PlusInterview

Kritiek op Eberhard van der Laans Top 400: ‘Moeders weten nog steeds niet waarom hun zonen op die lijst staan’

Nirit Peled: ‘Het gaat om jongeren die nog geen crimineel zijn. Als de gemeente zorg wil bieden, hoort daar geen politie bij.' Beeld Marc Driessen
Nirit Peled: ‘Het gaat om jongeren die nog geen crimineel zijn. Als de gemeente zorg wil bieden, hoort daar geen politie bij.'Beeld Marc Driessen

In Moeders – donderdag in première op Idfa – hekelt Nirit Peled de Top 400, een lijst met daarop namen van Amsterdamse jongeren die dreigen af te glijden in de serieuze criminaliteit.

David Hielkema

In 2015 kwam wijlen burgemeester Eberhard van der Laan met een nieuw plan om jeugdcriminaliteit aan te pakken: als uitbreiding op de Top 600 voerde hij de Top 400 in. Deze Amsterdamse jongeren hadden geen zware misdrijven op hun naam, in tegenstelling tot de leden van de Top 600, maar een algoritme voorspelde mogelijk crimineel gedrag. De jongeren werden gelabeld als ‘high potentials’.

In de documentaire Moeders volgt maakster Nirit Peled (49), bekend van Say My Name (2009), Superjoden (2013) en Radicaal in Birmingham (2017), vier vrouwen die hun zonen steeds verder zien afglijden in de criminaliteit. Om de identiteit van de moeders te beschermen komen zij niet in beeld en zijn hun stemmen te horen door actrices die hun verhalen nasynchroniseren.

Het zijn vier verhalen van moeders die gevangen raken in de bureaucratie van hulpinstanties, jeugdzorg, politie en burgemeester Eberhard van der Laan. In de documentaire is te zien hoe hun gezinsleven wordt ontwricht. De moeders vragen zich af: hoe kan het dat mijn zoon op deze lijst is te komen staan? De overtredingen zijn klein, hun betrokkenheid niet altijd bewezen. Is het toeval dat alle kinderen van kleur zijn?

Een van de jongens ziet op zijn veertiende iemand neergeschoten worden. Hij is onschuldig, maar de politie roept hem wel op om te getuigen. Op school wordt hij niet veel later gechanteerd omdat hij heeft getuigd: hij moet werken voor de jongens.

Nirit Peled: “Ik heb de film aan een jeugdadvocaat laten zien. Hij sprong van zijn stoel toen hij dit fragment zag. Je laat een kind niet op deze manier getuigen en je moet al helemaal die jongen bijstaan naderhand, zei hij. De politie en gemeente hebben niks voor de jongen gedaan. Ik weet niet of hij hierdoor in de criminaliteit belandt, maar ik denk wel dat dit reden is geweest dat hij in beeld is gekomen bij de Top 400. Voor dit incident had hij nog nooit met de politie te maken gehad.”

Toch gaat de film niet over hem, maar over de moeders.

“Het verhaal van de moeders blijft onzichtbaar bij media, politie, hulpinstanties. Toen ik in 2015 onderzoek deed naar de Top 600 en 400, zag ik dat overal het perspectief van de moeders ontbrak. Ze werden gereduceerd tot data en technologie, terwijl ik pijn en emoties zag.”

Die pijn en emoties zijn te horen in de film, maar minder goed te zien. Waarom koos u ervoor om de moeders niet in beeld te brengen?

“Moest ik, zoals documentairemakers doen, de vrouwen overtuigen dat ze in het belang van de wereld in beeld komen met hun verhaal? Of kon het anders? De vrouwen zeiden dat ze zich niet veilig voelen. Ze zijn bang om veroordeeld te worden door hun directe omgeving. Sommige vrouwen hebben zelfs hun beste vriendinnen niet verteld over wat ze meemaakten. Ik wilde hun verhalen horen. Toen de camera wegviel, kreeg ik alles te horen.”

Doet het niet af aan de realiteit, zo met actrices?

“De documentaire is niet een verhaal van één persoon. Het is een verhaal van een community. Ik gebruik hun individuele verhalen om een andere realiteit te laten zien, om het systeem bloot te leggen. Zij hoeven naderhand niet de last van de uitkomsten te dragen. Ze hoeven geen activisten te zijn.”

Wat bindt deze vrouwen?

“Eerst zag ik de verschillen. Andere gezinssituaties, andere achtergrond, sommige zonen hadden zwaardere trauma’s dan anderen. Na verloop van tijd zag ik vooral de overeenkomsten. De moeders sliepen te weinig, werkten dubbele shifts, hadden fysieke pijn door de stress. En: alle moeders werden door de instanties net zoals hun zonen als criminelen behandeld, hoewel zij niks verkeerds deden. Ze raakten verstrikt in een systeem waar ze geen controle over hadden.”

Zoals de moeder die het label verstandelijk beperkt opgeplakt krijgt.

“Ik vroeg aan haar of iemand haar onderzocht had: slechts één keer had iemand met haar gepraat. Dit is wat haar nu nog steeds op papier definieert. De rechter zal het zo lezen, elke politieagent, elke volgende maatschappelijk werker. Iedereen zal haar door de ogen van het rapport zien.”

Zegt de gemeente hier niet: het algemeen belang is groter dan het persoonlijk belang, dus aan individuen geven we weinig aandacht?

“Het zou juist moeten gaan om individuele aandacht. Bij de Top 400 gaat het om jongeren die nog geen crimineel zijn. Als de gemeente zorg wil bieden, hoort daar geen politie bij. Ik heb ook de brieven gezien die ze krijgen: vaak onleesbaar in juridische taal, allemaal onpersoonlijk. De gemeente begrijpt niet wat zij doormaken. De aanpak heeft zoveel nevenschade opgeleverd. Het klinkt aantrekkelijk om als instanties gezamenlijk samen te werken, maar het creëert een bepaalde surveillance.”

Zichtbaar is ook hoe een zoon en moeder om hulp vragen, maar ze horen maandenlang niets.

“Allemaal bereiken ze een punt dat ze hulp vragen, alleen blijft die hulp uit. Ze verliezen daardoor volledig het vertrouwen in het systeem. Ze wantrouwen de instanties en denken: jullie brengen mij nog verder in problemen. Als deze moeders het vertrouwen helemaal kwijtraken, wordt de situatie alleen maar problematischer. De moeders weten tot op de dag van vandaag niet waarom hun zonen op de lijst staan.”

U heeft voor de film ook een beroep gedaan op de Wet open overheid. Daaruit blijkt dat de gemeente al in een vroeg stadium wist dat het risicotaxatie-instrument ProKid Plus niet goed werkt.

“De eerste 125 jongeren op de Top 400 zijn geselecteerd met een algoritme dat de politie heeft ontwikkeld. De gemeente koos ervoor om dit niet aan de ouders te vertellen, terwijl uit de documenten blijkt dat er ernstige vraagtekens zijn over ProKid Plus. Inmiddels gebruikt Amsterdam het niet meer, de politie heeft het doorontwikkeld en wil het blijven gebruiken. Persoonlijk vind ik het gevaarlijk. Achter kinderen en moeders schuilen verhalen. Die nuance ontbreekt als je het alleen hebt over data.”

‘Moeders’ gaat in première op Idfa op 10 november en wordt uitgezonden op NPO2 op 21 november.

null Beeld Mothers/videostill
Beeld Mothers/videostill

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden