Kritiek op onderwijsbeurzen: effect onduidelijk

De Amsterdamse leraren- en scholenbeurzen zijn weinig effectief geweest. Of de kwaliteit van het onderwijs is verbeterd, is niet duidelijk. De gemeente had helderder eisen moeten stellen, vindt de Rekenkamer.

Beeld anp

De vier jaar dat de onderwijsbeurzen nu bestaan, is er 21,6 miljoen euro uitgegeven. Leraren konden tot 2000 euro voor een cursus krijgen, scholen als geheel tot wel 90.000 euro per school. Maar het waren open subsidies.

Simone Kukenheim, destijds nog onderwijswethouder voor D66, schreef in 2017 aan de gemeenteraad: "Uitgangspunt daarbij is dat leraren en schoolleiding zelf bepalen wat zij doen aan hun persoonlijke ontwikkeling en die van de school."

Openheid
Die openheid is precies het kritiekpunt van de Amsterdamse Rekenkamer die de effectiviteit van de beurzen onderzocht. Het is gewoon niet duidelijk of de beurzen tot verbetering van het onderwijs hebben geleid, het doel van het geld. "Je kunt gewoon niet zeggen of het heeft gewerkt, maar dat was wel de voorbedachte rade," zegt Jan de Ridder, directeur van de Rekenkamer.

"De gemeente heeft willens en wetens gezegd: we willen de subsidie vrij houden, niet te veel regeltjes opleggen. Maar dan kun je dus ook niet zien wat het effect is."

Een ander kritiekpunt is dat er weinig kennis is gedeeld: leraren en scholen kregen het niet genoeg voor elkaar om hun nieuw verworven inzichten met anderen te delen.

Het resultaat is nu dat niet kan worden gezegd of het Amsterdamse onderwijs is verbeterd sinds 2015. Wel is het percentage leraren dat men voor ogen had om een beurs te geven bereikt. Dat moest minimaal 40 procent zijn. Bij de scholen is het doel bijna gehaald: alle scholen hadden een beurs moeten krijgen, dat zal dit jaar waarschijnlijk wel worden gehaald.

Toch zijn er nog altijd scholen waar geen enkele leraar een beurs heeft ontvangen. Vooral scholen van kleine besturen vielen buiten de boot. En een opvallend hoog aantal in Zuidoost deed niet mee. Soms was dat door personeelstekort, soms door interne problemen op school.

Beurzen zijn besteed aan heel verschillende dingen. Van nieuwe rekenmethodes leren of een cursus automatiseren tot studiereizen naar Japan en het aanleren van de scrummethode.

Positiever beeld
Eerdere evaluaties van de beurzen lieten een positiever beeld zien dan de Rekenkamer nu schetst. Een onderzoek van het Kohnstamm Instituut in opdracht van de gemeente toonde in 2017 aan dat scholen en leraren heel tevreden zijn over de potjes geld.

De beurs werd door leraren vooral gezien als dankbare manier om zichzelf te ontwikkelen. Scholen zagen de scholenbeurs als mogelijkheid voor schoolontwikkeling en een teken dat de gemeente hen serieus neemt.

De Rekenkamer komt met drie aanbevelingen voor de voortzetting van de beurzen: de verwachting van de gemeente moet duidelijker worden, alle scholen en leraren moeten worden meegenomen, en het delen van kennis moet worden gestimuleerd. "Je kunt je anders afvragen waar al dat belastinggeld aan wordt besteed," voegt De Ridder toe.

Onderwijswethouder Marjolein Moorman (PvdA) herkent zich in de conclusie van de Rekenkamer. Voor de volgende ronde beurzen en een nieuwe investering in het onderwijs wil ze dat scholen zeggen wat ze willen bereiken met de beurzen en eerlijk zijn over wat ze hebben geleerd.

"Je moet zoeken naar een manier dat het niet in een bureaucratische molen terecht komt, maar waarbij je wel open bent over wat het oplevert."

In februari wil ze haar nieuwe plannen presenteren.

Tip Het Parool

Heb je een nieuwstip of nieuwsfoto? Voeg ons toe op Whatsapp. Liever mailen of anoniem tippen? Bekijk hier hoe dat kan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden