restitutiezaak zo duidelijk. Alleen de vraag knaagt waarom het zo lang heeft moeten duren voordat Behrens genoegdoening heeft gekregen.

Uit het onderzoek van de restitutiecommissie bleek dat het Kröller-Müller Museum het schilderij van Corot in 1942 kocht van de Duitse kunsthandelaar H.W. Lange. Met geld dat afkomstig was van de Duitse bezetter. Al in oktober 1940 had rijkscommissaris Seyss-Inquart in opdracht van rijksmaarschalk Hermann Göring drie belangrijke schilderijen van Hans Baldung Grien, Lucas Cranach en Barthel Bruyn uit de collectie van het museum in Otterlo in beslag genomen. (Na de oorlog zijn die schilderijen teruggekeerd naar het museum) Nadat het museum en het Nederlandse departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen bezwaar had gemaakt en een commissie zich over de zaak boog, gaven de Duitse autoriteiten de transactie de schijn van legaliteit door 600.000 gulden voor de drie schilderijen te betalen. Van dat geld kocht het museum onder andere het schilderij van Corot.

''Bij die Corot brandde altijd al een rood lampje,'' zegt Evert van Straaten, directeur van het Kröller-Müller. ''We wisten dat het uit de collectie van Behrens kwam, maar het verhaal erachter kenden we niet. Helene Kröller-Müller, die in 1939 stierf, heeft het niet gekocht. Wij zijn er dus niet voor gaan vechten.'' (JHIM LAMOREE)

Op 2 juni veilen Behrens' erfgenamen het schilderij bij Sotheby's in Londen; verwachte opbrengst is 900.000 tot 1,3 miljoen euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden